Typisch

Een grote veranda op de laatste bladzijde, daarmee werd ik begin dit jaar verleid om mijn spreekgestoelte vooraan in dit blad op te geven. Het was volop winter en dan voelt de minste zonnestraal in een dubbelglazige aanbouw warm aan. Een half jaar later ben ik alweer een heel jaar wijzer. De zomerhitte die reeds in juni toesloeg, warmde mijn pergola op tot temperaturen die alleen gelooide woestijnbewoners verdragen.
Dagelijks zeker vijf liter water drinken, raadde een wetenschappelijk onderlegde vriend me aan. Anders zou ik uitgedroogd toekomen in het volgende seizoen, en daar had niemand wat aan. De lezers niet, de staatssecretaris niet, mijn familieleden niet. Dat ik de staatssecretaris speciaal vermeld, komt omdat ik hem sinds zijn aantreden zowat wekelijks ben tegengekomen. Op debatten, verjaardagen, inauguraties, recepties, colloquia, vergaderingen, voordrachten, feesten, festivals. De chauffeur van de staatssecretaris begint het een beetje vreemd te vinden, die geregelde ontmoetingen. En al zweer ik bij de Maagd van de Wijngaard dat er is niets, maar dan ook niéts is tussen ons, hij lijkt me niet helemaal te geloven. Dus kies ik voor de omgekeerde strategie en plaats ik de staatssecretaris in dezelfde categorie als mijn lezers en mijn familie.

Ik moest de voorbije maanden dus véél drinken. En dat na een kritisch nummer over watermultinationals en de toenemende commercialisering van de meest fundamentele bouwsteen van het leven. Maar als de wetenschap spreekt, dan buigt de schrijver. Zo kwam het dat ik op een avond, volgelopen met liters mineraalwater, naar een bijeenkomst ging waar de staatssecretaris verontschuldigd was en de vorige staatssecretaris afwezig. Het minder geïnformeerde deel van het publiek was wel opgedaagd. De ene na de andere aanwezige bezweek die avond onder de hitte en de lange duur van de toespraken. Bovendien herhaalden de sprekers elkaar. Als preconciliaire priesters liepen ze, zwaaiend met een vat vol katholieke wierook, rond het centrale begrip van de avond: cultuur. Mijn wiskundige geest kwam heel snel tot de conclusie dat, zonder die steeds weerkerende mantra, de avond een uur minder lang geduurd zou hebben. En mijn filosofische geest voegde daar aan toe dat het verhaal wellicht een kwart minder mistig was geweest. Iedereen heeft het tegenwoordig over cultuur, de staatssecretaris incluis. Elke scheet in een fles wordt cultureel geduid, elke rel tussen hooligans heeft met cultuur te maken. Elk verschil tussen mensen wordt met simpele culturele etiketten dichtgekleefd.

Gelukkig is ook cultuur niet voor eeuwig en dus brak kort voor middernacht toch de receptie aan. Ik bleek niet de enige te zijn die een fors drankadvies gekregen had, iedereen dorstte naar gerechtigheid. Eén van de overlevenden van de avond vertelde over een voordracht die hij onlangs gaf over maya-indianen. Hij begon zijn uiteenzetting met enkele dia’s over het opgraven van een massagraf waarin slachtoffers van het militaire geweld in Guatemala, allemaal maya-indianen, begraven waren. Eén van de talrijk opgekomen aanwezigen stond recht en riep dat hij daarvoor niet gekomen was. Hij wou cultuur zien, indianen in typische klederdracht, traditionele tempels en ongeschonden regenwouden. In plaats daarvan kreeg hij een verhaal over dorpelingen en grootgrondbezitters, over oorlog en repressie. Op zo’n verhaal kleeft het adjectief “authentiek” echter niet. Zou dat de reden zijn waarom derdewereldcultuur zo populair is? Misschien kan de staatssecretaris hierover eens een studie laten maken. De zomermaanden zijn voorbij, dus zijn de festivalorganisatoren beschikbaar.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3205   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur