'Vernieuwde militaire samenwerking VS-Indonesië is kaakslag voor mensenrechten'

De VS willen volgend jaar opnieuw militaire adviseurs naar Indonesië sturen. De bevoegde senaatscommissie volgt daarmee de lijn van het Pentagon, dat stelt dat de deelname van het Indonesische leger aan de Amerikaanse wereldcampagne tegen het terrorisme belangrijker is dan bezorgdheden inzake mensenrechten. Over de wandaden van het Indonesische leger op Oost-Timor wordt de spons geveegd.


Er zijn nu al Amerikaanse militairen actief op Indonesische bodem. Enkele honderden ‘Special Forces’ trainen het Indonesische leger voor de klopjacht op de gewapende rebellengroepering Abu Sayyaf. Maar de Amerikaanse Senaat heeft nu beslist dat Indonesië in aanmerking komt voor de Internationale Militaire Opleidingstraining (IMET), dat voorziet in de training van legerofficieren van het middenkader op Amerikaanse bodem. Het vrij bescheiden programma geldt als een ultiem teken van militaire verstandhouding tussen de VS en het uitgenodigde land.

Volgens mensenrechtenorganisaties is het een vergissing van formaat. Het Indonesische leger zal deze beslissingen ervaren als een loutering van de schande van Oost-Timor, in 1999. Vele Indonesiërs zullen het als het signaal zien dat mensenrechten lager staan op de Amerikaanse agenda. Dit is een grote stap achteruit, zegt Mike Jendrzejczyk, een Indonesische expert van Human Rights Watch (HRW). Volgens John Miller, directeur van het Oost-Timorese Actie-Netwerk (ETAN), zet de beslissing de deur open naar de verdere terrorisering van de Indonesische bevolking door het leger.

Indonesië, ‘s werelds grootste moslimland, was tijdens de Koude Oorlog een van Amerika’s trouwe bondgenoten. Tijdens de jaren ‘90 schroefde Washington de militaire steun terug, uit bezorgdheid over de talrijke schendingen van de mensenrechten op de separatistische provincie Oost-Timor. President Clinton schrapte de steun in 1999 zelfs totaal, toen het Indonesische leger na een referendum over onafhankelijkheid op Oost-Timor verwoestend tekeer ging. Het Congres maakte militaire samenwerking afhankelijk van de inlossing van een aantal voorwaarden, zoals het berechten van de verantwoordelijken van de gruweldaden, het vrijlaten van politieke gevangenen, het toelaten van internationale hulporganisaties en het invoeren van een burgerlijke controle de strijdkrachten.

Volgens waarnemers kwam van al die voorwaarden weinig of niets in huis. Paul Wolfowitz, vice-minister van Defensie en voormalig ambassadeur in Jakarta, lobbyt fel voor een versoepeling van de voorwaarden. Hij argumenteert dat de terreurgroep al-Qaeda in Indonesië fondsen en rekruten wierf.

Al snel knoopten Amerikaanse militaire functionarissen gesprekken aan met het Indonesische leger over de levering van niet-dodelijk materieel. Maar het Congres negeerde dat en bleef hoogstens werken aan de oprichting van een Indonesische eenheid vredestroepen, die in etnische en religieus gespannen regio’s mogen optreden. Daarop kregen alle gekozenen een brief van de Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld, en de minister van Buitenlandse zaken Colin Powell. Ik geloof dat het opheffen van de ban op IMET de samenwerking met Indonesië in de strijd tegen het terrorisme kan versterken, schreef Rumsfeld. Rumsfeld vond in de Republikeinse senator Ted Stevens en de Democraat Daniel Inouye medestanders; zij trokken aan de kar en kregen het ontwerp goedgekeurd.

De beslissing van het Congres vangt niet alleen veel wind bij Indonesische mensenrechtenorganisaties, maar ook binnen de Amerikaanse overheid zelf. Niet alleen trok een aantal Amerikaanse senatoren partij voor de mensenrechtenorganisaties, ook het ministerie van Buitenlandse Zaken is naar verluidt alleen voorstander van een zeer stapsgewijze herinstallering van de militaire samenwerking. Voorlopig blijft ook de wapenleveringbeperking van kracht.

Mensenrechtenorganisaties hopen nu dat de beslissing van de Senaat zal worden teniet gedaan als het ontwerp naar het Huis van Afgevaardigden verhuist.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift