Verdwijningen uit burgeroorlog Guatemala eindelijk voor de rechter

De Guatemalaanse rechter Patricia Bustamante heeft de weg vrijgemaakt voor een eerste proces over de talloze verdwijningen van regimetegenstanders tijdens de Guatemalaanse burgeroorlog van 1960 tot 1996.
De eerste rechtszaak loopt in de zuidelijke stad Chimaltenango en onderzoekt de betrokkenheid van Felipe Cusanero bij de verdwijning van zes mensen. Cusanero was chef van de zogenaamde Patrouilles voor Burgerlijke Zelfverdediging (PAC), paramilitaire burgerwachten die het leger inzette tegen vermeende opstandelingen. Cusanero wordt ervan beschuldigd tussen 1982 en 1984 vier mannen en twee vrouwen te hebben laten verdwijnen.

Zes mensen is niet veel - de waarheidscommissie die wreedheden uit de 36 jaar durende burgeroorlog in Guatemala onderzocht, schatte in 1999 dat de ordediensten en doodseskaders meer dan 45.000 mensen deden verdwijnen. Nog geen enkel van die gevallen is door het Guatemalaanse gerecht onderzocht. De zaak tegen Cusanero kan wel de sluizen openzetten voor een vloed aan gelijkaardige rechtszaken.

Eigenlijk moest het mondelinge gedeelte van het proces tegen Cusanero vorige week al beginnen, maar zijn advocaten voerden aan dat de rechtszaak ongrondwettelijk is. De misdaad waarvan hun cliënt beschuldigd wordt, “gedwongen verdwijning”, stond nog niet in het Guatemalaanse strafwetboek toen Cusanero actief was, zeggen ze. Pas in 1996 maakte een hervorming van het strafrecht een einde aan die lacune. Net als andere landen beschouwt Guatemala het laten verdwijnen van tegenstanders sindsdien als een ‘voortdurende misdaad’, die pas kan beginnen te verjaren als de restanten van het slachtoffer gevonden zijn.

In het geval van Cusanero betekent dat volgens de rechtbank dat hij ter verantwoording kan worden geroepen voor de zes misdaden, die immers na 1996 bleven voortduren. De klacht van de verdediging van Cusanero werd in eerste instantie verworpen. Nu wordt het beroep tegen dat vonnis behandeld door het grondwettelijk hof. De uitspraak in de beroepsprocedure mag wettelijk maximaal twee en een halve week op zich laten wachten.

De advocaten van de slachtoffers vinden het goed dat het gerecht zich uitspreekt over het bezwaar van de verdediging, maar klagen dat er te veel tijd overheen gaat. Ze vrezen nog meer tijdverlies. Het Guatemalaanse parlement maakt maar geen vorderingen met een wetsvoorstel dat moet beletten dat rechtszaken op de lange baan worden geschoven door juridische fijnzinnigheden.

Als het grondwettelijk hof tegen de verwachtingen in de verdediging van Cusanero gelijk geeft, zijn de klagers van plan de zaak voor de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten te brengen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift