Transitie in Letland

Als grote structurele ingrepen niet meteen een uitweg bieden uit de crisis, zijn er nog altijd lokale groepen die nieuwe sporen trekken. De kracht van die lokale initiatieven is zelfs Europa opgevallen. Eind vorig jaar ging de Prijs van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) naar het Transitie Netwerk in diverse Europese steden.

  • Ikskile Transition Initiative Guntis Vilnitis is lid van het transitie-initiatief van Ikskile en bracht henneptelers en verwerkers samen in de Letse Hennepindustrie Associatie. Die promoot het gebruik van herbruikbare materialen en produceert bouwmateriaal, verwarmingspellets en henneptextiel. Ikskile Transition Initiative
  • Ikskile Transition Initiative Arturs Polis, student en betrokken bij het transitie-initiatief van Ikskile geeft een lezing over permacultuur en tuinieren aan lokale bewoners. Ikskile Transition Initiative

Energie is voor de Europese Unie in het verleden vaak het verbindend element geweest. Eerst was er de EGKS, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Daarna volgde Euratom. Vandaag staat Europa voor de gigantische opdracht om een energietransitie te realiseren naar een model voor efficiënte en hernieuwbare energie. Dat kan niet zonder een actieve betrokkenheid van de civiele samenleving, zo oordeelde Staffan Nilsson, voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC). Dat EESC fungeert als een brug tussen de burgers en de Europese Commissie en reikt jaarlijks een prijs uit aan een opvallend burgerinitiatief. De prijs voor 2012, ter waarde van 15.000 euro, ging naar het Transitie Netwerk dat inmiddels wortel heeft geschoten in verschillende Europese landen. Negentien commissieleden bezochten transitie-initiatieven in tien landen, waaronder Italië, Portugal, België (Ath), Frankrijk, Letland en Groot-Brittannië. Ze keerden bijzonder geïnspireerd terug. ‘Het aanstekelijke aan deze initiatieven is dat ze de crisis vertalen naar nieuwe mogelijkheden’, zo klonk het achteraf op de rapporteringssessie in Brussel. ‘De sneeuwbal is aan het rollen.’

Vooral het Letse transitie-initiatief van Ikškile, een slaapstadje op zo’n veertig kilometer van hoofdstad Riga, liet zich opmerken. Het is bovendien het enige transitie-initiatief in de Baltische Staten. Letland is een van de landen die zwaar getroffen is door de Europese crisis. De werkloosheid is hoog, de levensduurte ligt op het Europese niveau maar het minimumloon is niet hoger dan 200 euro. ‘Bovendien heerst in Letland een groot wantrouwen ten aanzien van politici’, zegt Andris Gobinš, lid van het EESC en zelf Let. ‘Mensen geloven er niet meer in. Het besef dat, als ze ergens willen komen, ze het zelf moeten doen, leeft er heel sterk.’

Zo voelde ook Arturs Polis, een jonge student, het aan. In november 2009 trok hij naar Findhorn, Groot-Brittannië, en volgde er een opleidingscursus voor Ecovillage Design en Transition Town-initiatieven. Arturs: ‘Na die cursus was er een klik die me deed beseffen dat ik in mijn eigen omgeving aan de slag moest met die nieuwe inzichten.’ Polis nodigde een publiek uit voor de vertoning van de film Home met daaraan gekoppeld een uitwisseling over transition towns. ‘Maar het was pas in september dat ik mensen ontmoette die effectief mee van start wilden gaan.’

In maart 2011 werd het Ikškile Transition Initiative (ITI) officieel boven de doopvont gehouden en in juli 2011 erkend als een officiële ngo. Intussen werd de website al meer dan 26.000 keer bezocht, heeft ITI 88 volgers op Twitter en haalde het maar liefst 180 keer de pers. De kerngroep in Ikškile telt zeven personen. Ze organiseren initiatieven rond energiebesparing, een opleiding permacultuur voor scholen, het muziekfestival Het lied van de rivier met workshops, kunstinstallaties en concerten en het project Groene films voor een groen Ikškile. Ze speelden het Mobiliteitsspel over duurzame mobiliteit en zetten een bedrijfje op dat streekproducten op de markt brengt –champignons, denappels, hennep, berkensap en berkensapchampagne.

Hoewel de banden met de lokale overheid niet echt nauw zijn, werden de kernleden vorig jaar toch geconsulteerd als deskundigen in een project over energie-efficiëntie. In 2013 leggen ze een demonstratietuin aan voor de permacultuuropleiding. Het soort mensen dat op de initiatieven afkomt, is divers: ondernemers, mensen uit de ngo-wereld en kunstenaars maar evengoed werklozen, alleenstaande moeders en studenten. Het geheim van het succes? Arturs: ‘Het is heel belangrijk de juiste mensen te vinden en een trekker te hebben. En vervolgens bestaat de kunst erin voort te bouwen op wat er al leeft.’ Zelfbeheer, lokale verankering en duurzaamheid zijn de sleutelwoorden.

ITI wil in de lokale gemeenschap bewustzijn creëren rond klimaatverandering, piekolie en grondstoffenschaarste. Dat doet het door heel concrete projecten uit te werken rond een meer lokale economie, een “cultuur van het genoeg” en een duurzame levensstijl. Maar bovenal is het doel een zinvol en gelukkig leven te kunnen leiden. Andris Gobinš: ‘In essentie komt het erop neer onze afhankelijkheid te verminderen van petroleum en van supermarkten, waarvan de producten lange afstanden hebben afgelegd. Een ander belangrijk principe is te leren leven mét de natuur in plaats van tegen de natuur in. En om zo al doende, een nieuwe cultuur en een nieuwe levensstijl uit te bouwen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3093   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.