Dossier: 

Turkmenistan: Stalin in Las Vegas

Asjchabad, de hoofdstad van Turkmenistan, heeft alles van een themapark: neon, netheid en nep. Alleen de stilte en de repressie zijn echt. En de harde valuta die opborrelen uit de enorme olie- en gasreserves. Een impressie vanuit een van de meest bizarre, harde dictaturen anno 2008.

  • Gie Goris Het grote monument ter ere van de Turkmenbashi verandert 's nachts voortdurend van kleur. Gie Goris

12 december is Dag van de Neutraliteit in Turkmenistan. Groot feest dus, want de stichtende president Saparmurat Niyazov –die zichzelf uitriep tot Turkmenbashi of Vader van alle Turkmenen– verklaarde zijn republiek eeuwig neutraal. In het Olympisch Stadion van Asjchabad weren 30.000 Turkmenen de bijtende koude af met ballonnengezwaai en luid gejoel. Tot de nationale hymne ingezet wordt en iedereen rechtstaat, de rechterhand op het hart, en uit volle borst zingt: ‘Het grote bouwwerk van de Turkmenbashi / Mijn soeverein land, mijn hart en ziel / Krans op mijn hoofd, het beloofde land / Dat jij, Turkmenistan, het eeuwige leven moge hebben.’ Zelfs het kleinste kind kent hier het volkslied van a tot z.

De Turkmenbashi overleed plots in december 2006, maar zijn beeltenis domineert nog altijd bankbiljetten, gevels, parken en uiteraard elke bibliotheek. Al even prominent aanwezig in het dagelijkse leven is Turkmenbashi’s Boek der Wijsheid, de Ruhnama. Op bladzijde 26 van de Nederlandse vertaling schrijft president Niyazov: ‘De Ruhnama is het belangrijkste boek, de wegwijzer van het Turkmeense volk.’ De man beschouwde zichzelf als bovengeniaal, belast met de zware taak een nieuwe Gouden Eeuw voor zijn volk te realiseren. ‘Ik heb God er wel duizendmaal voor bedankt dat mijn ouders mij de ziel en het lichaam van zeven generaties voorouders hebben nagelaten. Daardoor was ik vanaf de leeftijd van vijf jaar trots, bescheiden, geduldig, hartstochtelijk, doelgericht en geestelijk sterk.’ (blz. 35)

Na de plotse dood van de Turkmenbashi in december 2006 vond een kleine paleisrevolutie plaats en greep Gurbanguly Berdymuhammedov de macht. Op 11 december 2007 had minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht (Open VLD) een onderhoud met de nieuwe president. De Gucht houdt daaraan de indruk over dat de scherpste kanten van de dictatuur aan het verdwijnen zijn. Vooral het gesprek met collega buitenlandminister Meredov overtuigde hem van de voorzichtige nieuwe wind in het gas- en olierijke Turkmenistan, al verwacht De Gucht niet dat de democratie binnenkort zijn intrede zal doen in Asjchabad. Dat aanvoelen werd hem bevestigd door internationale organisaties die actief zijn in Asjchabad, zoals de OVSE, de Verenigde Naties en de Europese Unie. De EU heeft overigens een programma ter waarde van twee miljoen euro lopen voor de capaciteitsopbouw van het prille en nog steeds bedreigde middenveld.

Berdymuhammedov wil intern meer informatie en onderwijs toelaten. Zijn voorganger beperkte de leerplicht tot 9 jaar en maakte zijn eigen Ruhnama tot het voornaamste onderwerp van onderwijs. Extern bouwt de nieuwe president verder op de principes van neutraliteit en ongebondenheid die door zijn voorganger werden vastgelegd, en dat doet hij met een eigen, minder exotische versie van personencultus. Opvallend is dat de voorbije maanden niet minder dan een twintigtal Amerikaanse delegaties Turkmenistan bezochten, terwijl er ook een langlopend gasleveringscontract afgesloten werd met China. Het lijkt erop dat het land af wil van de huidige, volledige afhankelijkheid van Rusland als afnemer van de enorme gasreserves die, volgens minister van Olie en Gas Tagyiev, 6 triljoen kubieke meter bedragen.

Tijdens een ontmoeting van een delegatie vertegenwoordigers van Belgische bedrijven bleek overigens een uitgesproken interesse van minister Tagyiev voor diepgaande besprekingen met Dredging International. Dat zou kunnen wijzen op concrete plannen om werk te maken van een trans-Kaspische pijpleiding naar Bakoe in Azerbeidzjan. Op die manier zou Turkmenistan kunnen aansluiten op de Bakoe-Tbilisi-Ceyhan pijpleiding en Europa van gas zou kunnen voorzien zonder over Russisch grondgebied te moeten passeren. Al wilde niemand die piste bevestigen. Bevestiging daarvan was echter niet te krijgen.
De kans dat Turkmenistan afstevent op een confrontatie met Rusland is echter niet erg groot.

‘Ik denk dat men een zeer Byzantijnse oplossing ontwikkelt voor de verhouding met Rusland’, zei Karel De Gucht op de terugvlucht naar Brussel. Met andere woorden: er zijn in dit land zoveel manieren om ja en neen te zeggen, dat de keuze om minder afhankelijk te worden van de Russische pijpleidingen zal worden voorgesteld als een keuze om blijvend samen te werken met Rusland.

België onderhoudt dus goede relaties met Turkmenistan. Nochtans kreunt het land onder een dictatuur die qua beperking van de vrijheden en rechten van haar burgers wellicht niet moet onderdoen voor Birma. Gevraagd naar de reden voor die diplomatieke inconsequentie antwoordt De Gucht dat hij sowieso geen voorstander is van het isoleren van landen die de mensenrechten met voeten treden –al voegt hij daaraan toe dat ook het aangaan van relaties met dergelijke landen niet per se tot goede resultaten leidt. Hij verwijst daarvoor onder andere naar Saoedi-Arabië, een land dat al decennia lang de rechten van vrouwen op uitgesproken wijze schendt, terwijl de hele wereld zonder verpinken relaties met het koninkrijk blijft onderhouden.

Daarmee raakt De Gucht een tweede reden aan waarom België aanwezig wil zijn in Turkmenistan: de enorme energiebelangen die het land herbergt. De helft van het “Russische” gas dat de EU consumeert, is eigenlijk afkomstig uit Turkmenistan. Bovendien blijkt uit een studie van de Europese Bank voor Reconstructie en Ontwikkeling dat Turkmenistan een enorm potentieel heeft voor het ontwikkelen van grootschalige windenergieprojecten. ‘Een land dat bijna twintigmaal zo groot is als België, met een bevolking die kleiner is dan Vlaanderen, heeft uiteraard veel potentie op vlak van wind- en zonne-energie’, bevestigt Luc De Wilde van 3E, een innovatief bedrijf dat deelnam aan de economische delegatie naar Turkmenistan. Op dit moment is het verkopen van gas echter zo winstgevend, dat echte investeringen in hernieuwbare energiewinning nog niet voor morgen lijken. Het Turkmeense gas werd een jaar geleden nog verkocht tegen 60 dollar per duizend kubieke meter. Op dit moment wordt 100 dollar aangerekend, en tegen half 2008 moet dat 150 dollar zijn.

Intussen melden de meeste internationale rapporten dat zestig procent van de Turkmenen in armoede leven, ondanks het feit dat gas, water en elektriciteit gratis zijn. Ook benzine is spotgoedkoop in Turkmenistan: voor vijftig liter aan de pomp betaalt men zegge en schrijven 1 dollar. Op die manier subsidieert de staat eerder de stedelijke elites dan de rurale armen, uiteraard. De Turkmenbashi zag vanuit zijn verlichte staat een andere realiteit: ‘De zienden en de blinden, de naasten en de ons onbekenden, allen zien dat Turkmenistan in een maand een ontwikkeling doormaakt waar normaal een jaar voor nodig is. Tegenwoordig zijn wij er trots op dat Turkmenistan een ontwikkeld land is geworden en een groot politiek, economisch en cultureel aanzien geniet.’ (Ruhnama, blz. 80)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur