Venezolaanse pers is steeds meer een schietschijf

Steeds meer Venezolaanse journalisten zijn het doelwit van moordaanslagen. Deze maand alleen al werden er twee afgemaakt, twee andere ontsnapten ternauwernood aan de dood.
Met een verbijsterende kalmte stapte de moordenaar van zijn motorfiets, haalde hij zijn wapen tevoorschijn en schoot hij ongedwongen naar het hoofd van Orel Sambrano. De journalist was op weg naar een videotheek langs een drukke laan in Valencia, 100 kilometer te westen van de Venezolaanse hoofdstad Caracas.

De 63-jarige Sambrano, die ook advocaat was, leidde het weekblad ABC, was columnist bij de krant Notitarde en ondervoorzitter van radiozender América. Hij had meermaals verhalen over drugshandel gebracht en corruptie aangeklaagd.

Het was al de vierde moordaanslag op journalisten deze maand in Venezuela. Op 13 januari werd in Acarigua, 300 kilometer van Caracas, de 62-jarige Rafael Finol beschoten vanuit een auto voor de deur van de krantenredactie waar hij werkte. Hij overleefde de aanslag doordat hij zijn hoofd even had gedraaid voor de kogel hem raakte. “Dit is het begin van een spiraal van geweld, alle journalisten in het land moeten op hun hoede zijn”, zei Finol, die met de sympathiseert met de regering van Hugo Chávez.

Op nieuwjaarsdag werden Jacinto López en Ricardo Marapacuto ontvoerd in Barquisimeto, 300 kilometer ten westen van Caracas. De ontvoerders schoten de 22-jarige López dood en verwondden Marapacuto, die wellicht bleef leven doordat hij zich voor dood hield. Marapacuto had de moordenaars horen zeggen dat iemand hen 1000 dollar had betaald om de journalsiten om te brengen.

Huurmoordenaars



Het persobservatorium Espacio Público (Publieke Ruimte) vermoedt dat er huurmoordenaars aan het werk zijn in opdracht van drugstrafikanten. “In deze gevallen en ook andere gevallen van agressie tegen journalisten is een sterke reactie van de staat nodig, van de regering, de politie, het parket en de rechtbanken, om te vermijden dat er een straffeloosheid ontstaat die nog tot meer misdaden en tot zelfcensuur leidt”, reageert Carlos Correa, coördinator van Espacio Público, een van de persverenigingen die vrijdag, de dag van de moord op  Sambrano, het Comité voor de Bescherming van Journalisten oprichtte.
De zelfcensuur heeft zijn intrede al gedaan. Journalisten aan de grens met Colombia en aan de Caraïbische kust geven toe dat ze niet langer berichten over huurmoordenaars, buitenlandse misdaadbendes, drugshandel of corruptie brengen, uit vrees voor represailles.

Straffeloosheid



Als voorbeeld van straffeloosheid noemt Correa de moord op journalist Mauro Marcano in 2004 in Maturín. Die had op de radio en in de krant gewag gemaakt van botsingen tussen drugsbendes en de politie. Ceferino García, die door Marcano als leider van een drugskartel was aangeduid, moest zich voor de rechter verantwoorden voor de moord: hij zou aan huurmoordenaars 40.000 dollar betaald hebben om de journalist op te ruimen. Maar juridische perikelen leidden vorige zomer tot de vrijspraak van García.
“De moorden komen bovenop de de tientallen aanslagen op en agressies tegen de vrijheid van meningsuiting de laatste maanden”, zegt William Echeverría, voorzitter van het Nationaal College van Journalisten. “Spijtig genoeg heeft het agressieve discours op radio en televisie een soort sneeuwbaleffect veroorzaakt”, een verwijzing naar de bitsige wederzijdse aanvallen van politieke rivalen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift