Verhoging ontwikkelingshulp blijft taboe voor VS

De Verenigde Staten zullen zich volgende week
op de internationale top over de financiering van ontwikkeling niet tot
beloften laten verleiden hun hulp aan de arme landen op te trekken.
Monterrey wordt geen donorconferentie, verklaarde de Amerikaanse
onderminister van Economische, Commerciële en Landbouwaangelegenheden Alan
P. Larson dinsdag. President George W. Bush wordt één van belangrijkste
deelnemers aan de door de Verenigde Naties georganiseerde topontmoeting die
van 18 tot 22 maart in het Mexicaanse Monterrey plaatsvindt.


Volgens Larson gaat Bush naar Monterrey met politieke doelstellingen: hij
wil een consensus en een engagement tot stand brengen rond de aanpak van het
ontwikkelingsprobleem, en steun verwerven voor de Amerikaanse standpunten.

De conferentie van Monterrey moet nieuwe strategieën opleveren om de
armoedebestrijding in de ontwikkelingslanden te financieren. Washington
heeft voorgesteld dat de helft van het geld dat nu via zachte leningen naar
de arme landen vloeit, zou worden omgezet in giften. De enorme bedragen die
instellingen als de Wereldbank tot hiertoe hebben uitgeleend aan de landen
van het zuiden, hebben volgens de Amerikanen niet veel uitgehaald, maar ze
hebben wel de schuldenlast van die landen verzwaard. De VS willen de
toekomstige ontwikkelingshulp sterker afhankelijk maken van de resultaten
die ermee geboekt worden. Ontwikkelingslanden die er niet in slagen hun
gezondheidszorg, het onderwijs en andere basisdiensten beter toegankelijk te
maken voor de armen, zouden minder geld krijgen of helemaal van de hulp
worden afgesneden.

De Europese Unie en andere industrielanden steunen dat voorstel niet. Ze
vinden dat de VS de successen die in het verleden zijn geboekt met zachte
leningen over het hoofd zien, en dat ze het bestaande internationale systeem
van ontwikkelingssamenwerking op de helling zetten. Ze vinden ook dat de VS
niet veel recht van spreken hebben nu het land nog amper 0,1 procent van
zijn bruto binnenlands product aan ontwikkelingshulp uitgeeft. De meeste
andere rijke landen doen 3 tot 10 keer beter.

Maar Washington is niet onder de indruk van de argumenten die andere landen
aanvoeren om de ontwikkelingshulp op te trekken. De Wereldbank heeft in een
recente studie voorgerekend dat er per jaar 40 tot 60 miljard dollar extra
van de rijke naar de arme landen moet vloeien om de Millenniumdoelstellingen
waar te maken. Die doelstellingen werden door de Verenigde Naties vastgelegd
en voorzien onder meer in een halvering van de armoede in de wereld tegen
2015. Om het door de Wereldbank genoemde cijfer te halen, moet de huidige
officiële ontwikkelingshulp meer dan verdubbelen. Volgens Larson is de
studie van de Wereldbank niet overtuigend. Hoeveel munitie is genoeg om de
oorlog tegen de armoede te winnen? Ik weet het niet. Ik denk dat de
Wereldbank het niet weet. Niemand weet het.

Larson deed wel opmerken dat de Verenigde Staten voorgesteld hebben de
middelen van het zachte leningenluik van de Wereldbank met maximaal 18
procent te verhogen als de begunstigde landen betere resultaten kunnen
voorleggen op het vlak van kindersterfte, onderwijs, gezondheidszorg en
armoedebestrijding. Over de manier waarop die vooruitgang moet worden
gemeten, kan volgens Larson gediscussieerd worden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift