Verstedelijking: de grote trek

In 2007 wonen voor het eerst in de geschiedenis meer mensen in steden dan op het platteland. Kunnen mens en milieu dat aan?

De grote trek


- Elke dag laten 180.000 mensen op vier continenten het platteland achter zich om hun geluk in de stad te beproeven.
- In Afrika en vooral in Azië is de snelle verstedelijking onstuitbaar. Tegen 2030 leeft meer dan de helft van de stedelijke bevolking (2,66 op 4,94 miljard) in Azië. In Afrika beneden de Sahara zullen er dan meer mensen in steden wonen (748 miljoen) dan de totale Europese bevolking groot is (685 miljoen).
- In 2007 wonen voor het eerst in de geschiedenis meer mensen in de stad dan daarbuiten; tegen 2030 gaat het al om bijna 5 van de 8 miljard aardbewoners; dat is twee op de drie.
- Vele steden zijn van een werkbare schaal. 53 procent woont in een stad met minder dan 500.000 inwoners; 22 procent leeft in steden met 1 tot 5 miljoen bewoners. Tegen 2020 zullen er echter ook negen ‘meta’-steden zijn: uitwaaierende agglomeraties met meer dan 20 miljoen inwoners. Op dit moment is er één: Tokyo met 35 miljoen mensen. In 2020 komen daar bij: Mumbai, New Delhi, Mexico-stad, São Paulo, New York, Dhaka, Jakarta en Lagos.
- Een op de drie stadsbewoners -bijna een miljard mensen- woont in een sloppenwijk. Dat wordt een op de twee tegen 2030, omdat de groei van de stedelijke bevolking zich concentreert in ontwikkelingslanden. (ivd)

Wie vervuilt de Indiase steden?


Een op de drie stadsbewoners leeft in een sloppenwijk. In India, een van de motoren in de wereldwijde stedelijke explosie, is dat zelfs een op de twee. ‘Sloppenbewoners worden vaak met de vinger gewezen voor de vervuiling’, zegt Gangadhar Dattatri, voormalig consultant voor UN Habitat en bezieler van de Alliance for Sustainable Living in Chennai, vroeger Madras. De uitwerpselen die door de straten vloeien, de rook van talloze open vuurtjes, de vuilnisbelten.
‘Vervuiling in deze wijken is echter het gevolg van de afwezigheid van basisvoorzieningen’, zegt Dattatri. ‘En sloppenbewoners betalen daarvoor een hoge prijs.’ De stadstraf: hun gezondheid lijdt onder slecht sanitair, gebrek aan schoon water, slecht verluchte hutten en het feit dat die vaak gebouwd zijn op gevaarlijke plaatsen of vervuilde ondergrond. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) sterven elk jaar 1,6 miljoen mensen omdat ze geen proper water of sanitair hebben. Een kwart van alle ziektes -onder meer diarree, longaandoeningen en malaria- wordt veroorzaakt door slechte leefomstandigheden. Als die verbeteren, kunnen volgens de WHO 13 miljoen levens per jaar worden gered.
Urban upgrading heet -een deel van- de oplossing: aanleggen van riolering en bestraten van wegen en paden; degelijke watervoorziening; afvalophaling en afvalverwerking in plaats van het dumpen of verbranden, wat de gangbare praktijk is. Experts pleiten ook voor overleg en samenwerking met de sloppenbewoners zelf: hoe meer de upgrading aansluit bij hun behoeften, hoe duurzamer ze zal zijn. In Mumbai werden zo met de hulp van de Wereldbank nieuwe toilettenblokken geïnstalleerd die worden beheerd door de bewoners zelf. Zij betalen ook een kleine bijdrage.
Dattatri is niet overtuigd. ‘De overheid gaat voor dergelijke plannen meestal uit van een basis-dienstverlening. Alsof deze mensen, omdat ze arm zijn, niet beter verdienen dan het absolute minimum. De overheid moet dezelfde diensten voorzien voor alle inwoners van de stad.’
‘Upgrading lost trouwens maar een deel van het vervuilingsprobleem op’, zo zegt Dattatri verder. Want de grootste vervuilers zijn de middenklasse en de rijken. ‘In Indiase steden is het aantal auto’s op enkele jaren schrikbarend toegenomen. Bovendien laat de overheid oude, vervuilende wagens gewoon rijden. Het zijn ook deze groepen die veel consumeren en vuilnis produceren, die met airconditioning en andere energieverslindende apparaten leven.’
In Mumbai is de middenklasse na de zware overstromingen van vorig jaar en de chaos na de aanslagen op treinen dit jaar een ongewone coalitie aangegaan met sloppenbewoners om betere openbare diensten te eisen. Omdat India een democratie is, groeit de druk op de overheid vanwege de kiezers om met de schoonmaak te beginnen. Maar het besef dat ook die kiezers zelf hun gedrag zullen moeten aanpassen om steden leefbaar te houden, is er niet, zegt Dattatri. Ze kijken alleen naar de overheid.
‘En Indiase overheden kampen met krappe budgetten. Ze vinden het milieu geen prioriteit: eerst economische groei, leefbaarheid is een zorg voor later.’ De grootste vervuilers ontsnappen ondertussen aan boetes en regels, ‘wegens de nauwe contacten tussen politici en ondernemers’. Toch is er een kleine motor voor de verbetering van het milieu, zegt Dattatri: de rechtbanken. ‘Zij leveren vonnissen af die de overheid tot actie dwingen. Zo is in Delhi de luchtkwaliteit verbeterd door de vervanging van diesel door LPG, na een beslissing van het Hooggerechtshof. De weinige vooruitgang die is geboekt, kwam er dankzij de rechtbanken.’ (ivd)

Toverformule


Hoe maak je het leven in steden efficiënt en leefbaar en tegelijk ecologisch duurzaam? De academische wereld broedt al jaren op het idee van de “ecologische stad”: een stad die niet alleen probeert het milieu zoveel mogelijk te beschermen, maar die de schade die ze toebrengt ook herstelt. Alles, van woningen over vervoer tot voedselproductie, moet aan die maatstaf worden gemeten.
De ngo Urban Ecology werkte een model uit dat de milieuschade van steden tot een minimum moet beperken. Urban Ecology is niet toevallig een Australische ngo. Dat land is een van de meest verstedelijkte ter wereld: 80 procent van zijn inwoners leeft in een stad.
In de eco-stad maken huizen optimaal gebruik van zonne- en windenergie en van regen voor de watervoorraden. De just in time-economie die over grote afstanden goederen aanvoert, moet voor de bijl: voedsel en andere goederen komen uit de stad zelf of uit de omgeving om de kosten en de vervuilende impact van transport te drukken. Er is frequent en snel openbaar vervoer en een uitgebreid systeem van autodelen voor wie af en toe een wagen nodig heeft. Alle water en afval worden gezuiverd en gerecycleerd.
Deze maatregelen zouden de uitstoot van CO2-gassen aanzienlijk verminderen maar vergen een enorme aanpassing van de burgers. Steden moeten weer compacter worden om energie te kunnen besparen. Ze keren daarmee terug naar hun historische roots, toen alles op relatieve wandelafstand lag, voor de komst van de trein en de auto de steden begon uit te rekken. Het zijn de uitgestrekte voorsteden die energie vreten: mensen pendelen van en naar het werk, goederen moeten worden aangevoerd en huizen die uit elkaar staan, verslinden meer energie.
In New York, de meest compacte stad van de Verenigde Staten, verbruiken huishoudens maar half zoveel energie als in andere steden. Door compact en in de hoogte te bouwen komt er ook plaats voor open, groene ruimte midden in de stad. Volgens de milieuwetenschappers van Urban Ecology is dat groen niet alleen noodzakelijk om vervuiling en uitlaatgassen te absorberen. De natuur -ook in zijn getemde, verstedelijkte vorm- heeft een positief effect op het fysieke en mentale welbevinden van mensen. (ivd)
www.urbanecology.org.au

Reageer via info@mo.be
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift