Versplinterd opvangbeleid schendt kinderrechten

Met grote interesse lees ik de opinie De taal is gans het volk? van Els Keytsman op MO.be. Ze kaart terecht aan dat taalslordigheid vaak het debat domineert. Dat asielzoekers een containerbegrip is geworden, zonder de noodzakelijke nuance. Aanleiding is mijn reportage op dewereldmorgen.be over zeer jonge niet-begeleide minderjarigen in de bosjes van Oostende. Ze stranden er met de hoop in Engeland te geraken. Het gaat dus eerder om transit-migranten in plaats van asielzoekers. Deze reportage werd door zowat alle media (kranten, tv, radio) opgepikt. Gelukkig maar, het kan namelijk niet dat we kinderen op straat laten door structurele tekorten: opvang, voogden, ….

De toon in de opinie is gezet. Els Keytsman vraagt zich af of ze het goed heeft gehoord dat John Crombez als sp.a-politicus nadenkt over gesloten opvang. Dit als een reactie op de problematiek. Het woord ‘nadenken’ is nochtans zeer belangrijk, net om ook hier de noodzakelijke nuance niet te verliezen.

Al 12 jaar houd ik mij zeer hard bezig met fundamentele kinderrechten. Kinderen opsluiten kan niet. Wanneer we dat in een democratische rechtsstaat zouden toelaten, hebben we geen enkel verweer meer tegenover regimes waar dat veel te vaak en jammer genoeg gebeurt. Zo heb ik een reportage gefilmd in de gevangenissen van Oost-Congo. Een mens kan het amper bevatten wanneer je twee tienermeisjes in de gevangenis interviewt die werden opgesloten omdat ze de bananenbladeren van de hut van hun verkrachter hadden losgetrokken. Dat was een misdrijf en reden genoeg om de meisjes op te sluiten. Van de verkrachter was in de gevangenis geen enkel spoor, die maakte zeer waarschijnlijk al een nieuw slachtoffer terwijl onze cameraploeg stond te filmen. Dat zijn ervaringen die je niet vergeet. Je hoopt dat internationale organisaties blijven druk uitoefenen en regeringen bilaterale verdragen waar veel geld mee gemoeid is met Congo stopzetten tot zulke praktijken anno 2011 stoppen.

Voorzieningen

Els Keytsman is niet de enige die zich afvraagt of ze de reactie van Crombez wel goed heeft gehoord. Ook bij Animo, de jongeren van sp.a, las ik verontwaardiging over de woorden van John Crombez. Vlaanderen kent één jeugdgevangenis (Tongeren) en drie gesloten gemeenschapsinstellingen (Mol, Ruiselede en Beernem). Daarnaast is er ook nog de gesloten gemeenschapsinstelling van Everberg, die zou enkel als buffer mogen dienen wanneer er in Mol of Ruiselede geen plaats is.

Daarnaast zijn er de open instellingen van de Bijzondere Jeugdzorg. Dat kunnen observatie- en oriëntatiecentra zijn: daar worden kinderen enkele weken geplaatst tot er zicht is op de thuisproblematiek. “Kan het kind terug naar huis?” is daar de hamvraag. Indien echter blijkt dat in de thuissituatie de zelfontplooiing van het kind in het gedrang komt wordt er naar een pleeggezin gezocht of gaat het kind naar een residentiële open voorziening van de Bijzondere Jeugdzorg. Binnen de Bijzondere Jeugdzorg (Vlaamse bevoegdheid) zijn er ook voorzieningen voor niet-begeleide minderjarigen. Hun zwerfverleden vraagt een andere aanpak.

Ook op federaal vlak hebben we opvang voor deze specifieke groep minderjarigen. De wachtlijst voor plaatsen in zo’n asielcentrum is extreem lang. In afwachting van zo’n plaats zitten er ook niet-begeleide minderjarigen op hotel. In de asielcentra werd er gepleit om zeker voor deze minderjarigen geen gesloten setting te voorzien. Dat was terechte kritiek. Minderjarigen bleken tussen volwassenen te zitten. Een allegaartje van mensen. Gezinnen in afwachting van hun uitzetting maar ook ex-veroordeelden die vanuit de gevangenis werden overgebracht naar de asielcentra om te worden uitgezet. In Steenokkerzeel kwam er dan ook een aparte en open voorziening voor deze minderjarigen.

Opsluiten en op straat zetten

Opsluiten van minderjarigen mag enkel in extreme gevallen: wanneer de jeugdrechter geen enkele andere sanctie mogelijk acht bij het plegen van een misdrijf. De realiteit is echter anders. Zo kent Mol een leefgroep met verschillende niet-begeleide minderjarigen. Zo zitten er in Everberg niet-begeleide minderjarigen. Zo kent Mol ook een time-out groep waar in een gesloten setting zeer jonge meisjes verblijven en waar de jeugdrechter het nodig vindt in een gesloten setting te plaatsen doordat ze bijvoorbeeld in het prostitutiemilieu werden gevonden. Op de leeftijd van dertien jaar kan je moeilijk spreken van een bewuste en vrijwillige keuze. Ook al hebben deze meisjes geen misdrijf begaan en hebben ze hulp nodig. De dwangmatige terugkeer maakt dat ook hier gekozen wordt voor een tijdelijke opsluiting.

Enkele weken geleden zat ik op een seminarie van de sector. “Vrijheidsberoving als overheidsexclusieve.” Het blijkt dat in de sector van de Bijzondere Jeugdzorg proeftuinen bestaan waar de eerste twee weken ook aan vrijheidsberoving wordt gedaan. Er wordt met camera’s gewerkt en een omheining van twee meter hoog. Wanneer dat een duidelijke beslissing is van een jeugdrechter en na het plegen van een misdrijf kan dat als tijdelijke maatregel worden opgelegd. Niet wanneer blijkt dat er jongeren worden geplaatst vanuit de vrijwillige hulpverlening. Vrijheidsberoving moet in handen blijven van de overheid en kan enkel via het gerechtelijk apparaat worden opgelegd.

Persoonlijk was ik dan ook het meest geschokt over de beslissing van een jeugdrechter die Amin, een zestienjarige niet-begeleide jongen op straat gooide (zie mijn reportage op dewereldmorgen.be). De tijd van Everberg zat erop voor Amin – net omdat dit als buffer moet dienen kan daar maar maximaal een plaatsing van twee maanden en vijf dagen. En de jeugdrechter vond Ruiselede niet geschikt als hotel voor deze jongen. De jongen heeft nochtans geen onderdak en geen bestaansmiddelen.

In Oostende heb ik kinderen aangetroffen. Geen 200. 245 is het cijfer van de politie. Zij hebben al 245 niet-begeleide minderjarigen aangetroffen énkel in 2011 en énkel in de stad Oostende. Dit cijfer gaat over alle minderjarigen. Dus ook jongeren van zestien en zeventien jaar. In de twee weken dat ik in Oostende onderzoek heb gedaan heb ik weet van zes kinderen onder de vijftien jaar. Dat zijn er zes teveel.

Veel van mijn onderzoek gebeurt achter de schermen. Informatie en cijfers verzamelen. Met mensen spreken uit de sector. Wat John Crombez tot nadenken stemt komt door diezelfde informatie. Politie die zegt dat ze de kinderen/jongeren afzetten in Brussel maar diezelfde avond diezelfde kinderen/jongeren al terug in Oostende staan. Mensen die werken in voorzieningen voor deze minderjarigen bevestigen dat weglopen zeer vaak voorkomt. Voogden die hetzelfde vertellen. Gemotiveerd zoeken naar opvang en onderwijs voor deze kinderen maar merken dat ze het hazenpad kiezen en weer verdwijnen in de anonimiteit van de straat.

Deze informatie kan niet genegeerd worden. Wil dat zeggen dat opsluiten de enige oplossing is? Zeker niet. Maar door deze cruciale informatie steeds te blijven negeren krijgen we een situatie op het terrein waar kinderen/jongeren op de straat blijven leven en enkel nog worden opgemerkt na het plegen van een misdrijf. Zodat ze worden voorgeleid bij een jeugdrechter en ze zo in de gesloten gemeenschapsinstellingen belanden. Daar horen ze helemaal niet. Deze misdrijven mogen niet worden goedgepraat maar er bestaat een essentieel verschil tussen overlevingscriminaliteit en andere misdrijven.

Deze minderjarigen vertoeven in de bosjes of in kraakpanden “waar ze worden misbruikt”, schrijft Els Keytsman nog. Ook hier is nuance op zijn plaats. “Waar ze als instrument voor een paar misdadigers worden ingezet” is correcter. Een handvol smokkelaars en pooiers die misbruik maken van hun kwetsbaarheid. Die aan deze jongeren vragen om een paar auto’s in te breken en/of te stelen om zo een slaapplaats te krijgen in een safehouse of een plaats in een vrachtwagen richting Engeland.

Dat de politicus John Crombez met de sector een debat wil starten om naar een humane en werkbare oplossing te zoeken zou niet op verontwaardiging mogen stuiten. Maar dat een jeugdrechter in een rechtsstaat een minderjarige zonder onderdak en bestaansmiddelen op de straat gooit is het einde van een beschaving.

Iedereen rond de tafel

Ik zou dus graag hebben dat iedereen die met deze problematiek vertrouwd is gaat samen zitten. Niet de ene dag een actie van vluchtelingenwerk over jonge asielzoekers of gezinnen met kinderen in de gesloten centra en de volgende dag het kinderrechtencommissariaat met een andere sensibiliseringscampagne. Om te worden gevolgd door een actie van het centrum voor kinderrechten of een uitspraak van een andere politieke partij die nu soelaas ziet om met peperdure scanners de problematiek van de transit-migranten in Oostende op te lossen.

De kritiek van Els Keytsman op de media is terecht. Ze verwijst naar een artikel in De Morgen waardoor de lezer in de indruk krijgt dat asielzoekers liegen. Niets is minder waar. Hun verhalen zijn vaak schrijnender dan wat ze vertellen. Een andere leeftijd claimen dan de ouderdom die ze werkelijk hebben doen ze ook niet altijd met opzet. In hun thuislanden wordt er nu eenmaal amper aandacht besteedt aan een geboortedatum. Ze weten het vaak écht niet. Zeker niet de niet-begeleide minderjarigen. Diezelfde krant bracht trouwens rond deze problematiek nog een totaal foutief artikel. ”2500 niet-begeleide minderjarigen” kopte de krant. Alsof het om een totaalcijfer ging. Dit cijfer kwam echter van de dienst voogdij.

Ik denk dat net mijn reportage heeft duidelijk gemaakt dat de dienst voogdij niet alle niet-begeleide minderjarigen van een voogd voorziet. Het zijn er dus een pak meer. Jammer genoeg. Alleen zie ik in de opinie van Els Keytsman en dit debat geen oplossing. We kunnen kritiek spuien op politici, we kunnen kritiek spuien op media en berichtgeving. Feit blijft dat er kinderen in dit land op straat leven. En dat er iets té veel vzw’s, té veel kokertjes en verschillende kabinetten van ministers betrokken zijn en/of bevoegd rond deze problematiek. Daarom dient iedereen aan tafel te gaan zitten. Alle registers open. Eén grote samenwerking. Zodat we een land worden met een humaan asielbeleid en waar opvang niet in vraag wordt gesteld maar een recht is, ook voor iemand zonder papieren. Zodat alle media snappen dat een jeugdrechter die een minderjarige op straat gooit véél groter nieuws is dan het zoveelste jonge boefje dat kan beschikken en waar we steeds met een grote verontwaardiging plaats hebben op de voorpagina. Waan van de dag onderscheiden van het echte nieuws en waken over de fundamenten van een rechtsstaat en het kinderrechtenverdrag dat België heeft geratificeerd. Dat is de verdomde plicht van éénieder van ons. Of we nu journalist zijn of werken in de sector.

Saskia Van Nieuwenhove is journaliste

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift