Togo bouwt aan zijn toekomst met geld uit Brussel

Op 20 september jongsleden toont TVT, de Togolese staatszender, beelden van een zegevierende Togolese premier Gilbert Fossoun Houngbo. Net terug uit Brussel als vertelt hij de Togolezen minzaam glimlachend dat de Togolese delegatie de weddenschap in Brussel gewonnen hebben (“Nous avons gagné le pari à Bruxelles”).
De nieuwe regering wacht nu enkel nog de taak de verwachtingen van de Togolezen in te lossen door verder te werken aan de structurele hervormingen die enkele jaren geleden gestart zijn, aldus nog Houngbo. Deze triomfantelijke beelden zullen die dag en de dag daarna nog vele malen getoond worden op het Togolese scherm. Ook Louis Michel is niet van dat scherm weg te slaan: fragmenten uit zijn speech en van de gezamenlijke persconferentie met premier Houngbo worden gretig vertoond.
Op 18 en 19 september vond in de zetel van de Europese Commissie te Brussel de conferentie van de partners voor de ontwikkeling van Togo plaats. Die donorlanden zijn onder andere Frankrijk, Duitsland, Italië, VSA, China, Algerië, Saoudi-Arabië, Libië. Ook vertegenwoordigers van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank waren aanwezig. Gastheer van dienst, Louis Michel, Europees Commissaris voor Ontwikkelingssamenwerking, liet niet na om in zijn betoog de loftrompet te steken over de gunstige politieke en sociaal-economische koers die de Togolese overheid volgens de commissaris sinds kort vaart. Met name prees hij president Fauré Gnassingbé, die volgens Michel goed bezig is met de uitvoering van het Globaal Politiek Akkoord dat onder toezicht van de EU en CEDEAO (Communauté Economique des Etats de l’Afrique de l’Ouest) in augustus 2006 getekend werd door de belangrijkste spelers op het Togolese politieke toneel.
Dit consensusakkoord wordt geacht de prille democratie in het land te consolideren en de nationale eenheid en sociale vrede te bevorderen. In november 2007 had Michel overigens al aangekondigd dat Europa van plan was de (economische) sancties tegen Togo op te heffen. Die sancties waren er gekomen nadat bleek dat de oude dictator Eyadema Gnassingbé, vader van de huidige president, zich hardnekkig bleef verzetten tegen de normale gang van het democratiseringsproces en vond dat respect voor mensenrechten iets is voor doetjes. Eyadema wist zijn regime jarenlang in stand te houden door naar hartelust verkiezingen te vervalsen en de oppositie genadeloos te onderdrukken.
Met andere woorden, na jaren verstoken te zijn van westerse hulp, zou Togo opnieuw kunnen rekenen op Europese financiële steun en dat dankzij de vermeende inspanningen van zoon Gnassingbé. Een eerste schijf Europees geld werd reeds in het voorjaar vrijgemaakt. En nu doen een aantal donorlanden hun duit in het zakje. “600 milliards de F CFA accordés au Togo!” kopte de krant Golfe Info op 22 september triomfantelijk. Omgerekend komt dit bedrag ongeveer neer op 900 miljoen euro over een periode van 3 jaar.
Inderdaad, Togo heeft financiële hulp hard nodig. Het land en vooral de hoofdstad Lomé maken vandaag een behoorlijk vervallen indruk. De infrastructuur van Togo bevindt zich in een bedenkelijke toestand. Een toestand die de afgelopen tijd overigens nog verergerd werd door de felle regens die delen van het land onder water hebben gezet en het zo al lamentabele wegennet nog zwaarder hebben beschadigd. In deze periode van het jaar veranderen de veelal onverharde straten van Lomé om de haverklap in stinkende modderpoelen waarin het rottend vuil zich ophoopt. Door de stijgende armoede neemt de criminaliteit in de hoofdstad toe. Een taxirit door nachtelijk Lomé leert snel dat heel wat mensen de nacht onder de blote hemel moeten doorbrengen, regen of geen regen. Kortom, doordat het land gedurende jaren geen buitenlandse hulp van betekenis heeft ontvangen, is de economie van het land er belabberd aan toe. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de Human Development Index – jaarlijks berekend door UNDP (United Nations Development Program) op basis van de parameters levensverwachting, alfabetiseringsgraad en inkomen – voor Togo sinds 2000 een negatieve tendens vertoont.
Zonder meer een goede zaak dus, dat de hulp terug op gang komt. Liever laat dan nooit. Maar toch is niet iedereen in Togo onverdeeld enthousiast over het beloofde geld. Kritische krantencommentatoren – op zich al een teken dat het tegenwoordig iets beter gaat met de democratie in het land – stellen zich vragen bij het triomfalisme van de overheid. “La montagne a accouché d’une souris” bloklettert de bi-hebdomadaire Forum de la Semaine daags na de donorconferentie. Of vrij vertaald, ze zijn teruggekomen met een luchtspiegeling. Of nog, 600 miljard FCFA voor een land zonder wegen of bruggen is duidelijk te weinig.
De krant merkt bovendien fijntjes op dat heel wat staatsbedrijven, zoals Togotélécom, een zakencijfer hebben dat jaarlijks vele honderden miljarden FCFA bedraagt. In het krantenartikel wordt openlijk de vraag gesteld wat er met die miljarden gebeurt en wat er zal gebeuren met het beloofde internationale geld. Zijn het niet immers de vriendjes van de president die de staatsbedrijven besturen en die de beslissingen nemen in de staatsinstellingen? Dimas Dzikodo vraagt zich in zijn opiniestuk onomwonden af op welke manier en door wie die miljarden zullen beheerd worden. Hij twijfelt er blijkbaar aan dat Togo vandaag over beleidsmensen beschikt wier handen zuiver zijn en die bovendien in staat zouden zijn om het land goed te besturen.  En net dat goed bestuur is voorwaarde voor blijvende hulp van het Westen…
Ben Tchak schrijft in Courrier de la République van 22 september dat de president in drie jaar tijd reeds aan zijn vierde premier toe is. Wat veel, vindt hij. Gilbert Houngbo, een academicus die doorgaans omschreven wordt als een technocraat, heeft begin september een belangrijke directeursfunctie bij de UNDP geruild voor het onzekere premierschap. De hamvraag luidt volgens Tchak dan ook of Houngbo in staat zal zijn het werk af te maken en vooral het tij te doen keren. Met andere woorden zal hij in staat blijken met de hulp van het Westen, Togo definitief uit het slop te halen?
De oppositie twijfelt niet zozeer aan de competentie van de nieuwe premier, maar viseert vooral het systeem RPT (Rassemblement du Peuple Togolais), de machtspartij van de president die al jarenlang het politieke klimaat in Togo bepaalt. Oud-minister van volksgezondheid, Dr David Ihou, merkt in de Liberté op dat Houngbo gekozen heeft voor een logge, technocratische regering met maar liefst 27 ministers. Volgens Ihou geeft Houngbo hiemee een verkeerd signaal aan de buitenwereld. Een regering met minder ministers zou volgens Ihou veel slagvaardiger zijn geweest en bovendien minder kosten. De oud-minister rekent de lezer voor dat dit kabinet de staat ongeveer 3 miljard FCFA per jaar zal kosten, en hij kan het natuurlijk weten…
De Togolese overheid zet haar charme-offensief overigens verder. Afgelopen zaterdag 27 september, heeft Koffi Esaw, de Togolese Minister van Buitenlandse Zaken, de algemene vergadering van de Verenigde Naties in New York toegesproken en er benadrukt dat Togo wel degelijk aan het veranderen is. Hij wees met name op de keuze voor een pragmatische politiek die gestoeld zou zijn op drie fundamentele pijlers: nationale verzoening, vermindering van de armoede en de versterking van de rechtsstaat. De nieuwe regering zal ook grondig werk maken van de strijd tegen de corruptie en zich inspannen om goed te besturen, aldus Esaw.
Men kan in elk geval gewagen van goede voornemens. Zoveel is zeker. Vraag is of het bovengenoemde “système RPT” zal toelaten dat premier Houngbo die beloften waarmaakt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2945   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Erik Gobbers bestudeert stedelijke socio-culturele verenigingen in Lubumbashi in het kader van zijn thesis aan de VUB, in samenwerking met een onderzoekscentrum van de Universiteit van Lubumbashi.