Vallen straks de banken voor armen om?

Microfinanciering –het aanbieden van financiële diensten aan de armen– dreigt het slachtoffer te worden van haar succes. Almaar meer microfinancieringsinstellingen dingen naar de gunsten van de kleine man of vrouw, die zich door het overaanbod in een schuldenspiraal dreigt te storten.
Microfinancieringsinstellingen (mfi’s) hebben allang niet meer het oubollige imago van goedbedoelde coöperaties die plattelandsvrouwen helpen bij het vermarkten van een paar tomaten of een mooi handwerkje. Sommige microfinanciers in West-Afrika beschikken vandaag over meer deposito’s of activa dan een gewone bank en hun directeurs meten zich soms zelfs de allures aan van hun commerciële collega’s. Tijdens veelbekeken voetbal- of catchwedstrijden kun je in Senegal reclame zien van het Crédit mutuel du Sénégal, een van die uit zijn voegen gebarsten microfinanciers.
Het gevaar van die explosieve groei schuilt echter in gebrekkige kennis en dito bestuur, waarschuwt Eric Ekué, ex-directeur bij de Centrale Bank van West-Afrika (BCAO). Hij was op uitnodiging van de Belgische Raiffeisenstichting (Cera) in Brussel. ‘Als kleine kassen groeien, wordt vaak een externe directeur aangetrokken die zelf geen aandeelhouder is en ook niet de behoefte voelt verantwoording af te leggen aan de raad van bestuur. Die verkozenen hebben trouwens niet altijd de kennis noch de zin de om jaarcijfers door te ploegen, terwijl zij zich wel moeten verantwoorden als het bedrijf over de kop gaat en iedereen zijn spaargeld kwijtraakt. Bijvoorbeeld omdat er te makkelijk krediet is verleend aan te veel kredietonwaardige leners.’
Dat is vandaag de achilleshiel van het microkrediet. Door de explosie van het aantal aanbieders, vooral in steden, nemen mensen almaar kredieten op bij verschillende mfi’s. Die schuldenlasten worden bij een persoonlijke tegenslag of een plotselinge stijging van de voedselprijzen al snel een nachtmerrie. ‘De sector in West-Afrika heeft vandaag een gemiddelde terugbetaalratio van 94 procent’, weet Ekué, ‘en dat is eigenlijk wel goed. Maar wij zien toch een neerwaartse trend. Terwijl achttien jaar geleden zo’n 2 procent van de klanten zijn microlening niet kon terugbetalen, schommelt het aandeel wanbetalers vandaag al rond de 6 procent.’
Dat zijn nog steeds uitstekende resultaten, maar in absolute cijfers gaat het wel om een hoop geld. Begin jaren negentig telde Ekué amper honderd microfinancieringsinstellingen in de West-Afrikaanse Unie, een verzameling van acht landen die de CFA-frank gebruiken. Vandaag zijn dat er zevenhonderd, met een klantenbestand van liefst zeven miljoen mensen en uitstaande kredieten tot 480 miljard CFA en collectieve spaartegoeden tot 500 miljard CFA, tegenover bijna 14 miljard CFA in 1992. Dan scheelt een procentpunt algauw een slok op de borrel. Bovendien is 6 procent een gemiddelde, zegt Ekué nog. ‘Sommige instellingen hebben 40 procent of meer wanbetalers.’

Lagere drempel


De groei van de microfinancieringssector – in sommige landen met meer dan 50 procent per jaar– heeft bovendien ook gewone banken doen inzien dat kredieten, spaarboekjes en andere financiële producten voor minder rijke klanten ook geld opbrengen. ‘In steden als Dakar vechten ook gewone banken om de kleine klant’, weet Ekué. ‘Vroeger had je minstens 1000 euro nodig om een bankrekening te krijgen, terwijl je bij een mfi terecht kan met amper 10.000 CFA, niet eens 20 euro. Vandaag is de drempel bij banken lager, zij trekken naar de wijken en zij openen daar ook kantoortjes. In de acht landen van de West-Afrikaanse Unie is het aantal kantoren van commerciële banken in 2008 met 40 procent toegenomen, en dat in tijden van crisis.’ 
Banken kunnen bovendien goedkoper krediet geven en dreigen veel microfinanciers weg te concurreren, tenzij die hun tarieven laten zakken. Nu ook banken hun graantje willen meepikken, dreigen de microfinanciers van vroeger de teugels wat te laten vieren en dus makkelijker klanten te aanvaarden. ‘Het gaat erom dat mensen beter worden van microfinanciering, maar als je overkreditering hebt, worden mensen er alleen maar slechter van’, reageert Marilou van Golstein Brouwers, directeur investment management bij Triodos Bank.
Triodos stopt al sinds 1994 fondsen in microfinanciële instellingen en zag het gevaar op overkreditering vorig jaar drastisch toenemen. ‘In landen waar de sector nog niet zo ontwikkeld is, is het probleem nauwelijks aan de orde. Maar in landen waar de concurrentie groot is, krijg je dit. Wij zien het vooral in enkele Midden-Amerikaanse landen, in een aantal Indiase staten en sommige Oost-Europese landen zoals Bosnië. Vooral de instellingen die sterk gericht zijn op groei en niet zo zorgvuldig zijn in hun kredietverlening, veroorzaken problemen.’ 
Van Golstein: ‘Op zich is groei niet verkeerd, maar je mag het belang van de klant niet verwaarlozen. Er zijn in deze sector bovendien aandeelhouders bijgekomen die veel meer gericht zijn op kortetermijnwinst en niet zo geïnteresseerd zijn in de sociale missie van de instellingen.’ Net zoals de doorsnee Amerikaan er verschillende kredietkaarten op na hield en zich daarmee hopeloos in de schulden stak, kan een stadsbewoner in ontwikkelingslanden vandaag makkelijk verschillende microkredieten openen. Onder het mom van microfinanciering bieden instellingen vandaag ook veel consumptiekrediet aan, tegen hoge tarieven welteverstaan. ‘Zij noemen dat ook microfinanciering, omdat het kleine leningen zijn. Zij calculeren in dat een heleboel klanten niet zullen terugbetalen en daarom zetten ze hun rente zo hoog.’

Klantenbescherming


Komt het straks tot een crash, zoals bij de reguliere banken? Van Golstein gelooft van niet. ‘Er zullen ongetwijfeld een aantal instellingen zijn die het niet redden, maar een crash wordt het niet, nee. Er zijn heel veel investeerders in deze sector met een sociaal motief. Er is ook een beweging op gang gebracht met de klantenbeschermingsprincipes van CGAP, het onderdeel van de Wereldbank dat zich bezighoudt met microfinanciering. Eén principe is dat je overdreven schuldenvorming van klanten moet tegengaan, onder andere door goed te kijken naar wat een klant als lening aankan. Een heleboel instellingen wil actief met die principes aan de slag.’
Volgens Ekué heeft West-Afrika het voordeel dat de kredietverleners tegelijk ook spaarkassen zijn. De eerste microfinanciers in de regio waren coöperaties die de spaartegoeden van de mensen beheerden. Gaat zo’n mfi over de kop, dan heb je geheid straatprotesten en dat ziet geen enkel staatshoofd graag gebeuren. Ekué: ‘UNACOOPEC, het grootste microfinancieringsnetwerk van Ivoorkust, is al jaren in herstructurering en kan voorlopig nog altijd zijn eigen deposito’s bij de banken aanspreken. Maar de dag dat dat netwerk failliet dreigt te gaan, zal de regering ingrijpen. Daar ben ik zeker van.’ 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift