Verkiezingsstrijd brengt economisch herstel in gevaar

De politieke schermutselingen in de aanloop
naar de Braziliaanse verkiezingen van 6 oktober beginnen te wegen op de nog
wankele Braziliaanse economie. De regering slaagt er voorlopig niet in
enkele dringende wetten te stemmen die moeten helpen de overheidsfinanciën
in evenwicht te brengen en een eind te maken aan de energiecrisis die het
land sinds vorig jaar plaagt. Dat heeft dan weer een negatieve uitwerking op
het vertrouwen van de investeerders in Brazilië.


De regeringscoalitie is verzwakt door het vertrek van de Liberale
Frontpartij (PFL), de grootste formatie in de Kamer van
Volksvertegenwoordigers. Zonder de PFL komt de regering in het parlement
niet aan de 60 procent die nodig is voor grondwetswijzigingen. Die
bijzondere meerderheid is onder meer nodig om de verlenging goed te keuren
van een tijdelijke heffing van 0,38 procent op het opnemen van banktegoeden.
Die maatregel, die acht jaar geleden werd ingevoerd en elke week een kleine
200 miljoen euro in de schatkist doet belanden, loopt op 17 juni af. Het
grondwettelijk amendement dat nodig is om de heffing te verlengen, treedt
pas in werking 90 dagen nadat het gestemd is. De regering zal het dus al
zeker een kleine maand zonder die extra inkomsten moeten stellen, maar het
verlies loopt elke dag op.

De PFL schortte begin vorige maand haar steun voor de regering van president
Fernando Henrique Cardoso op nadat de politie was binnengevallen bij Lunus,
een bedrijf van Roseana Sarney. Daarmee kon de PFL een kruis maken over haar
plannen om Sarney als kandidaat voor de presidentsverkiezingen het veld in
te sturen. Op het tv-nieuws werden beelden getoond van een bedrag van
ongeveer 650.000 euro dat in de kantoren van Lunus in beslag werd genomen -
volgens de onderzoekers verduisterd overheidsgeld dat eigenlijk bestemd was
voor de ontwikkeling van de Amazoneregio.

Sarney, de voormalige gouverneur van de deelstaat Maranhao, werd op die
manier in verband gebracht met een schandaal dat al vorig jaar uitbrak en
ook andere politici uit het noorden van Brazilië in moeilijkheden heeft
gebracht. Tot in februari eindigde Sarney steevast als tweede in de
opiniepeilingen, na de kandidaat van de Braziliaanse Arbeiderspartij (PT)
Luiz Inacio ‘Lula’ da Silva. Maar het politieonderzoek deed de populariteit
van Sarney zinken als een baksteen. Nu lijkt de voormalige minister van
Gezondheid, José Serra, van de Sociaal-Democratische Partij (PSDB) het best
geplaatst om het in oktober tegen Lula op te nemen. De PFL beschuldigt de
PSDB ervan de politieacties te hebben uitgelokt. De PFL dwong haar vier
ministers tot ontslag en weigert voorlopig in het parlement wetsontwerpen
goed te keuren.

Ook de oplossing van de zware problemen met de stroomproductie waarmee
Brazilië de voorbije maanden werd geconfronteerd, wordt bemoeilijkt door de
obstructiepolitiek van de PFL-volksvertegenwoordigers. Zonder hun stemmen
lijkt het onwaarschijnlijk dat er een wettelijke regeling komt om de
elektriciteitsmaatschappijen te vergoeden voor hun verliezen als gevolg van
de rantsoenering van het stroomverbruik die de regering van juni vorig jaar
tot in februari instelde. Het parlement zou de regering ook de toelating
moeten geven in allerijl nieuwe gascentrales te bouwen die de stijgende
vraag naar stroom kunnen helpen opvangen.

Oproepen van politici uit de andere meerderheidspartijen om haar stugge
houding te laten varen in het belang van de bevolking, wuift de PFL weg.
Volgens PFL-senator Jorge Bornhausen heeft de regering nog altijd een gewone
meerderheid in het parlement, en moet ze zich daarmee maar behelpen. Maar
dat is alleen theorie. De verkiezingskoorts heeft ook in en tussen de
overblijvende regeringspartijen verdeeldheid gezaaid, waardoor stemmingen
rond gevoelige onderwerpen heel moeilijk worden. Met name de Partij van de
Braziliaanse Democratische Beweging (PMDB), een andere grote
regeringspartij, is hopeloos verdeeld. Eén factie wil een eigen
presidentskandidaat naar voren schuiven en stemt nu in het parlement
constant tegen alle regeringsinitiatieven. Kleinere partijen als de
Progressieve Braziliaanse Partij (PPB), die zich in het verleden steeds
achter Cardoso schaarden, zijn door het vooruitzicht van de verkiezingen van
6 oktober ook onbetrouwbare bondgenoten geworden. De Braziliaanse
Arbeiderspartij (PRB) is zelfs helemaal in de oppositie gegaan.

Intussen wegen ondernemers en buitenlandse investeerders ongerust de kansen
af van Lula, de kandidaat van de grootste oppositiepartij PT. In de
opiniepeilingen krijgt hij ongeveer 30 procent van de stemmen achter zijn
naam, meer dan gelijk welke andere kandidaat. Lula heeft al aangekondigd dat
hij een einde wil maken aan het neoliberale beleid dat Brazilië de
afgelopen 12 jaar heeft gevoerd.

De politieke onzekerheid komt bovenop een aantal ongunstige economische
ontwikkelingen waarmee de Braziliaanse ondernemers moeten afrekenen. Het is
nog niet duidelijk hoe groot de impact zal zijn van de crisis in buurland in
Argentinië, en ook de stijgende olieprijzen kunnen Brazilië pijn doen.
Voorlopig gaat analisten er nog wel van uit dat de Braziliaanse economie dit
jaar met 2,5 tot 3,5 procent zal groeien.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift