Unilateralisme vindt steeds minder steun bij Amerikaanse bevolking

Driekwart van de Amerikanen voelt zich nu niet veiliger voor terroristische aanslagen dan kort na 11 september 2001. Slechts 1 Amerikaan op zes vindt dat de VS het internationaal terrorisme best op eigen houtje aanpakken. 81 procent van de VS-burgers die ondervraagd werden voor een dinsdag gepubliceerde enquête, zegt dat de nood om nauwer samen te werken met andere landen één van de belangrijkste lessen is die de VS op 11 september 2001 hebben geleerd.


Het Program on International Policy Attitudes (PIPA) van de Universiteit van Maryland, dat de opvattingen van het Amerikaanse publiek over het buitenlands beleid van de VS al 15 jaar lang volgt, voelde eind augustus meer dan 1200 Amerikanen aan de tand. Volgens de enquête staat ongeveer tweederde van de Amerikaanse bevolking in grote lijnen nog altijd achter de strijd tegen het terrorisme die de regering van president George W. Bush voert - een overblijfsel van de manier waarop de Amerikanen zich na 11 september 2001 rond hun president schaarden. Maar een duidelijke meerderheid van de respondenten vindt nu dat hun regering meer coöperatieve benaderingswijzen moet hanteren in de relaties met andere landen, en meer voor economische hulp en diplomatie en minder voor militaire middelen moet kiezen in de strijd tegen het terrorisme. 54 procent van de ondervraagden vindt ook dat de Amerikaanse regering zich te assertief heeft opgesteld tegenover andere landen.

76 procent van de mensen in de steekproef zegt dat ze zich nu niet veiliger voelen voor de terroristische dreiging dan in September 2001. Bijna 80 procent gelooft dat het Amerikaans buitenlands beleid in de islamitische wereld een voedingsbodem schept voor de groei van terroristische groepen. Dat driekwart van de Amerikanen zich nu niet veiliger voelt dan kort na 11 september 2001, moet wel genuanceerd worden. Op de vraag of de inspanningen van de regering om de kans op nieuwe aanslagen te verminderen hun een veiliger gevoel had gegeven, antwoordde 46 procent van de mensen in de steekproef positief.

De resultaten van de enquête raken bekend op een moment dat de regering-Bush net een bocht lijkt te maken in haar buitenlands beleid. De VS begonnen aan de invasie van Irak zonder de toestemming van de VN-Veiligheidsraad en probeerden de VN na afloop van de vijandelijkheden zo veel mogelijk buiten het voorlopige bestuur van dat land te houden. Maar de heropbouw van Irak is peperduur en lijkt een werk van lange adem te worden; de VS willen daarom meer hulp van andere landen en zijn bereid de VN in ruil daarvoor een belangrijkere rol toe te kennen. Bush krijgt in het Amerikaanse parlement veel tegenwind sinds bekend raakte dat de VS de komende 13 maanden zeker 87 miljard dollar zullen moeten uitgeven Irak en Afghanistan - de twee operaties na de aanslagen van 11 september werden opgezet in het kader van de strijd tegen het terrorisme.

Uit een andere enquête die dinsdag gepubliceerd werd door Gallup, blijkt dat het vertrouwen van het Amerikaanse publiek in de manier waarop de regering internationale problemen aanpakt, gedaald is tot dicht bij het extreem lage niveau van net voor 1 september 2001. Toen had maar 14 procent van de Amerikanen het volste vertrouwen in het vermogen van de regering om een goed buitenlands beleid te voeren, nu bedraagt dat aandeel 18 procent. Als een reactie op de aanslagen en het antwoord van de regering daarop steeg het aandeel van de trouwe volgelingen van het Amerikaanse buitenlandbeleid in oktober 2001 tot 36 procent.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift