‘Turkije moet met drie PKK’s onderhandelen’

Vredesonderhandelingen PKK Turkije

Volgens Turkse bronnen zijn Turkije en PKK-leider Abdullah Öcalan dichtbij een akkoord om  het conflict tussen Turkije en de Koerdische PKK te beëindigen. Maar het proces is bijzonder fragiel en zowel PKK als Ankara moeten nog een aantal horden nemen.

De ontmoetingen tussen Turkije en PKK-leider Abdullah Öcalan startten in december 2012. Deze gesprekken tussen de Turkse onderhandelaar en inlichtingenkopstuk Hakan Fidan en Öcalan gaven groen licht voor het zogenaamde Imrali-proces, een dialoog tussen alle actoren die betrokken zijn bij het Turks-Koerdische conflict. De PKK-leider riep de huidige PKK-kopstukken in een serie brieven op  om een wapenstilstand aan te kondigen op Newroz, het Koerdische Nieuwjaar, op 21 maart. Dat staakt-het-vuren zou dan al in augustus gevolgd worden door het begin van een ontwapening.

Om nu al te spreken over een akkoord, is voorbarig. Maar de kaarten liggen voorlopig wèl gunstig. Het is de eerste keer in ongeveer dertig jaar gewapend conflict dat Turkije rechtstreekse gesprekken aanknoopte met een PKK-leider. ‘Dat we hier in Brussel een dergelijk informatiemoment met Turken èn Koerden samen kunnen organiseren, was tien jaar geleden ondenkbaar’, zegt Amanda Paul van het European Policy Centre in Brussel, waar op 27 februari een panelgesprek met Koerdische en Turkse sprekers plaatsvond. 

Dat Turkije nu samenzit met de politieke Koerdische partij (de BDP), stemt dus hoopvol, maar het proces blijft bijzonder fragiel. Niet alleen binnen de PKK en andere Koerdische splinterpartijen verzetten stemmen zich tegen de huidige dialoog, ook Turkse partijen als de centrumlinkse CHP en de nationalistische MHP tekenen fel verzet aan.

Tijd is rijp

De timing voor de vredesgesprekken is in elk geval verrassend. Het conflict tussen Turkije en zijn Koerdische minderheid zit al jaren in een diepe impasse. De PKK, in 1978 opgericht, begon in 1984 met een gewapende strijd tegen Turkse doelwitten. Hun strijd was een reactie op de decennialange assimilatiepolitiek van Turkije tegenover de Koerdische taal en cultuur. Na de arrestatie van hun PKK-leider Öcalan in 1999, kondigde de PKK een staakt-het-vuren aan, maar dat werd in 2004 doorbroken, een gevolg van de beloofde rechten voor Koerden die er niet kwamen. Sindsdien stonden de Turks-Koerdische partijen herhaaldelijk met getrokken messen tegenover elkaar. Het conflict kostte aan tienduizenden mensen het leven en vandaag zijn er naar schatting nog  5000 gewapende guerilla’s actief binnen en buiten Turkije, met als voornaamste uitvalsbasis de Kandilbergen van Noord-Irak.

In de tweede helft van 2012 voerde de PKK het gewapend conflict ook opnieuw stevig op. Tegelijk dreven de Koerden ook hun vreedzame protesten op, met onder meer protestacties van moeders wiens zonen verdwenen waren en de hongerstakingsacties van honderden Koerdische gevangenen. Volgens Kemal Burkay, voorzitter van de Koerdische rechten en vrijheidspartij HAK-PAR, is het tijdsmoment echter wèl logisch. Het Turkse gerecht draaide het voorbije jaar op volle toeren met spectaculaire processen rond de zogenaamde coupoperaties Ergenokon en Voorhamer. ‘Met die processen heeft Turkije aangetoond dat het in staat is om de onschendbaarheid van de vroegere generaals op te heffen en werk te maken van democratisering’, aldus Burkay. De vraag blijft hoe eerlijk die rechtsgang is. Want volgens mensenrechtenverdedigers wordt de “flou” rond Ergenokon en Voorhamer gebruikt om critici van de Turkse staat onterecht aan te klagen. Ter info: Turkije neemt het niet nauw met vrije meningsuiting. De Turkse staat zakte in de Wereldindex Persvrijheid 2013 van Reporters zonder Grenzen zes plaatsen naar nummer 154.

De inzet

Er wordt op dit moment druk gespeculeerd over de eisenpakketten van de twee partijen: wat krijgen de Koerden als ze hun wapens neerleggen en wat wil Ankara? De regering wil in de eerste plaats een wapenstilstand, een terugtrekking van de Turkse troepen uit de Koerdische regio en de ontwapening van de PKK. ‘Sinds de voorbije zomer heeft Ankara een aantal belangrijke stappen ondernomen om een stevige “fond” te leggen voor gesprekken met de PKK’, zegt Mehmet Özcan, de voorzitter van het Ankara Strategisch Instituut. ‘Dat gaat van de goedkeuring van de gemeentewet die meer macht geeft aan de burgemeesters van grootstedelijke (Koerdische) gemeenten, een derde juridisch hervormingsronde, de goedkeuring van een wet die recht geeft op legale bijstand in de Koerdische taal in de rechtbank, nieuwe regelingen voor bezoekrecht aan gedetineerden…  Let wel, dit zijn stappen in het kader van gesprekken met de PKK, dit gaat niet over hoe Turkije de toekomst ziet van bijvoorbeeld de Koerdische taal en burgerschap. Het Imraliproces zal niet tot een duurzame oplossing leiden als er geen concrete verbetering wordt ingeschreven in de grondwet inzake fundamentele gelijke rechten en vrijheden voor de Turkse Koerden.’

In de Turkse pers wordt stevig gespeculeerd over de Turkse “toegevingen”: het Koerdisch als onderwijstaal, een algemene amnestie die ook voor Öcalan van toepassing is, de invrijheidstelling voor niet-militante kaders van de KCK of de Unie van de Koerdische Gemeenschappen, maatregelen naar economische ontwikkeling in de Turks-Koerdische regio. ‘De pers omschrijft dat als toegevingen’, schrijft een vaste columnist van Today’s Zaman, ‘terwijl het enkel logische stappen zijn naar een verdere democratisering van ons land, geen toegevingen dus.’

Drie PKK’s

‘Een groot probleem in de onderhandelingen met de PKK is dat je niet met één maar met drie PKK’s te maken hebt’, zegt Mehmet Özcan. ‘De grootste, belangrijkste groep is de ideologische groep die zich rond Öcalan  heeft verzameld, via een gewapende of politieke vleugel . Maar daarbuiten heb je ook de maffia-gelieerde PKK, een groep die als doel heeft om via de georganiseerde misdaad aan financiën te komen. De PKK heeft een groot deel van de drugstrafiek van Iran via Turkije naar Europa in handen. Dat gaat om biljoenen dollars. En dan heb je nog de zogenaamde “aannemers of toeleveranciers”, die een relatie  hebben met de PKK-geldschieters in Iran, Irak en Syrië, en geïnfiltreerd zijn in de inlichtingendiensten ginder. Terwijl er absolute hoop is dat Turkije met de ideologische vleugel tot een oplossing kan komen, staan die twee laatste groepen zo’n vredesoplossing mogelijks in de weg.  Wie zegt dat de buitenlandse broodheren van de PKK willen ontwapenen? En hoe doorbreek je die diepgewortelde criminele netwerken met stevige armen naar Europa en in de regio?’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur