Verdeeldheid over VN-verdrag tegen 'verdwijningen'

Dagelijks ‘verdwijnen’ mensen zonder dat familieleden iets horen over hun lot. De werkgroep van de VN-Commissie voor de Mensenrechten (UNCHR) rondde vrijdag een nieuwe overlegronde af over een internationaal verdrag inzake verdwijningen. De deelnemende landen bleken verdeeld over de status van zo’n verdrag.

Niet alle landen zien het nut van een nieuw internationaal orgaan, zegt Federico Andreu-Guzmán, adviseur van de Internationale Commissie van Juristen (ICJ). Onder andere Rusland, China en Ethiopië zouden de voortgang daardoor hinderen. Andere landen willen juist een zo gedetailleerd mogelijk verwoorde conventie en een onafhankelijk toezichtorgaan.

Verdwijningen waarvoor overheden verantwoordelijk zijn, vinden op grote schaal plaats in alle delen van de wereld. Vooral in Azië verdwijnen veel mensen. Maar ook in Afrika, Europa en Noord- en Zuid-Amerika, zegt Darko Göttlicher van de Working Group on Enforced or Involuntary Disappearances (WGEID). De werkgroep werd in 1980 opgericht door de UNCHR en probeert informatie te achterhalen over het lot van verdwenen personen. Het aantal verdwijningen dat dit jaar bij ons is gemeld, loopt in de honderden, zegt Göttlicher. Alleen al in Nepal zijn tussen januari en september 117 urgente gevallen gemeld. De werkgroep verstuurt jaarlijks honderden brieven over de meer dan 40.000 zaken die hij in behandeling heeft. De afgelopen vijf jaar werden ruim 5300 zaken opgehelderd.

Sinds jaren tachtig wordt gestreefd naar een bindend verdrag inzake verdwijningen.
Een VN-verklaring uit 1992 schrijft, in navolging van het Verdrag tegen Marteling, voor dat ieder die voor verdwijningen verantwoordelijk is wordt uitgewezen of voor een nationale rechter wordt gebracht. De Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) nam in 1994 een verklaring aan over verdwijningen en het gebruik van doodseskaders.

Tijdens het overleg van afgelopen week was de classificatie van verdwijningen als ‘misdaad tegen de menselijkheid’ een belangrijk punt van discussie. Toen de werkgroep in januari 2003 voor het eerst bijeenkwam, was er bij sommige lidstaten sterke weerstand tegen deze benadering. Tijdens de bijeenkomst van afgelopen week was die weerstand afgenomen en kreeg het voorstel tegen de verwachting in, steun van landen als Japan en Groot-Brittannië.

Een ander struikelblok was het toevoegen van daden door guerrillastrijders of opstandelingen aan de definitie van ‘verdwijningen’. Japan hield vol dat verdwijningen waar de overheid niet verantwoordelijk voor gehouden kan worden, apart behandeld moeten worden in het verdrag. Een standpunt dat veel bijval kreeg en ook werd gesteund door de Verenigde Staten, volgens Andreu-Guzmán.

De delegaties verschilden van mening over de exacte vorm van het verdrag. De Latijns-Amerikaanse landen en de meeste Europese landen willen een conventie met dezelfde status als het VN-verdrag tegen Marteling. Het toezichtorgaan moet volgens hen een autonoom orgaan worden met onafhankelijke experts die door de deelnemende landen worden gekozen.

Andere landen willen het verdrag reduceren tot een aanvullend protocol bij het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten. De Zwitserse delegatie kwam met een alternatief, namelijk het instellen van een subcommissie die gekoppeld wordt aan het Commissie voor de Mensenrechten. Volgens Andreu-Guzmán is de Commissie voor de Mensenrechten echter al overbelast. De commissie heeft slechts de capaciteit om jaarlijks de mensenrechtensituatie in vijftien landen te bestuderen en dertig individuele klachten af te handelen, zegt hij.

De werkgroep komt in januari opnieuw bijeen om het conceptverdrag verder uit te werken. Tijdens de volgende bijeenkomst van de VN-Commissie voor de Mensenrechten in maart en april, wordt een rapport aangeboden. Het definitieve voorstel zal waarschijnlijk nog minimaal anderhalf jaar op zich laten wachten. (JS)

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3306   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift