Venezuela weet zich geen raad met goedkoopste benzine ter wereld

Een liter benzine kost 2 tot 3 eurocent in Venezuela, en dat is al tien jaar zo. Eigenlijk zou de dramatische terugval van de inkomsten uit de export van olie de Venezolaanse regering ertoe moeten aanzetten de prijs aan de pomp in eigen land op te trekken, maar dat zou electorale zelfmoord betekenen.
“Wat is het probleem?”, vraagt de buschauffeur Alexis Santana. “Als we tarwe of tractoren zouden produceren, waren die hier veel goedkoper. We hebben olie, en dus moet die hier goedkoop zijn.” Venezuela is een van de grootste olieproducten ter wereld, en veel Venezolanen vinden het dus logisch dat ze bijna niets betalen in het tankstation.

Een frisdrankje kost in Venezuela 20 keer meer dan een liter benzine. Chauffeurs geven vaak een grotere fooi aan de pompbediende die hun voorruit schoonmaakt dan wat ze betalen voor de tankbeurt.

Rijke Venezolanen profiteren



De eigenzinnige prijszetting komt vooral de eigenaars van de naar schatting vier miljoen auto’s in Venezuela ten goede. De veel talrijkere arme Venezolanen die het openbaar vervoer gebruiken, zouden veel beter af zijn bij een normale verkoopprijs. Op die manier zou de Venezolaanse staat miljarden euro extra binnenkrijgen die naar investeringen in onderwijs, gezondheidszorg of de landbouw kunnen gaan.

Vorig jaar bedroeg het verschil tussen de reële inkomsten uit de verkoop in eigen land en de internationale waarde van die hoeveelheid brandstof bijvoorbeeld ongeveer 19 miljard euro, schat de econoom Asdrúbal Oliveros van de Venezolaanse onderneming Ecoanalítica.

Maar de politicus die de benzine duurder maakt, kan rekenen op een afstraffing bij de volgende verkiezingen. “Het is waanzinnig benzine zo goedkoop aan de man te brengen, we kunnen hem nog beter cadeau doen”,  verklaarde president Hugo Chávez in januari 2007 in een toespraak. Chávez liet toen onderzoeken of de prijs kon worden opgetrokken. Maar tot hiertoe is dat nog niet gebeurd.

Zolang de olieprijs hoog was en het geld dus binnenstroomde, kon Venezuela zich het veroorloven benzine in eigen land bijna weg te geven. Maar nu er op de internationale markt nog maar 31 dollar voor een vat Venezolaanse olie wordt betaalt in plaats van 116 dollar zoals in juli, is dat anders.

Armoedebestrijding



De regeling ontneemt PDVSA, de openbare oliemaatschappij van Venezuela, middelen die het bedrijf hard nodig heeft om zijn schulden af te bouwen en om te investeren, bijvoorbeeld in diversificatie of in het distributiesysteem in eigen land. En het mammoetbedrijf kan ook niet zoveel bijdragen aan sociale programma’s van de overheid als de regering zou willen. In 2007 was dat ongeveer 10 miljard euro, minder dus dan het cadeau dat de Venezolaanse automobilisten kregen. Meer geld voor armoedebestrijding zou welkom zijn: zowat 40 procent van de Venezolanen leeft in armoede.

Nu de aardolieprijs is teruggevallen tot een vierde van de prijs van de voorbije zomer, krijgt Venezuela het zelfs moeilijk om de huidige inspanningen in de strijd tegen de armoede vol te houden. “De inkomsten kunnen zo sterk terugvallen dat de regering maatregelen moet nemen: de munt devalueren, de belastingen verhogen of de benzineprijs verhogen”, zegt de econoom Emeterio Gómez. “Wat ze zeker niet zal doen is snijden in de uitgaven.”

Riskante operatie



Door de brandstofprijzen op te trekken, zou de Venezolaanse regering meer kunnen bereiken dan alleen een begroting die er beter uitziet. Ook de snelle aangroei van het aantal auto’s op de wegen zou worden afgeremd, en de massale smokkel van goedkope benzine naar de buurlanden zou worden ontmoedigd.

Maar Venezuela moet wel de inflatie onder controle krijgen. Het land doet nu al een jaarlijks inflatiepercentage van ongeveer 35 procent optekenen. Levensmiddelen worden gemiddeld zelfs 50 procent per jaar duurder. Veel voedsel wordt via de weg vervoerd, waardoor die prijzen bij hogere brandstofkosten nog sterker zouden toenemen. Voor de arme Venezolanen zou dat catastrofaal zijn.

Venezolanse politici weten dat ze een groot risico zouden nemen door aan de brandstofprijzen te morrelen. In 1989 zorgde een stijging van de benzineprijzen voor sociaal protest en rellen waarbij honderden doden vielen.

De voorbije jaren leefde de Venezolaanse politiek bovendien in een bijna permanente verkiezingskoorts, met bijna elk jaar belangrijke stembusslagen. Impopulaire maatregelen liggen daardoor nog moeilijker. Het is mogelijk dat de Venezolanen in de lente van 2009 alweer naar de stembus moeten.


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift