Tweederangsburgers in Marokko

Zestig procent van de Marokkanen spreekt thuis een Berberse taal, maar dat wordt in het officiële Marokko nog steeds onzichtbaar gemaakt. Wie Berbers spreekt, kan in de Hoge Atlas maar best niet ziek worden of zijn kinderen naar school willen sturen.
Toen de Arabieren in de zevende eeuw Noord-Afrika veroverden, betekende dat het begin van de islamisering en de arabisering van de streek. Toch spreekt nog steeds zestig procent van de Marokkanen één van de drie traditionele Berbertalen: het Tachelhiyt in de westelijke Hoge Atlas, de Sous-vlakte en de Anti-Atlas; het Tamazight van de Midden-Atlas en het Tarifit van de Rif en de noordoostelijke Midden-Atlas.
Die taalrealiteit vind je niet terug in het onderwijsbeleid van de Marokkaanse overheid. Leerlingen krijgen enkel Arabische en Franse schoolboeken onder de neus geduwd. De scholen in de bergen worden meestal gerund door gedemotiveerde onderwijzers uit de grote steden die de harde levensomstandigheden in de bergen niet verdragen. De meeste onderwijzers spreken alleen Arabisch en ook al zouden ze een Berbertaal kennen, dan nog mogen ze enkel in het Arabisch onderwijzen.

‘Dat is compleet zinloos’, zegt mijn tolk als we een schooltje in Tiwyalin bezoeken. ‘De kinderen kunnen de lessen wiskunde en Frans niet volgen omdat ze niet begrijpen wat er gezegd wordt.’ Voor een goed begrip: het verschil tussen het Tachelhiyt en het Arabisch is zo groot als het verschil tussen bijvoorbeeld het Nederlands en het Chinees. Bovendien nemen leraars vakantie wanneer ze maar willen en worden ze bij langdurige ziekte niet vervangen. ‘De school is al twee weken te lang dicht omdat de leraar nog steeds niet teruggekeerd is uit vakantie’, zegt de verontwaardigde Lahcen* uit het dorpje Agadir.
De gezondheidszorg is in hetzelfde bedje ziek. Elke gemeente, een administratieve eenheid die verscheidene dorpen omvat, heeft een eigen administratief centrum en een dispensarium. De “dokters” die in de dispensaria werken, in werkelijkheid gediplomeerde verplegers, openen de deuren wanneer zij daar zin in hebben en spreken meestal uitsluitend Arabisch. ‘Ik spreek de taal van de lokale bevolking. Maar in andere streken sterven mensen omdat ze hun probleem niet aan de dokter kunnen vertellen’, zegt “dokter” Mohammed uit El Had Imoulas.

Met een gemiddeld jaarinkomen per familie van ongeveer 2000 euro zijn de Berbers -of Imazighen, zoals ze zichzelf noemen-  heel kwetsbaar voor de wijdverspreide corruptie binnen de gezondheidszorg. ‘Ambulanciers vragen soms tot 400 dirham (ongeveer 40 euro) als ze moeten uitrukken, voor een dienst die eigenlijk gratis is. Voor de meeste mensen is dat onbetaalbaar’, zegt Mohammed. Berbers die het smeergeld niet kunnen betalen, blijven dus verstoken van de meest fundamentele medische zorgen.
Met de aanstelling van koning Mohammed VI in 1999 leek de situatie van de Imazighen te zullen verbeteren, maar de beloftes die hij deed blijven tot op vandaag dode letter en de discriminatie door de Arabieren is allesbehalve verdwenen. Na decennia van systematische onderdrukking onder het regime van Hassan II werd in 2001 het Koninklijk Instituut voor de Amazigh-cultuur (IRCAM) opgericht ter bescherming van de meer dan 3000 jaar oude cultuur.
Deze organisatie zou er voortaan op toezien dat het Berbers onderwezen zou worden en dat er volwaardige radio- en televisie-uitzendingen in het Berbers zouden komen. Het IRCAM lanceerde voorstellen en de Marokkaanse overheid startte enkele initiatieven maar uiteindelijk bleef alles bij het oude. Dat zegt Ahmed Adghirni, één van de hoofdrolspelers in de Amazigh-beweging en secretaris-generaal van de in 2005 opgerichte Democratische Berberpartij van Marokko (PADM).
‘De rol van het IRCAM is louter adviserend en het instituut staat veel te dicht bij de koning. Het IRCAM mist slagkracht en kan niet wegen op de politiek van de regering.’ Er is nu één radioprogramma dat Amazigh-programma’s uitzendt, maar het uitzenduur is zo laat dat iedereen tegen dan in de veren ligt. En er is één Arabisch televisiekanaal dat een paar uren per dag programma’s in het Berbers uitzendt. De onmacht en afhankelijkheid van het IRCAM leidden er reeds toe dat diverse  medewerkers opstapten.
Ondanks het beetje koninklijke steun voor de Berbercultuur stoot de politieke Berberbeweging nog op veel weerstand. Dat kon Ahmed Adghirni  aan den lijve ondervinden. ‘Ikzelf en mijn medewerkers hebben een moeilijke periode achter de rug. Eind 2006 werd ik slachtoffer van een aanslag in de omgeving van Rabat. Onbekenden reden me op brutale wijze een ravijn in. De politieagenten, die snel ter plaatse waren, slingerden me racistische verwijten naar het hoofd en weigerden een proces-verbaal op te stellen. Voor de buitenwereld lijkt Marokko een democratie, maar je politieke stem laten horen blijft een onbegonnen zaak.’
(*) Op vraag van de betrokkenen werden de namen van de mensen in de dorpen gewijzigd.
Deze reportage werd gerealiseerd met de steun van de Koning Boudewijnstichting en de Nationale Loterij.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift