Verkiezingen in Irak: 'De boog staat gespannen'

Op 7 maart kiezen de Irakezen een nieuw parlement. Opnieuw gaan de verkiezingen er gepaard met turbulentie, complottheorieën en geweld.
De parlementsverkiezingen zijn de derde verkiezingsronde sinds de Amerikaanse inval in Irak in 2003. Ze vormen opnieuw een test voor de politieke fundamenten van Irak: zijn die stevig genoeg om het huis recht te houden?
Bagdad kreunt, na een periode van relatieve rust, onder een reeks bomaanslagen: een typische aftrap naar Iraakse verkiezingen. De aanslagen zijn sinds 2003 nooit uitgebleven, maar ze komen nu weer sneller en heviger en eisen meer mensenlevens.
Irak kon de voorbije twee jaar de talloze gewapende fracties onder controle houden, maar opvallend is dat de huidige aanslagen in toenemende mate worden opgeëist door Al Qaeda in Irak. Die laat zich, na een lange stilte, opnieuw opmerken. Al Qaeda gedijt het best in mislukte staten, door terug te keren trapt de terreurbeweging op de ziel van de Iraakse politiek.
De boodschap –die ook andere Iraakse terreurgroepen geven– is duidelijk: de regering van premier Nouri al-Maliki is niet in staat om de veiligheid van en in Bagdad te garanderen. Met het vooruitzicht op de terugtrekking van de Amerikaanse gevechtstroepen in augustus, is een minimum van gewaarborgde veiligheid nu de ultieme wens van de gemiddelde Irakees.

soennieten voelen zich geviseerd


De Iraakse verdeeldheid komt in deze pre-verkiezingstijd eens zo sterk naar voor. Het was wachten op een mogelijke politieke zet van de Verantwoordings- en Gerechtigheidscommissie (zie kader). Die kwam er. In januari besliste de commissie om minstens 512 kandidaten niet toe te laten tot de verkiezingen.
De geschrapte kandidaten –zowel sjiieten en soennieten– zouden volgens de commissievoorzitters allen nauwe banden hebben gehad met de Baath-partij van wijlen dictator Saddam Hoessein. Het zijn de twee grootste seculiere coalities die het hardst geraakt werden, maar vooral de soennieten voelen zich geviseerd. Op de lijst prijkten immers ook de namen van de huidige minister van Defensie en van Saleh al-Mutlaq, een bekende soennitische leider. Dat die laatste geweerd zou worden van de kieslijsten, wordt toegeschreven aan een vuil politiek spelletje.
Het was Mutlaq die mee het tij kon keren in de Iraakse opstand van 2005, schrijft het VN-nieuwsagentschap IRIN. Ook Joost Hiltermann, vice-programmadirecteur Midden-Oosten bij de International Crisis Group, noemt de “de-Baathificatielijst” flauwekul: ‘Alsof de saddamisten opeens terugkeren. Mutlaq draait al vier jaar op verantwoordelijke wijze mee in het parlement. Door zo’n bekende figuur uit te sluiten, win je niet aan geloofwaardigheid.’
Een Iraaks Hof van Beroep –al dan niet geïnspireerd door de VS, die vreesden voor nieuwe rellen onder sjiieten en soennieten– floot later de beslissing terug om de kandidaten uit de verkiezingen te weren.
Het eigenlijke de-Baathificatieproces zou worden uitgesteld tot na de verkiezingen. Maar die uitspraak werd opnieuw weerlegd door vier hoge regeringsfunctionarissen. Deze pingpongpolitiek illustreert perfect dat de Iraakse de-Baathificatieregelgeving zich in een juridisch grijze zone bevindt.
Hoe het verhaal rond de kieslijsten ook afloopt, alle elementen voor een Iraakse opstand zijn vandaag aanwezig, zegt Hiltermann. ‘De boog staat nu erg gespannen. Het staatsbestel in Irak is nog ongelooflijk zwak en verdeeld. De veiligheidssituatie is zeer relatief, niet structureel, en kan imploderen zodra de Amerikanen weg zijn. Het is de vooravond van de verkiezingen. Iedereen wil dus zijn eigen post beschermen, desnoods met geweld.’
Er wordt ook gevreesd voor een boycot, zeker vanuit soennitische hoek. Bij de vorige parlementsverkiezingen in 2005 leidde een massale soennitische boycot tot erg gewelddadige clashes tussen de sektarische groepen.

de uitdagers van maliki


Premier Maliki kon Irak dan wel geen enkele economische stroomstoot geven, hij bracht wel relatieve stabiliteit op het vlak van veiligheid. De vraag is of hij kan winnen. ‘Het is nog geen 7 maart’, zegt Hiltermann.’ Er kan nog van alles gebeuren, maar Maliki is vermoedelijk toch nog populair, zelfs in Bagdad. Dat hij sinds 2007 de veiligheidssituatie in Zuid-Irak stabiliseerde, heeft hem veel krediet van de bevolking opgeleverd. Daar kan hij nog even op teren, dus hij maakt kansen. Maar zelfs als hij wint, zal hij het heel moeilijk krijgen om een nieuwe regering te vormen.’
Een van de grote uitdagers van Maliki en zijn (sjiitische) Dawa-partij is de seculiere, gemengde coalitie Iraqiya, geleid door de voormalige premier –en lieveling van het Westen en de Arabische staten– Iyad Allawi. Daarnaast is er nog de Iraakse Nationale Alliantie, een sjiitische islamistische alliantie met onder meer de door Iran gesteunde Opperste Iraakse Islamitische Raad en aanhangers van de anti-Amerikaanse Sadr-factie. ‘Klopt, maar er zijn vier of vijf van dit soort allianties, allemaal van ongeveer dezelfde orde van grootte’, reageert Hiltermann. ‘Niemand zal met de meerderheid van stemmen winnen, dus de grote uitdaging zal een coalitievorming zijn.’
Eenmaal dat obstakel overwonnen, wacht de volgende Iraakse regering nog grotere uitdagingen. Irak moet vooral werk maken van de verdere stabilisering en veiligheid van het land, en de zwakke economie dringend verder op gang trekken en diversifiëren. Ook de olierijke en betwiste provincie Kirkoek en de gespannen relaties met het Koerdische bestuur in Erbil zullen opnieuw zware debatpunten worden.

Iraakse de-Baathificatie


De Iraakse Verantwoordings- en Gerechtigheidscommissie is de opvolger van het de-Baathificatiecomité. Dat kreeg hevige kritiek toen het veel Baathisten, leden van Saddams Baath-partij, uit hun publieke functies ontsloeg zonder degelijke onderzoeken en bewijzen dat ze zich schuldig hadden gemaakt aan misdaden onder het regime van Saddam Hoessein.
De de-Baathificatiewet is een erfenis van Paul Bremer, de speciale VS-gezant voor Irak in 2003 en 2004. Na de inval in Irak besloten de VS om de ambtenarij en de overheid te zuiveren van het regime van Saddam Hoessein. Het probleem was echter dat alle ambtenaren destijds verplicht waren om lid van Baath te worden, wat ook gold voor kleine spelers zoals onderwijzend personeel.
In 2008 werd een nieuwe wet gestemd in het kader van het verzoeningsproces tussen soennieten en sjiieten. Die moest tienduizenden ex-leden van de Baath-partij laten terugkeren in overheidsdienst. De huidige commissie werd in 2008 samengesteld, maar haar leden werden nooit officieel benoemd door het Iraakse parlement.
Er zijn dus zeker vragen te stellen bij de legitimiteit van deze commissie. De international Crisis Group, van bij het begin een felle tegenstander van Bremers de-Baathificatieplan, pleit voor een grondige hervorming van de wetgeving.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur