Twee boerendorpen, twee verhalen

In Dorli op het platteland van het Indiase Vidarbha in de staat Maharashtra zijn de katoenboeren terneergeslagen. Ze hebben nauwelijks inkomsten. In Hol, duizend kilometer verderop, bloeit de landbouw.
In Dorli zijn de velden droog. De katoenboeren zitten diep in de schulden. Van de 36.000 zelfdodingen onder boeren in Maharashtra tussen 1995 en 2006, betrof het in meer dan 70 procent van de gevallen boeren uit Vidarbha, blijkt uit cijfers van het Nationale Bureaus voor Misdaadregistratie.
Hol, ongeveer duizend kilometer westelijker gelegen, geeft een weelderig groene aanblik. De velden staan vol met suikerriet, maïs, fruit, groene pepers en bonen. Het dorp ligt dertig kilometer ten westen van Baramati, het onbetwiste bastion van de Indiase minister van Landbouw, Sharad Pawar.
Een kronkelend netwerk van kanalen en vijvers zorgt voor water voor de landbouw en melkveehouderij. “Water is een noodzaak”, zegt Prahlad Karche. De 65-jarige boer leidt bezoekers rond op zijn bedrijf van ongeveer 1,2 hectare. Hij heeft ook vier Jersey-koeien die dagelijks 60 tot 70 liter melk geven. De familie Karche heeft geen groot bedrijf, maar vergeleken met de boeren in Vidarbha, zijn ze welvarend.
Katoenboer Dharmapal Jarunde heeft iets meer dan twee hectare land in Dorli, zestien kilometer van de stad Wardha. Zijn land wordt niet geïrrigeerd. Hij is volledig afhankelijk van regenval. “We verbouwen maar één gewas”, zegt hij. Twee jaar geleden waren de dorpsbewoners als gevolg van de dalende inkomens en stijgende schulden zo wanhopig, dat ze zo ongeveer het hele dorp te koop aanboden. “Maar niemand wil land dat niet productief is”, zegt Jarunde.

Nieren te koop


Honderd kilometer verderop in het district Amravati, zetten bewoners van het dorp Sheoni Rasulapur in 2005 een bord langs de weg: “Nieren te koop”. In dat jaar trok de regering steun voor de katoenboeren in, waardoor slecht bij kas zittende boeren in de problemen kwamen. Door nieren te koop aan te bieden, deed het dorp een vergeefse poging om aan geld te komen om de gezinnen eten te kunnen geven.
“We verdienen niet eens 10.000 roepies (162 euro) per jaar met onze 2,8 hectare”, zegt Nanda Bhandare, uit Kelapur in het district Yavatmal. Ze woont in een modderhut met één kamer, samen met haar oude schoonmoeder en twee kinderen. Haar zoon van twaalf en dochter van tien jaar oud, gaan niet meer naar school omdat haar man overleed. De kinderen helpen nu op het land.
Op de katoenvelden van de gezinnen van Vidarbha werken honderden kinderen. Zij vervangen betaalde arbeiders. De katoenboeren wacht weinig goeds. Als de regen uitblijft, zoals tussen 2001 en 2004 gebeurde, zijn de verliezen niet te overzien. Voeg daarbij de grillige wereldmarkt. “Zo gaat het al sinds 1995”, zegt landbouwexpert Vijay Jawandhia. “Boeren kunnen niet zonder overheidshulp twee vijanden bevechten, extreme weersomstandigheden en een onvoorspelbare markt.’ “Als we kunnen irrigeren, zal het veranderen”, zegt Jarunde optimistisch.
Hol en Dorli zijn twee extremen binnen Maharashtra. In het westen van Maharashtra, waar veel suikerriet verbouwd wordt en waar kanalen voor water zorgen, verdienen 2,7 miljoen boeren jaarlijks een inkomen van 75.000 roepies (1200 euro) of meer. Hetzelfde aantal boeren verdient in Vidarbha, waar relatief veel katoen verbouwd wordt, veel minder.

Hulp


Uit een onderzoek dat in 2005 gehouden werd door de overheid van Maharashtra, bleek dat een miljoen boerengezinnen (uit vijf miljoen) in Vidarbha in “acute tot gemiddelde” nood verkeerde. De situatie is sindsdien alleen maar verslechterd.
Halverwege 2006, toen zelfdoding onder boeren de landelijke kranten haalde, bezocht premier Manmmohan Singh Vidarbha. Hij beloofde een “hulppakket”. Zes maanden eerder had de minister van Maharashtra 173 miljoen euro toegezegd voor Vidarbha. Bij elkaar werd 900 miljoen euro voor de regio uitgetrokken, maar de hulpplannen geven een vertekende beeld. Zelfs bij de rentekwijtschelding van 136 miljoen euro op uitstaande leningen, hadden de coöperatieve en nationale banken meer baat dan de boeren.
“Degenen die het meest profiteren van de hulp, zijn ambtenaren en politici”, zegt Kishor Tiwari van de boerenorganisatie Jan Andolan Samiti in Yavatmal. “Het zijn allemaal herverpakte oude en nieuwe maatregelen. Verse geldstromen zijn er niet gekomen. En er wordt geen aandacht besteed aan het genereren van inkomen.”
Sudhir Goel, een hoge overheidsfunctionaris en secretaris van het samenwerkingsdepartement, erkent dat er regionale ongelijkheid bestaat. “Er bestaat een diepe kloof die voornamelijk veroorzaakt wordt door de aanwezigheid van coöperaties in de ene regio en het gebrek daaraan in de andere. Daarnaast profiteren boeren in het westen van Maharashtra van de economie van verwante sectoren”, legt hij uit.
Een doorsnee suikercoöperatie heeft tussen 20.000 en 30.000 leden. Elke suikerrietboer is lid van de plaatselijke fabriek, die de oogst elk jaar afneemt tegen een minimale ‘steunprijs’. Ook de melkveehouderij en de tuinbouw werken volgens het coöperatieve model.
De achterstand in Vidarbha is het gevolg van gebrek aan investeringen in irrigatie, is de mening van Madhukar Kimmatkar, oud-minister van de Congrespartij die de ongelijkheid bestudeerde. In de zes regio’s die er het slechtst aan toe zijn, is maar 3 procent van het land te irrigeren.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift