Vaste delfstoffen moeten olie vervangen als belangrijkste inkomstenbron

Odion Ugbesia, de nieuwe Nigeriaanse minister voor Vaste Mineralen, maakt zich sterk dat delfstoffen als steenkool, goud, lood, ijzererts, het zeldzame tantaliet, zink en bitumen binnen afzienbare tijd meer deviezen zullen binnenbrengen dan olie. Nu haalt Nigeria nog ongeveer 90 procent van zijn exportinkomsten uit de exploitatie van zijn olie- en gasvelden, maar in de Nigeriaanse ondergrond gaan nog veel andere schatten schuil die tot hiertoe bijna onaangeroerd zijn gebleven.


Studies hebben uitgewezen dat in Nigeria minstens 25 delfstoffen op een winstgevende manier kunnen worden geëxploiteerd. Met die wetenschap is tot hiertoe niet veel gebeurd. Nigeria richtte in de jaren 70 een Nigerian Mining Corporation op, in 1995 kwam er een ministerie voor de Ontwikkeling van Vaste Mineralen en in 1998 werd de mijnbouwwetgeving gewijzigd om een aantrekkelijk klimaat te scheppen voor buitenlandse ondernemingen, maar dat gaf allemaal geen aanleiding tot serieuze investeringen.

De mijnbouwsector draagt nog altijd geen vol procent bij tot het Nigeriaanse bruto binnenlands product (bbp), waar olie en gas goed zijn voor 40 procent. Toch heeft Nigeria dringend nieuwe inkomsten nodig. De Nigeriaanse economie groeide in 2002 met 3,9 procent; een beetje beter dan in 2001 maar onvoldoende voor de regering, die op 5 procent had gehoopt. Alleen een stevigere groei kan Nigeria in staat stellen de strijd tegen de armoede echt aan te gaan.

Tin en steenkool zijn voorlopig de enige vaste delfstoffen die al op enige schaal geëxploiteerd worden. Maar daar komt verandering in. Minister Ugbesia stelt zijn hoop onder meer op het westen van het land, waar grote voorraden bitumen in de ondergrond zitten. Bitumen, een vaste tot taaivloeibare delfstof uit de familie van de koolwaterstoffen, is een bindmiddel en de belangrijkste grondstof voor de aanmaak van asfalt, maar kan ook geraffineerd worden tot benzine of kerosine. De ontdekking van bitumen in Nigeria dateert al uit 1900, maar er kwam nooit genoeg politieke steun om met de exploitatie ervan te beginnen. Pas in 2000 is daar verandering in gekomen. Intussen weten de geologen dat de reserves zich uitstrekken over een 120 kilometer lange gordel en zeker 42 miljard vaten bedragen. Er zijn ongeveer 80 boorputten aangelegd om de kwaliteit van de voorraden nauwkeurig in kaart te brengen. De resultaten van die onderzoeken vallen mee. Met de commerciële exploitatie is al een voorzichtig begin gemaakt.

Bitumen kan geëxporteerd worden, maar de vraag in eigen land is ook hoog. Nigeria heeft zowat 60.000 kilometer verharde wegen, en geeft elk jaar ongeveer twee miljard naira (18 miljoen euro) uit aan de import van asfalt.

Naast bitumen maakt de regering ook werk van de lokale productie van bentoniet (een natrium-kleisoort) en gips, twee bouwstoffen. Ook die mineralen moeten nu ingevoerd worden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift