Toespraak Oscar Arias (president Costa Rica) in het Europees parlement

Oscar Arias te gast in het Europese Parlement op 3 september 2008, naar aanleiding van de onderhandelingen over het Associatieakkoord van de Europese Unie met Centraal-Amerika.
“Ik groet u allen, vanwege Costa Rica, een republiek van 4,5 miljoen inwoners, een samenleving zonder leger en met een geschiedenis van 110 jaar democratie. Die democratie hebben we overeind kunnen houden in een klimaat van wisselende dictaturen, een tijdperk van Koude Oorlog en burgeroorlogen in de buurlanden.
Precies 225 jaar geleden beëindigden de VS hun onafhankelijkheidsoorlog met de Verklaring van Parijs. Negenenzestig jaar geleden begon de tweede Wereldoorlog, met de verklaring van Duitsland aan Frankrijk en Groot-Brittannië en de oprichting van het blok van de geallieerden, waaraan een groot deel van Amerika heeft deelgenomen. Ik breng dit in herinnering, omdat ik me bewust ben van het historische gewicht dat op mijn schouders rust en ook op de schouders van u allen, en van elk van de landen die u hier vertegenwoordigt. Ik ben hier gekomen niet enkel om de relaties tussen onze twee continenten te versterken maar om er aan te herinneren dat elke poging om die te verbeteren, vertrekt van het begrijpen van die relaties in hun totaliteit.
Als we spreken met de eerlijkheid die past bij oprechte vriendschapsrelaties, dan moeten we toegeven dat die relaties ontstaan zijn vanuit een relatie van dominantie van de ene over de andere. Amerika heeft kennis gemaakt met Europa via haar macht eerder dan via haar ideeën. De conquista was doordrongen van vrees en angst en verontwaardiging kenmerkte de kolonisatie. Nochtans kunnen we niet anders dan bewondering hebben voor deze millenaire cultuur. Het is onmiskenbaar dat Europa het licht van de rationaliteit ontstak en dat het ons de liefde heeft meegegeven om te streven naar de belangrijkste waarden voor de mensheid. Waarden die wij ook na de onafhankelijkheid niet hebben verwaarloosd. Eenentwintig jaar geleden waren het precies die waarden die me naar Europa brachten, tijdens mijn eerste ambtstermijn als president van Costa Rica. Ik ben toen de steun komen vragen van dit continent voor het zoeken naar vrede in Centraal-Amerika. Vijf landen wankelden toen tussen leven en dood, in de greep van burgeroorlogen. In een bloederige confrontatie gebruikten de grootmachten ons toen om elkaar hun macht te tonen. Zij leverden de wapens, wij de doden. Het aantal slachtoffers liep op tot 350.000 mensen volgens sommige schattingen. Dat is verhoudingsgewijs evenveel als zouden er nu vier miljoen Amerikanen sneuvelen in de oorlog van Irak.
De enige manier om onze streek een toekomst te geven was door te bouwen aan vrede. Europa was toen het antwoord op onze smeekbede. De morele steun van dit continent schraagde onze diplomatieke inspanningen om onder Centraal-Amerikanen een oplossing te vinden voor Centraal-Amerika. De internationale steun die jullie ons in die dagen gegeven hebben, was ruim en genereus. Ze was een symbool van de oprechte wil van Europa om de ontwikkeling van de Centraal-Amerikaanse landen te stimuleren.
Eenentwintig jaar later kom ik opnieuw naar Europa en het lijkt of het gisteren was. Want veel van de onderwerpen die we te bespreken hebben, moeten we hervatten daar waar we waren gebleven. De relatie tussen Europa en Centraal-Amerika, zo intens in oorlogstijd, is in vredestijd veel afstandelijker geworden. De steun van Europa, die zo overvloedig was in tijden van onderdrukking, is fel ingekrompen in tijden van vrijheid. We hadden nooit gedacht dat, eenmaal de vrede bereikt, we in het rijk van de vergetelheid zouden terecht komen voor Europa. Ik zou liever bouwen aan een relatie waarin vrienden die ons steunen in donkere tijden, er ook zijn op heldere dagen. Te meer, omdat de toekomst voor ons vandaag helder en veelbelovend is. 
Ik wil vandaag drie actiepunten voorstellen die onze relaties kunnen verdiepen en waarvoor we ons samen kunnen inzetten, schouder aan schouder, om de utopieën te bereiken die jullie zelf ons voorgehouden hebben te bereiken. Die drie punten zijn het ondertekenen van het Associatieakkoord tussen de Europese Unie en Centraal-Amerika, de consensus van Costa Rica en de Vrede met de Natuur.
 
Ik weet dat er tal van meningen zijn over die vrijhandelsakkoorden. Maar die meningen zijn meestal afkomstig van mensen in ontwikkelde landen. Ik wil u vandaag de visie geven van een land in volle ontwikkeling. Voor een land als het onze, dat behoort tot de kleinste landen in de wereld, is het niet mogelijk alles te produceren wat we consumeren. We zijn veroordeeld tot het inspelen op de noden van de moderniteit. In tijden van globalisering is de opdracht voor ontwikkelingslanden als wij even cru als eenvoudig: als we niet steeds meer goederen en diensten kunnen exporteren, zullen we steeds meer mensen exporteren.
Het is duidelijk dat Europa de belangen van de Europeanen in het oog moet houden maar het is ook duidelijk dat het belang van Europa en van om het even welk volk tot in de verste uithoeken van de wereld steeds meer bepaald wordt door het gemeenschappelijk belang van heel de mensheid. Geen enkel land kan nog rustig blijven, alsof er niets aan de hand is, terwijl aan de overkant honger, geweld en ziekte mensen verteert, terwijl de ongelijkheid tussen onze landen zo groot is. Zolang de verschillen zo groot zijn, zal een wereldwijde disaspora mensen op de been brengen en hen oceanen, rivieren, moerassen en muren doen oversteken, op zoek naar mogelijkheden en kansen die ze in hun eigen land niet konden vinden.
Het Associatieakkoord tussen Europa en Centraal-Amerika, het eerste akkoord van regio tot regio dat de EU gaat afsluiten, zou kunnen leiden tot een zeer reële, duidelijke en concrete opportuniteit waarin Europa zijn aanwezigheid in Latijns-Amerika kan versterken. 
Er zijn weinig initiatieven van die aard die de economie in onze regio, de istmus van Centraal-Amerika, zo’n duw in de rug kunnen geven. Die ons kunnen helpen om onze instellingen te moderniseren en om nieuwe kansen te bieden aan mensen die achtergesteld en in armoede leven. Dit akkoord bereiken zou voor Europa betekenen dat het zijn verloren leiderschap terug kan opnemen en de leemte invullen van het leiderschap in de strijd voor de ontwikkeling van Latijns-Amerika. Gisteren waren we geallieerden in de strijd om de vrede. Vandaag kunnen we bondgenoten zijn in het brengen van ontwikkeling.
Akkoord, Europa en Centraal-Amerika vertonen verschillen waarmee rekening moet gehouden worden. Het eerste verschil is in de twee modellen van integratie: Europa ging aanvaarden dat de integratie van Centraal-Amerika zou gebeuren volgens de mogelijkheden die de evolutie van onze instellingen zouden bieden. Van alle ontwikkelingslanden zijn wij al de meest geïntegreerde regio. Daarom vinden we het niet correct dat men ons voorwaarden oplegt voor verdere integratie alvorens verder te onderhandelen.
Voorwaarden waar Centraal-Amerika moeilijk aan kan voldoen, en die men bovendien ook niet eist van andere regio’s in de wereld. Het tweede verschilpunt, en misschien het belangrijkste, is het verschil in ons niveau van ontwikkeling. Het is van cruciaal belang dat het commerciële luik van het akkoord een asymetrische clausule bevat, ten gunste van Centraal-Amerika. En vooral dat men afziet van de pijnlijke praktijk om douanetarieven overeind te houden, daar waar Centraal Amerika comparatieve voordelen kan bieden.
Als we een overeenkomst vinden over deze geschilpunten, zou Europa werkelijk een duizelingwekkende sprong vooruit nemen in zijn relatie met Centraal-Amerika, een die ook in het voordeel werkt van de Europeanen.
In tijden van internationale crisis kan ook Europa voordeel halen uit de economie van onze regio, die de afgelopen vijf jaar gegroeid is aan een ritme dat bijna dubbel zo hoog is als dat van de Europese economie.
Europa kan een nieuw leiderschap opnemen in de ontwikkelingslanden, maar een leiderschap dat dan ook effectief de ontwikkeling ten goede komt.
Niets brengt meer schade toe aan een nieuwe waarheid dan een oude vergissing. We kunnen onmogelijk een nieuwe etappe van internationale samenwerking aanvatten, met heel het gewicht van het verleden. Behalve dit gewicht van de geschiedenis is er het gewicht van de militaire uitgaven. Die zijn een belediging voor de tweehonderd miljoen Latijns-Amerikanen die wegkwijnen in armoede. Het moment is gekomen dat de internationale financiële wereld het kaf van het koren leert scheiden en eens duidelijk berekent welke uitgaven nodig zijn om mensen een betere levensstandaard te geven, en welke dat niet doen. Wij zijn er fier op dat de militaire uitgaven in Latijns-Amerika in 2007 slechts  36 miljard dollar bedroegen en dat we een uitzonderlijke regio zijn die afgezien van Colombia, geen  militair conflict kent. 
Met de uitgaven voor één gevechtsvliegtuig Sukhoi SU-30K kunnen we 200.000 computers kopen voor onze studenten. Met het geld dat men uitgeeft aan één helicopter Black Hawk zou men gedurende een jaar een studiebeurs van 100 dollar per maand kunnen betalen aan 5000 Latijns-Amerikaanse jongeren. De ontwikkelde landen in de wereld kunnen niet langer hun steun en financiële middelen geven aan landen die verkiezen hun soldaten van munitie te voorzien, eerder dan hun jongeren vorming te geven.
Het is daarom, afgevaardigden hier aanwezig, dat mijn regering “De Consensus van Costa Rica” heeft uitgebracht. Die wil een stimulans zijn om mechanismen te creëren om schuld kwijt te schelden en financiële middelen ter beschikking te stellen aan ontwikkelingslanden die steeds meer investeren in onderwijs, gezondheidszorg, huisvestiging en ecologie, en steeds minder in wapens en soldaten. Ik koester de hoop, samen met jullie, dat die Consensus van Costa Rica op een dag realiteit mag worden.
Ik hoop ook dat we nog een ander project kunnen waarmaken, dat daar heel sterk mee verbonden is. Costa Rica heeft in de VN ook een verdrag voorgesteld over de overdracht van wapens. Dat verdrag verbiedt landen om wapens over te maken aan groepen of individuen, wanneer het sterke vermoeden bestaat dat die wapens zullen aangewend worden om de mensenrechten of het internationaal recht te schenden.
Hoe lang nog kunnen we ons hoofd in het zand steken en niet onder ogen zien dat massa’s mensen dag na dag een beetje laten sterven even verwerpelijk is als evenveel mensen laten omkomen in één dag. De vernietigingskracht van 640 miljoen kleine wapens – waarvan 64 procent in handen is van burgers- is dodelijker dan de kernwapens, zo is bewezen. Het is een van de belangrijkste factoren die zorgen voor onveiligheid voor burgers, zowel nationaal als internationaal. De angst om de sterven kan toch niet de geheimtaal zijn waarin men de toekomst van onze volkeren schrijft. Vooral omdat we vandaag over instrumenten beschikken om deze vernietigingskracht te bezweren.
Er rest me nog één thema om hier onder de aandacht te brengen. Een onderwerp dat ook te maken heeft met geweld en vernieling, niet enkel tegen het menselijke leven maar tegen alle levensvormen. Elk bos dat we omhakken, elke ton CO2 die we uitstoten, elke rivier die we bezoedelen, is een stap dichter bij het uitsterven van onze soort. Eens we die drempel bereikt hebben, rest er ons geen sprankel hoop meer, zoals aan de poorten van de hel in het verhaal van Dante. Ik weiger getuige te zijn van de doortocht van de mensheid door die poort.
Jaren geleden had de ex-president van Costa Rica, José Figueres, de moed om het leger af te schaffen en zo een boodschap van vrede te brengen aan de mensheid.
Wij hebben nu de beslissing genomen om de vrede met de natuur af te kondigen. Wij hebben beslist tegen 2021 -dat is op de 200 ste verjaardag van onze onafhankelijkheid-  CO2 neutraal te zijn. Vorig jaar waren wij, met de aanplant van vijf miljoen bomen, het land dat het meeste aantal bomen per capita en per vierkante meter had geplant. In 2008 zullen we nog zeven miljoen bij planten. Wij staan mee aan het hoofd van een internationale campagne tegen de opwarming. Vandaag vraag ik u allen, heel nederig, om ons voorbeeld te volgen.
De globale opwarming heeft het mogelijk gemaakt dat er nu olijven groeien aan de kusten van Groot-Brittannië. Voor de wetenschappers is dit een zeer alarmerend gegeven. In tegenstelling tot het beeld uit de bijbel zal dit keer de duif geen olijftak aandragen als teken van rust en vrede en hoop, maar als een signaal van gevaar. Laat die duif, tot de verste uithoek van de wereld, komen aandragen met de wil van alle landen wereldwijd om zich in te zetten voor een een andere gang van zaken in de wereld. Alleen samen zullen we een nieuwe alliantie kunnen stichten, niet enkel van God met de mensheid, maar een alliantie van de mensheid met Gods schepping.
De grote Argentijnse auteur, Jorge Luis Borges, zei heel vaak dat hij zich een verbannen Europeaan voelde, waarmee hij een allusie maakte op de Europese herkomst van een groot deel van de Latijns-Amerikaanse bevolking. De voorbije eeuw was er een van vermenging en uitwisseling en het kan goed zijn dat er vele Amerikanen in ballingschap hier in Europa zijn. We worden gescheiden, enerzijds door het geografische gegeven van de oceaan, en anderzijds door een historisch gegeven van een slinger die ons verenigt en scheidt naar gelang de omstandigheden. Ik denk dat de tijd gekomen is om die slinger vast te zetten op het moment dat ons verenigt, zoals we 180 miljoen jaren geleden verenigd waren toen Europa nog verenigd was met Amerika en het mogelijk was te voet van Parijs naar New York te gaan. 
Wij behoren allen tot eenzelfde biologische soort, een soort die over de mogelijkheden beschikt om de mooiste bloemen te plukken uit de tuin. Onze dromen zijn gemeenschappelijk erfgoed. Onze beslissingen hebben hun weerslag op het leven van anderen, of we dat nu willen of niet. Dat hoeft geen bedreiging te zijn, maar kan een schitterende opportuniteit zijn.
Zoals onze grootste Costaricaanse dichter Jorge de Bravo zei: “het is prachtig te beseffen dat we de meest afgelegen dromen tot werkelijkheid kunnen brengen, dat we in de verte kunnen staren zonder op hinderpalen te stoten. Omdat alles waar we onze blik op richten, samen met ons, oneindig wordt.”  
Ik twijfel er niet aan dat we die onbegrensde mogelijkheden weten te benutten voor het goed van allen, van Europeanen en Amerikanen. En dat we samen zij aan zij de ster kunnen zijn die oplicht als baken van meer rechtvaardigheid en vrijheid.” 
(opgetekend Alma De Walsche)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.