Turkijes Europese horizon

Turkije hoopt onder Belgisch EU-voorzitterschap minstens één nieuw hoofdstuk te openen in de toetredingsonderhandelingen.
‘België is een goede vriend van Turkije. Het voorzitterschap moet natuurlijk neutraal zijn, alle beslissingen over Turkije worden samen met de 27 EU-lidstaten genomen. Maar het is belangrijk dat België het proces steunt.’
Aan het woord is Mehmet Simsek, Turks minister van Financiën, op een briefing van het European Policy Centre begin juni in Brussel. Simsek kwam Turkijes verwezenlijkingen op economisch vlak toelichten voor de verzamelde Europese pers.
‘Op zeven jaar tijd is het Turkse bnp verdriedubbeld, van 230 naar 740 miljard dollar. Bovendien komen we ongehavend uit de wereldwijde financiële crisis –zonder enige hulp van buitenaf. Dat was vroeger wel anders, toen moesten we vaak aankloppen bij het Internationaal Muntfonds en co. Maar doordat we de juiste hervormingen hebben doorgevoerd, staat Turkije economisch sterk’, aldus Simsek, die de gelegenheid niet onbenut liet om het belang van Turkijes toetreding tot de EU te onderstrepen.
‘Europa heeft Turkije even hard nodig als wij Europa nodig hebben. Dat zeg ik als een analist die al 17 jaar naar globale economieën kijkt. Als de EU een significante speler wil blijven in de wereldeconomie, dan heeft ze de dynamiek nodig die Turkije aanbiedt. Het is de eeuw van de groeilanden; iedereen heeft het over China en India, maar Turkije is ook zo een groeiland.’
Volgens Simsek helpt de Europese horizon Ankara om de noodzakelijke hervormingen door te voeren. ‘Turkijë is gebouwd op de ruïnes van een wereldrijk. Verandering ligt niet gemakkelijk. In sommige landen kan je een heel systeem veranderen op één nacht, niet in Turkije. En daarom hebben we de EU nodig, als anker voor onze eigen politieke en economische transformatie.’

Dood punt


Simsek beseft dat het toetredingsproces een werk van lange adem is: ‘We zijn niet naïef en begrijpen dat de EU eerst haar eigen problemen moet oplossen vooraleer er sprake is van verdere uitbreiding.’ Toch toont hij zich optimistisch. ‘Het momentum is niet geheel verloren. Hopelijk kan er onder Belgisch voorzitterschap minstens één nieuw hoofdstuk (op een geheel van 35 hoofdstukken EU-regelgeving, kc) geopend worden. We hopen dat Europa blijft vasthouden aan het idee dat alle landen die voldoen aan de toetredingsvoorwaarden ook lid mogen worden.’
Eén moeilijk punt is alvast de opening van Turkijes interne markt. ‘In de omzetting van Europese wetgeving moet Turkije zijn interne markt openen voor Europese lidstaten en hun bedrijven. Maar omwille van politieke redenen wil Turkije dat met betrekking tot zijn haven- en luchthavensector niet doen voor Cypriotische bedrijven’, klinkt het in Europese diplomatieke bronnen. ‘De Europese Commissie zal in het najaar aan het Belgische voorzitterschap laten weten hoe het daarmee staat. Indien ze tot de vaststelling komt dat er geen vooruitgang is, bestaat het risico dat Cyprus daarop de ganse boel blokkeert.’
De relatie Turkije-Cyprus is zeker niet het enige struikelblok. Turkije is sinds 1999 officieel kandidaat-lidstaat en de onderhandelingen over toetreding zijn in 2005 opgestart, maar de fut is er duidelijk uit. ‘De toetredingsgesprekken zijn op een dood punt beland’, zegt professor Petr Drulak, directeur van het Instituut voor Internationale Relaties in Praag. ‘In de EU heb je twee denkscholen over Turkije. De eerste is uitgesproken tegen en wil het land niet in de EU. Frankrijk en Duitsland spreken zich openlijk in die zin uit. De tweede school –met landen als het Verenigd Koninkrijk of Tsjechië– zegt wel het lidmaatschap te steunen maar is niet bereid om er zelf in te investeren.’

‘Europa heeft Turkije even hard nodig als de Turken Europa nodig hebben.’
Macht, geld en ideeën


Drulak gaf in mei een lezing over Turkijes EU-ambities op de European Young Journalist Award-conferentie in Istanbul –niet toevallig een van de drie Culturele Hoofdsteden van Europa in 2010. ‘Dat de situatie vandaag niet echt gunstig is, heeft niet alleen te maken met de toetredingsvoorwaarden. Belangrijker zijn de politieke factoren die meespelen’, aldus Drulak. ‘Frankrijk en Duitsland hebben misschien wel schrik van Turkije, dat op het vlak van Buitenlandse Zaken een concurrent kan vormen. Turkije is een regionale grootmacht. Eens het land deel uitmaakt van het Europese spel, zal het zijn gewicht inbrengen en misschien wel voor een stuk het oude spel bederven.’
Religie is een andere factor. ‘Veel mensen en de politieke elite in het oude Europa bang zijn van nieuwe moslims in de EU. Dat is het probleem van Frankrijk. Nochtans is Turkije een seculier land, maar de Europese politieke elite slaagt er maar niet in om dat soort subtiele boodschappen over te brengen. Een derde factor is dat veel mensen zijn bang van de Turkse claim op het EU-budget. “Turkije is arm. Veel subsidies zullen van Brussel naar Turkije vloeien.”’ En dan is er nog de uitbreidingsmoeheid –sinds de toetreding van Roemenië en Bulgarije staan de EU-lidstaten niet langer te springen om nieuwe landen toe te laten.
Drulak noemt het jammer dat in de discussie over Turkijes mogelijk lidmaatschap de argumenten pro weinig zichtbaar zijn. ‘En toch zijn ze er. Alle belangrijke thema’s in de internationale politiek draaien om drie factoren: macht, geld en ideeën. Een sterk strategisch argument pro Turkse toetreding is dat het land een belangrijke diplomatieke speler is in de regio van het Midden-Oosten, Centraal-Azië en de Kaukasus. Natuurlijk zou het voor de EU goed zijn om over die expertise, toegang en invloed te beschikken.’
Bovendien is Turkije een grote militaire macht en een belangrijke corridor voor energieaanvoer vanuit Centraal-Azië en het Midden-Oosten. Drulak: ‘Daarnaast heb je de economische argumenten. De uitbreiding van de Europese economische ruimte zal belangrijke economische voordelen opleveren voor Europa –net als elke uitbreiding in het verleden overigens. Maar nog belangrijker dan soldaten en geld zijn ideeën.’
Door Turkije op te nemen zouden Europeanen volgens Drulak hun identiteit en geest van openheid bevestigen. ‘Dat is belangrijk want het maakt deel uit van het zelfbegrip van de Europeanen en van de Europese ruimte als een open ruimte. Wat identiteit betreft, is er nog een meer praktisch element: de ontwikkeling van een Europese islam. Wanneer Europeanen vandaag aan islam denken, denken ze vaak aan militante islam –de islam als voedingsbodem voor terrorisme. Dat is een heel eng perspectief. Turkije is een voorbeeld van een land dat een soort islam kan ontwikkelen die verzoenbaar is met Europese waarden.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur