Unilever kiest voor duurzame thee

Unilever wil tegen 2015 in de hele wereld duurzaam geproduceerde Lipton thee aanbieden.

Vandaag is alvast alle thee die het bedrijf in West-Europa verkoopt voorzien van het Rainforest Alliance-keurmerk. ‘Het grootste verschil met het Fair Trade-label is dat de Rainforest Alliance meer de nadruk legt op het ecologische en het duurzame’, aldus Oxfam Wereldwinkels. ‘Fair Trade zet veeleer in op het sociale, via een eerlijke prijs voor de boeren.’
Op uitnodiging van Unilever bezocht MO* in het Keniaanse Kericho de plantage van Unilever Tea Kenya. Die is goed voor elf procent van de theeproductie in het land en ontving in 2007 –als eerste theeplantage ter wereld– het Rainforest Alliance-keurmerk.
‘We zijn al sinds de jaren negentig bezig met duurzaam en sociaal ondernemen. Het was bijgevolg niet erg moeilijk om aan de eisen van het keurmerk te voldoen’, zegt Eric de Foresta, directeur van de Unilever-plantage in Kericho. ‘Met het keurmerk slagen we erin onze inspanningen ook te communiceren aan onze consumenten.’
Francis Kaptich, hoofd Onderzoek en Ontwikkeling van Unilever Tea Kenya, noemt goede relaties met de plaatselijke gemeenschap erg belangrijk. Kaptich: ‘De drie P’s staan daarbij centraal: People, Planet en Profit. We bieden onze werknemers en hun familie gratis huizen, gezondheidszorg en onderwijs aan. We zetten in op biodiversiteit, hernieuwbare energie en andere duurzame landbouwpraktijken. En via onderzoek en innovatie zorgen we voor duurzame winst, zodat we blijvend kunnen bijdragen aan het welzijn van de mensen en hun leefomgeving.’
In de praktijk neemt Unilever dus een groot deel van het sociale luik voor zijn rekening dat in het Fair Trade-label centraal staat. Vakbondsman Joseph Ongudi bevestigt dat Unilever zijn werknemers ruim meer betaalt dan het gangbare loon in Kenia. Niettemin blijven er enkele sociale bekommernissen bestaan. Een groot deel van de theeplukkers in Kericho werkt met een tijdelijk contract, omdat het werk niet constant is en het bedrijf moet kunnen anticiperen op droogte, de theeprijs of de hoge arbeidskost.
Tijdelijke arbeiders genieten echter niet van dezelfde sociale voorwaarden als hun collega’s met een vast contract. Om competitief te blijven, zullen bovendien hoe langer hoe meer machines gebruikt worden om thee te plukken. Ongudi: ‘Op een dag zal Unilever zich de vraag stellen of het ons nog kan blijven betalen voor acht uur werk dat een machine veel sneller afhandelt.’
Binnen Unilever Tea Kenya ontbreekt het alvast niet aan visie of engagement om die uitdagingen op een sociaal verantwoorde manier aan te pakken. De werknemers van hun kant lijken hun rechten te kennen en goed georganiseerd te zijn. Belangrijker daarbij is dat ze kunnen rekenen op een staat die –ondermeer sinds de invoering van een nieuwe grondwet– in toenemende mate toeziet op hun rechten.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur