Veel weerstand tegen VS-voorstel voor vrijhandel innijverheidsgoederen

Lang niet iedereen is enthousiast over het
Amerikaanse voorstel om de invoertarieven op industrie - en
consumptiegoederen tegen 2015 wereldwijd tot nul terug te brengen.
Amerikaanse textielproducenten vrezen ten onder te gaan. De Europese Unie en
Japan vinden een betere toegang tot de Amerikaanse markt aanlokkelijk, maar
de EU zou de invoertarieven toch liever niet helemaal zien verdwijnen. En
veel ontwikkelingslanden denken dat de voordelen niet zullen opwegen tegen
de nadelen.


Het Amerikaanse plan werd gisteren bekend gemaakt door de Amerikaanse
Handelsvertegenwoordiger Robert Zoellick en minister van Handel Don Evans.
De VS stellen voor dat alle leden van de Wereldhandelsorganisatie hun
invoertarieven op industriële producten van vijf procent of minder helemaal
afschaffen. Hogere tarieven zouden gereduceerd worden tot maximaal acht
procent. In een tweede fase zouden die overblijvende tarieven tussen 2010 en
2015 geleidelijk helemaal worden geëliminerd. Het voorstel zal volgende week
in Genève officieel worden voorgelegd aan de 143 andere lidstaten van de
Wereldhandelsorganisatie. In het plan is ook sprake van een afzonderlijk
programma om niet-tarifaire handelsbarrières te slechten. Dat voorstel
zouden de VS in januari lanceren.

Volgens Zoellick zou vrijhandel in nijverheidsgoederen zowel de
industrielanden als de ontwikkelingslanden ten goede komen. De Amerikaanse
en Europese markt zouden niet langer afgeschermd worden voor producten uit
arme landen, en omgekeerd zouden producenten uit de industrielanden vrije
baan krijgen op de markten in de ontwikkelingslanden.

Het voordeel voor de VS heeft Zoellick al laten berekenen. Een gemiddeld
Amerikaans gezin van vier zou per jaar 1.600 dollar rijker worden.
De Amerikaanse economie zou een enorme impuls kunnen krijgen. Het land voert
per jaar voor meer dan 670 miljard dollar industrie- en consumptiegoederen
uit. Volgens een recent onderzoek van de universiteit van Michigan zou de
Amerikaanse productie met 95 miljard dollar kunnen stijgen dankzij de
vrijhandel. De VS gaan ervan uit dat het snijden in de tarieven vooral hun
handelspartners pijn zou doen. De Amerikaanse tarieven op
nijverheidsgoederen bedragen gemiddeld twee procent; andere rijke landen
komen aan een gemiddelde van vier procent. In veel ontwikkelingslanden
bedraagt het gemiddelde invoertarief voor industrie- en consumptiegoederen
20 procent.

Maar sommige industriesectoren in de VS zijn helemaal niet opgezet met de
eerlijke concurrentie die het plan volgens de Amerikaanse regering zou
opleveren. Amerikaanse textielproducenten vrezen van de kaart te worden
geveegd door invoerders uit de lageloonlanden en hebben verzet aangekondigd
tegen het voorstel.

Scepticisme overweegt ook bij de Amerikaanse handelspartners. Die wijzen
erop dat de VS helemaal geen kampioen van de vrijhandel zijn. Washington
heeft dit jaar een wet goedgekeurd die de Amerikaanse boeren de komende 10
jaar vele bijkomende miljarden steun toezegt. De Amerikaanse regering heeft
ook de invoertarieven op staalproducten drastisch opgetrokken, en heeft
ettelijke anti-dumpingprocedures aangespannen tegen importeurs van producten
die ook in de VS worden gemaakt.

Veel Europese bedrijven kunnen de concurrentie met Amerikaanse producenten
aan, maar tot hiertoe heeft de Europese Unie zich enkel voor een verlaging
van de invoertarieven uitgesproken. In de ontwikkelingslanden is het
voorbehoud nog groter. De industriële sector is er nog in volle ontwikkeling
en daardoor veel kwetsbaarder. De ontwikkelingslanden beschuldigen de VS
ervan met twee maten en twee gewichten te wegen: Washington aarzelt niet
eigen producenten die in moeilijkheden verkeren te ondersteunen, maar eist
van zijn handelspartners dat alle subsidies en elke vorm van
marktbescherming worden afgebouwd.

Het lijkt dus twijfelachtig of de Amerikaanse voorstellen geaccepteerd
zullen worden door de Wereldhandelsorganisatie. Maar intussen probeert
Washington wel dezelfde ideeën via regionale en bilaterale akkoorden ingang
te doen vinden. De VS zijn de motor achter de onderhandelingen die begin
2006 tot een Pan-Amerikaanse Vrijhandelszone (FTAA) moeten leiden.
Onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord met Singapore en Chili zijn al
ver gevorderd, en vrijhandelsbesprekingen met Marokko en vijf landen in
Centraal-Amerika staan op stapel.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift