Uitgewezen Congolezen wachten op hulp

Tienduizenden Congolezen, die een aantal dagen geleden door het Angolese leger over de grens zijn gezet, hebben nood aan hulp, zeggen ngo’s.
Volgens Radio Okapi, een radiostation dat gesteund wordt door de VN, gaat het over meer dan 25.000 mensen. De uitgewezen Congolezen zijn gestrand in de provincies Katanga, Oost- en West- Kasaï en Bandundu, dichtbij de grens van Angola.
“Ze slapen op straat en hebben hun bezittingen moeten afstaan aan de Angolese militairen”, vertelt Albert Fwamba, voorzitter van de Nationale Bond van Boeren voor Mensenrechten in Tshikapa, West-Kasaï. “Twee vrouwen zijn op de grens bevallen zonder enige medische assistentie”, aldus Robert Kulusifu, bestuurslid van de stad Tshikapa. Bovendien staan hun voeten vol met blaren door de lange afstand die ze te voet hebben afgelegd.

Humanitaire missies


Een gemengde delegatie van Caritas en Monuc is sinds gisteren ter plaatse en bevestigt de benarde situatie van de uitgezette Congolezen. De burgemeester van Tshikapa heeft alvast contact opgenomen met verschillende organisaties om de gestrande landgenoten te hulp te komen. “Ook de humanitaire gemeenschap is op de hoogte van de situatie en bereidt een missie voor om medische hulpgoederen ter plaatse af te leveren”, zegt een afgevaardigde van UNHCR, het Hoog Commissariaat voor Vluchtelingen van de VN. Maar tot op dit moment heeft nog geen enkele organisatie zich bereid verklaard om de uitgewezen Congolezen onder haar hoede te nemen.

Diamant  en waardigheid


Het grote deel van de uitgewezen Congolezen zijn jonge mannen die hun geluk zochten in de diamantregio’s in de noordelijke provincie van Angola. In de mijnen van het buurland zouden de stenen veel mooier, groter, talrijker en toegankelijker aanwezig zijn, getuigen enkele mijnwerkers. Bovendien maakt de zoektocht naar diamant in bepaalde Congolese regio’s deel uit van de traditionele overgangsrituelen. 
Tijdens een ontmoeting tussen de ambassadeur van Angola en enkele Congolese ministers enkele dagen geleden, zei de ambassadeur dat Angola al eerder had aangekondigd dat het maatregelen zou nemen tegen de illegale exploitatie van haar mijnen. “In Angola bevinden er zich duizenden illegale mijnwerkers”, aldus ambassadeur Mawete. “Wat er nu gebeurt, is de uitvoering van de afgesproken maatregelen.”
Maar Congolees minister van Binnenlandse Zaken, Denis Kalume, vindt dat geen reden om zo met zijn landgenoten om te gaan: “De Congolezen moeten op een waardige manier behandeld worden, zelfs al vindt Angola dat het hen moet uitwijzen”.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift