Vervolging oppositieleiders splijt Venezuela opnieuw in twee

Een aanhoudingsbevel tegen twee
oppositieleiders op beschuldiging van landverraad, heeft Venezuela dertig
uur na een akkoord tussen president Hugo Chávez en oppositie weer in twee
kampen verdeeld. In de hoofdstad Caracas protesteerden donderdagnamiddag
duizenden mensen tegen de beslissing van de gerechtelijke overheid.
President Chávez zei dat “het gerecht zijn werk moet doen”, maar geeft toe
dat hij “een brede glimlach niet kon onderdrukken” toen hij woensdagavond
slapen ging.


De Venezolaanse politie arresteerde woensdagavond Carlos Fernández, de
voorzitter van de werkgeversfederatie Fedecámaras, toen hij in een
restaurant zat te eten. De aanhouding gebeurde weinige uren nadat
strafrechter Maikel Moreno tegen hem en tegen Carlos Ortega, de voorzitter
van de Venezolaanse centrale vakbond, een arrestatiebevel uitvaardigde.
Ortega wist onder te duiken voor de politie hem vond.

Rechter Moreno, die eerder al de verdediging op zich nam van kopstukken van
het regime van Chávez, handelde op vraag van de Venezolaanse
procureur-generaal. Die beschuldigt de twee oppositieleiders van “rebellie,
landverraad, samenzwering en vernieling.” Ortega en Fernández stonden aan
het hoofd van de grote staking die het land bijna twee maanden lam legde.
De twee zaten ook aan tafel met president Chávez tijdens het overleg dat
een einde moest maken aan de felle protesten tegen het regime. Nog maar
deze maandag werd een akkoord getekend dat beide partijen er toe verbond
niet langer geweld te gebruiken.

Vertegenwoordigers van de oppositiepartijen en de vakbonden veroordeelden
gisteren het arrestatiebevel als een regelrechte provocatie. In de
Venezolaanse hoofdstad Caracas kwamen duizenden mensen op straat om te
protesteren tegen de aanhouding. De betogers zijn ook boos omdat het
verschillende uren duurde voordat Fernández contact mocht hebben met zijn
familie en advocaten.

De secretaris-generaal van de Ortega’s vakbond, Manuel Cova, zei gisteren
dat de voorzitter ondergedoken leeft en dat zijn vakbond de zaak wil
voorbrengen voor de Internationale Arbeidsorganisatie als een bewijs van
mensenrechtenschendingen in Venezuela.

Voordat hij onderdook zei Ortega aan de radio en de televisie dat het
arrestatiebevel van Moreno “nog maar het begin is van een georganiseerde
operatie van de regering om de kopstukken van de oppositie te liquideren.”
Hij ziet er nauwelijks dertig uur na het akkoord met president Chávez “de
manifeste onwil van de regering” in “om een einde te maken aan de politieke
crisis die het land aan de economische afgrond bracht”.

Volgens de oppositie circuleert er bij de justitie een lijst met 25 namen
van figuren uit zaken-, vakbonds- of politieke kringen die de regering
graag in de gevangenis zou zien. Een raadslid van de partij van president
Chávez, Luis Velásquez, geeft toe dat aan de justitie werd gevraagd om
“stappen te zetten tegen honderd mensen die verantwoordelijk worden
gehouden voor poging tot staatsgreep en verboden stakingen”.

“Ik voel tegen niemand gram,” reageerde president Hugo Chávez gisteren op
de aantijgingen dat hij persoonlijk achter de aanhouding van de
oppositieleden zit. “Ik wil gewoon dat het recht zegeviert. Ik ben
uitermate tevreden opnieuw een procureur en een rechter aan het werk te
zien die hun job naar behoren uitoefenen.”

Een dag eerder schoot de president nog met scherp op de rechters van zijn
land door te zeggen dat “hun vonnissen te koop zijn voor 3.000 tot 30.000
dollar”. Chávez gaf wel toe dat hij woensdagavond met plezier de politie
kon bevelen om de oppositieleiders op te pakken. “Ik ging naar bed met een
glimlach. Later heb ik me een papayataart laten brengen die door mijn
moeder werd gemaakt. Die heeft me enorm gesmaakt.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift