Tunesiërs protesteren

Deze fiche over de protesten in Tunesië maakt deel uit van een reeks over de omwentelingen in de Arabische wereld.

Sinds:
Op 17 december 2010 stak Mohamed Bouazizi zichzelf in brand en ontketende daarmee een revolutie die heel de Arabische wereld op zijn kop zou zetten.

Waar:
Het begon in de Sidi Bouzid regio en breidde zich uit naar overal in het land, maar het protest was toch voornamelijk in de steden.

Eisen:
De belangrijkste eis was het aftreden van de president Zine El Abidine Ben Ali. Nu dat ze dat hebben verwezenlijkt, zijn vrijheid, waardigheid, sociale rechtvaardigheid, werk en democratie hun prioriteiten.

Voedingsbodem:
Tunesië is waarschijnlijk een van de meest ontwikkelde landen in de regio, maar het gemiddelde inkomen van de Tunesiërs ligt nog altijd lager dan in de armste Europese lidstaten. Jaarlijks studeren er meer dan 80.000 mensen af aan zijn universiteiten en hogescholen. Het probleem is dat de vacatures vooral in de toeristische of textielsector zijn en dus gericht zijn op laaggeschoolden. Een groot deel van de hogeropgeleide jeugd heeft geen baan (40 procent) of werkt onder het opleidingsniveau.

Mobiliserende groepen:
De Tunesische jeugd draagt de revolutie en dan vooral de studenten. Daarnaast zijn het vooral de advocaten die de straten optrekken

Krijgen steun van:
De Tunesische vakbonden betoonden grote steun aan de betogers en riepen overal in het land op tot stakingen tegen het regime. Daarnaast kregen ze ook steun van de Tunesische balie voor advocaten. Steun kwam ook uit zeer onverwachtse hoek, want ook gedetineerden kwamen op vele plaatsen in opstand en werden zeer hard onderdrukt. Ook de groep computerhackers die het tevoren al opnamen voor Julian Assange van Wikileaks, mengde zich in de strijd en legde een tiental regeringswebsites plat.

N°1:
President Zine El Abidine Ben Ali was de nummer 1 en ook diegene tegen wie het protest was gericht. Hij trad af op 14 januari en verliet het land. Tunesië vraagt nu wel zijn uitlevering zodat hij kan terecht staan.

Mohammed Ghannouchi trachtte daarna de macht over te nemen, maar had de grondwet daarbij niet aan zijn zijde. Fouad Mebazaa, de voorzitter van het parlement, legde de eed af als interim-president. Hij vroeg aan Ghannouchi om een regering van nationale eenheid op te zetten. Daarvan is Ghannouchi opnieuw premier, maar hij en andere voormalige aanhangers van Ben Ali blijven onder vuur liggen. Ghannouchi nam ondertussen ontslag en Al-Baji Ca’ed al-Sebsi volgde hem op.

Regeringspartijen:
Rassemblement Constitutionnel Démocratique (RCD) is de partij van ex-president Ben Ali. Het was een seculiere, conservatieve partij. In de verkiezingen van 2009 haalde de partij 84 procent van de stemmen en had daarmee de absolute meerderheid in het parlement. In februari werd de partij geschorst en maart ontbond een rechtbank de RCD.

Oppositie:
De sociaaldemocratische beweging (Harakat al-Dimocratiyin al-Ishtirakiyin), de Parti de l’Unité Populaire, Union Démocratique Unioniste, de sociaal-liberalen, de groenen en de ex-communisten van Ettajdid vormen de oppositie in het parlement, maar hebben samen slechts 53 zetels op een totaal van 214.

Naast het parlement zijn er nog andere oppositiebewegingen. De belangrijkste hiervan is de islamistische Nahdha- of Renaissancebeweging van Rachid Ghannouchi (geen familie van de premier) die door de revolutie na 20 jaar kon terugkeren naar zijn land. Hij noemt zich zelf gematigd islamistisch en ontkent elke band met Iran en de ayatollahs.

Balans:
Het begon allemaal met een 26-jarige die zichzelf in brand stak. Deze overleed pas enkele weken na 17 december aan zijn verwondingen. In heel de Jasmijnrevolutie zijn zeker 66 doden gevallen. Het grootste deel hiervan werden gedood tijdens opstanden in de gevangenissen.

Straffe uitspraak:
“What is shocking is that if this happened in Iran or in Moscow, then it would be on all global media, but because this is Tunisia, nobody cares.” - Mohamed Ben Madani van de Maghreb Review

Reactie:
Aanvankelijk werden de protestacties hardhandig onderdrukt. Toen het protest bleef duren, beloofde president Ben Ali in 2014 geen kandidaat te zijn om zichzelf op te volgen. De dag daarop (14 januari) ontsloeg hij zijn regering en verliet hij het land. Meebaza volgde hem op en is verplicht binnen de termijn van 60 dagen presidentsverkiezingen te organiseren. Ondertussen vroeg hij aan Ghannouchi om een regering van nationale eenheid te vormen. Die regering blijft redelijk onstabiel. Elke keer dat het volk de straat op trekt, worden enkele ministers vervangen. Het volk eist nog altijd het ontslag van premier Ghannouchi die toch beloofd heeft af te treden als er verkiezingen komen. Op 28 februari nam Ghannouchi ontslag en Al-Baji Ca’ed al-Sebsi volgde hem op als premier. Op 9 maart verving de 84-jarige al-Sebsi de zes ministers die de week daarvoor opstapten. De verkiezingen voor een nieuw parlement en president zijn aangkondigd voor 24 juli 2011.

Amerikaans minsister van Buitenlandse Zaken Hilary Clinton heeft de regio bezocht en gesproken met de interim-president. Ze beloofde 20 miljoen dollar om aan de dringendste noden te voldoen.

De revolutie die nu gekend is als de “Jasmijnrevolutie”, was het begin van een ongeziene golf van volksprotest in heel de Arabische wereld en Iran. Egypte was het eerste land dat volgde.

Gecoverd:
De media in Tunesië zijn eigendom van de staat en waren dus niet geneigd om de betogers te steunen. Die moesten hun toevlucht zoeken naar sociale media. Maar ook daar werden acties tegen onder nomen. Heel wat bloggers en journalisten werden gearresteerd en sommigen zijn nog altijd vermist. Bepaalde websites werden geblokkeerd. Ondertussen ging Al Jazeera voort met uitzenden. Sommige loofden de zender voor het vullen van de nieuwsleemte. Anderen echter vonden de rapporten vooringenomen en niet professioneel.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift