Toestand in Irak noopt Washington tot bijstellen unilaterale koers

Wie alleen een oorlog begint, moet niet verbaasd
zijn dat hij ook alleen de klus moet klaren. Dat lesje heeft Washington al
geleerd. Maar de vrede in een kruitvat als het naoorlose Irak bewaren, lukt
zelfs een grootmacht niet. Dat lesje leert Washington nu. Het lijkt
contradictorisch, maar precies door hun militaire aanwezigheid in Irak,
komen de Verenigde Staten onder druk hun unilaterale koers bij te stellen.


Dat er meer soldaten nodig zijn om de orde te handhaven in Irak, blijkt
iedere keer als een Amerikaanse soldaat het leven laat in een aanslag. Het
aantal soldaten dat op die manier na het officiële einde van de oorlog in
Irak om het leven kwam, ligt intussen op 32. De vraag is wie die nieuwe
soldaten moet leveren.

“Andere landen”, zegt de Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld.
Maar die andere landen zijn niet geneigd toe te happen zolang Washington
vasthoudt aan zijn unilaterale koers en het zelf voor het zeggen wil hebben
in het naoorlogse Irak. Dus Amerika zelf, luidt dan de conclusie. Maar in
eigen land bestaat er steeds minder politieke en financiële draagkracht op
een nieuwe vermeerdering van de troepen in Irak op te vangen.

Opiniepeilingen geven aan dat steeds minder Amerikaanse burgers vinden dat
hun regering goed werk levert in Irak. Ze zijn onder de indruk van
beweringen van gepensioneerde legergeneraals die op televisie vertellen dat
de 148.000 Amerikaanse en 12.000 buitenlandse troepen in Irak niet volstaan
om stabiliteit te garanderen. De verklaringen komen aan als een slag in het
gezicht van de minister van Defensie, Donald Rumsfeld, en zijn medewerker
Paul Wolfowitz, die steeds hebben beweerd dat 50.000 soldaten de controle
konden bewaren. Sommige militaire experts denken dat minstens 300.000
militairen nodig zijn.

Door de manifeste misrekening loopt de factuur van de oorlog verder op.
Rumsfeld zei deze week dat de bezetting van Irak vier miljard dollar per
maand kost, dat is zowat het dubbele van wat voor de oorlog werd begroot.
Terwijl dinsdag bekend werd dat de Amerikaanse begroting een recordtekort
vertoont, moest Rumsfeld bovendien toegeven dat de militaire uitgaven nog
verder de hoogte in moeten. Door de patstelling in Irak komt de Amerikaanse
regering zowel in het binnen- als in het buitenland onder druk toegevingen
te doen aan de internationale gemeenschap.

Democratische kandidaten voor het presidentschap ruiken bloed. “We moeten
rekening houden met een scenario van een mislukking in Irak”, zegt senator
John Edwards, die bekend staat als een “milde” Democraat, met sympathieën
voor de Republikeinse visie op het buitenland. Hij roept op tot een meer
“globale visie op het probleem”.

Ook Republikeinen beginnen de nood in te zien van samenwerking met
multilaterale organen als de Navo en de Verenigde Naties. De Senaat, waar de
republikeinen de meerderheid hebben, keurde vorige vrijdag een niet-bindende
resolutie goed waarin de regering werd opgeroepen een toenadering naar de
Navo en de VN te doen.

Het idee achter die oproep is dat ook andere landen hun
verantwoordelijkheden moeten nemen. Maar die zijn niet allemaal bereid om plotsklaps voor Washington in de bres te springen, na een negatief oordeel binnen de VN-veiligheidsraad over de oorlog in Irak.

Minister Rumsfeld zei vorige week dat Washington “zeventig, tachtig,
negentig” landen had aangesproken om hulp te leveren. Maar het ziet er naar
uit dat weinige van die landen troepen naar Irak zullen sturen. Maandag liet
India nog verstaan dat het geen soldaten levert zonder de militaire operatie
in Irak “over een duidelijk VN-mandaat beschikt”. Het Pentagon, het
Amerikaanse ministerie van Defensie, had erop gerekend dat India minstens
20.000 troepen zou sturen.

Een bron binnen het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, dat met
minister Colin Powell meer dan Defensie een voorstander is van
internationale samenwerking, zei aan IPS te hopen dat “de haviken van de
regering Bush inzien dat hun arrogantie en hun unilaterale aanpak van het
conflict geen vruchten afwerpt”. Al gaf hij toe dat “het nog een tijdje kan
duren voordat ze dat echt beseffen”.

Jim Lobe

Ref: na ip
POLITIEK/VS: Toestand in Irak noopt Washington tot bijstellen unilaterale
koers

WASHINGTON, 16 juli (IPS) – Wie alleen een oorlog begint, moet niet verbaasd
zijn dat hij ook alleen de klus moet klaren. Dat lesje heeft Washington al
geleerd. Maar de vrede in een kruitvat als het naoorlose Irak bewaren, lukt
zelfs een grootmacht niet. Dat lesje leert Washington nu. Het lijkt
contradictorisch, maar precies door hun militaire aanwezigheid in Irak,
komen de Verenigde Staten onder druk hun unilaterale koers bij te stellen.

Dat er meer soldaten nodig zijn om de orde te handhaven in Irak, blijkt
iedere keer als een Amerikaanse soldaat het leven laat in een aanslag. Het
aantal soldaten dat op die manier na het officiële einde van de oorlog in
Irak om het leven kwam, ligt intussen op 32. De vraag is wie die nieuwe
soldaten moet leveren.

“Andere landen”, zegt de Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld.
Maar die andere landen zijn niet geneigd toe te happen zolang Washington
vasthoudt aan zijn unilaterale koers en het zelf voor het zeggen wil hebben
in het naoorlogse Irak. Dus Amerika zelf, luidt dan de conclusie. Maar in
eigen land bestaat er steeds minder politieke en financiële draagkracht op
een nieuwe vermeerdering van de troepen in Irak op te vangen.

Opiniepeilingen geven aan dat steeds minder Amerikaanse burgers vinden dat
hun regering goed werk levert in Irak. Ze zijn onder de indruk van
beweringen van gepensioneerde legergeneraals die op televisie vertellen dat
de 148.000 Amerikaanse en 12.000 buitenlandse troepen in Irak niet volstaan
om stabiliteit te garanderen. De verklaringen komen aan als een slag in het
gezicht van de minister van Defensie, Donald Rumsfeld, en zijn medewerker
Paul Wolfowitz, die steeds hebben beweerd dat 50.000 soldaten de controle
konden bewaren. Sommige militaire experts denken dat minstens 300.000
militairen nodig zijn.

Door de manifeste misrekening loopt de factuur van de oorlog verder op.
Rumsfeld zei deze week dat de bezetting van Irak vier miljard dollar per
maand kost, dat is zowat het dubbele van wat voor de oorlog werd begroot.
Terwijl dinsdag bekend werd dat de Amerikaanse begroting een recordtekort
vertoont, moest Rumsfeld bovendien toegeven dat de militaire uitgaven nog
verder de hoogte in moeten. Door de patstelling in Irak komt de Amerikaanse
regering zowel in het binnen- als in het buitenland onder druk toegevingen
te doen aan de internationale gemeenschap.

Democratische kandidaten voor het presidentschap ruiken bloed. “We moeten
rekening houden met een scenario van een mislukking in Irak”, zegt senator
John Edwards, die bekend staat als een “milde” Democraat, met sympathieën
voor de Republikeinse visie op het buitenland. Hij roept op tot een meer
“globale visie op het probleem”.

Ook Republikeinen beginnen de nood in te zien van samenwerking met
multilaterale organen als de Navo en de Verenigde Naties. De Senaat, waar de
republikeinen de meerderheid hebben, keurde vorige vrijdag een niet-bindende
resolutie goed waarin de regering werd opgeroepen een toenadering naar de
Navo en de VN te doen.

Het idee achter die oproep is dat ook andere landen hun
verantwoordelijkheden moeten nemen. Maar die zijn niet allemaal bereid om plotsklaps voor Washington in de bres te springen, na een negatief oordeel binnen de VN-veiligheidsraad over de oorlog in Irak.

Minister Rumsfeld zei vorige week dat Washington “zeventig, tachtig,
negentig” landen had aangesproken om hulp te leveren. Maar het ziet er naar
uit dat weinige van die landen troepen naar Irak zullen sturen. Maandag liet
India nog verstaan dat het geen soldaten levert zonder de militaire operatie
in Irak “over een duidelijk VN-mandaat beschikt”. Het Pentagon, het
Amerikaanse ministerie van Defensie, had erop gerekend dat India minstens
20.000 troepen zou sturen.

Een bron binnen het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, dat met
minister Colin Powell meer dan Defensie een voorstander is van
internationale samenwerking, zei aan IPS te hopen dat “de haviken van de
regering Bush inzien dat hun arrogantie en hun unilaterale aanpak van het
conflict geen vruchten afwerpt”. Al gaf hij toe dat “het nog een tijdje kan
duren voordat ze dat echt beseffen”.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift