Top Informatiesamenleving dekt problemen handig toe

De eerste ronde van de Wereldtop over de Informatiesamenleving die woensdag in Genève is begonnen, stevent op een diplomatiek succes af. De meningsverschillen die de voorbije twee jaar het voorbereidingsproces overschaduwden, zijn al voor het grootste deel van de baan. De twee grote knelpunten - wie betaalt het dempen van de digitale kloof en wie gaat het internet beheren - zijn naar later doorgeschoven.



De Afrikaanse landen, die met grote infrastructuurnoden kampen, hadden gehoopt op onmiddellijke toezeggingen over een Digitaal Solidariteitfonds. Maar de industrielanden lijken niet geneigd daar extra hulpgeld voor vrij te maken. Dinsdag werd een compromis bereikt om het voorstel eerst een jaar lang te laten onderzoeken door de VN. De industrielanden willen de infrastructuurnoden in de ontwikkelingslanden in de eerste plaats oplossen door privé-investeringen aan te moedigen.

Het beheer van het internet, het tweede knelpunt, wordt uitgebeend in een werkgroep die pas rond moet zijn met haar conclusies tegen de WSIS-top in Tunis, in november 2005. Nogal wat ontwikkelingslanden zouden willen dat de VN of de Internationale Telecommunicatie-unie (ITU) bevoegd worden voor het toekennen van IP-adressen, het beheer van de toewijzing van domeinnamen en de technische regelgeving in verband met het internet. Die taken zijn nu nog in handen van de ICANN, een Amerikaanse onderneming. De werkgroep moet zich verder ook buigen over ongewenst e-mailverkeer (‘spam’), de bescherming van de privacy op het internet, de strijd tegen internetmisdaad en de beveiliging van het internet zelf.

Niet iedereen is tevreden met de compromissen die in Genève opeens zo vlot worden gevonden. De niet-gouvernementele beweging, die ongekende mogelijkheden kreeg om te participeren aan de voorbereiding van de top, klaagt over de verwatering van de uitgangspunten en doelstellingen en het ontbreken van harde afspraken over de uitvoering van alle voornemens. De ngo’s, die in het WSIS-proces waren gestapt in de hoop een blauwdruk te kunnen uittekenen voor een ideale informatiesamenleving, moesten zelfs alle zeilen bijzetten om te verhinderen dat de voor de hand liggende garanties inzake meningsvrijheid en verwijzingen naar de maatschappelijke rol van de media helemaal uit de officiële teksten verdwenen.

Renate Bloem, de directeur van de ngo-koepel CONGO, zegt toch dat ze trots is op de rol die de civiele samenleving in het WSIS-proces speelt. Volgens haar hebben de ngo’s er mee voor gezorgd dat de mens centraal werd geplaatst in het aanvankelijk voornamelijk technisch en economisch georiënteerde debat over de informatie- en communicatietechnologieën. Toegang tot informatie, gelijke kansen in de ICT-revolutie, vrijheid van informatie en bescherming tegen culturele dominantie zijn enkele van de punten waarop de ngo’s de aandacht hebben gevestigd.

Maar wat kopen de ngo’s voor de vage verwijzingen naar de principes waarvoor ze zijn opgekomen? De slotverklaring bevestigt het universele recht om informatie te zoeken en te verspreiden, maar Ronald Koven, de Europese vertegenwoordiger van het World Press Freedom Committee, zegt dat hij meer opgezet zou zijn geweest met maatregelen die de talrijke landen onder druk zetten die zich niet aan dat beginsel houden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3068   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift