Verzet groeit in Zuid-Irak

De grond wordt de buitenlandse troepen in het zuiden van Irak heet onder de voeten. Sjiitische stammen leveren nieuwe verzetsstrijders die Britse en andere troepen almaar zwaardere verliezen toebrengen.
De toestand in Zuid-Irak escaleert al een half jaar. Sinds juni zijn er al minstens 24 Britse soldaten omgekomen. Zoveel slachtoffers vielen er in dat deel van Irak vroeger nooit bij de buitenlandse troepen

De aanvallen lijken voort te komen uit toenemend nationalisme. “Dit heeft niets met wraak te maken”, zegt een voormalige Iraakse legerofficier uit Kut, 200 kilometer ten zuiden van Bagdad. “De mensen geloven niet meer in de beloften van de bezetters en ze willen het land vrijwaren van Iraanse invloed. Die invloed wordt gedoogd of zelfs gesteund door de internationale troepenmacht.”

Britse en Amerikaanse leiders blijven vaag over wie hun troepen in het zuiden onder vuur neemt. Ze hebben het alleen over “terroristen” of wijzen het Mehdi-leger van de sjiitische leider Moqtada al-Sadr aan als enige bron van onrust.

Die strijders voeren zeker aanslagen uit, maar het lijkt erop dat er ook andere verzetslegers ontstaan. Die worden ook door veel oudere herinneringen gedreven.

“De mensen hier hebben de Britse en Amerikaanse bezetting altijd gehaat”, zegt Jassim al-Assadi, een schooldirecteur uit Kut. “Die roept herinneringen wakker aan hun grootvaders die het met eenvoudige wapens opnamen tegen Britse troepen van weleer.” Dat verzet van de sjiieten droeg ertoe bij de Britse koloniale troepen in de jaren 20 en 30 uit Irak werd gedreven.

Na de val van Saddam Hoessein bleef het verzet tegen de invasiemacht van Amerikanen en Britten aanvankelijk beperkt in het zuiden van Irak. Religieuze leiders overtuigden hun volgelingen de buitenlandse troepen tijd te geven om de beloften van de Amerikaanse en de Britse regering uit te voeren. “Maar nu luisteren ze niet meer naar de molla’s. Ze zijn gewoon beginnen te vechten”, zegt al-Assadi.

De bezettingsmacht speelt onder één hoedje met de doodseskaders die een wig drijven tussen sjiieten en soennieten in Iran, denkt een politieke analist uit Bagdad die W. al-Tamimi wil genoemd worden. “Wij hoopten nog op verzoening, maar we zagen hoe Amerikanen en Britten de doodseskaders in hele land steunden.”

Volgens Al-Tamini staat de sjeik van zijn stam, die bestaat uit sjiietenen soennieten, onder druk van de jongeren in de gemeenschap die zich willen aansluiten bij het verzet.

De groeiende macht van de rebellen in het zuiden is al een half jaar onmiskenbaar. In augustus verlieten de The Queen’s Royal Hussars, een regiment van 1.200 Britse soldaten, in allerijl hun drie jaar oude basis in Zuid-Irak nadat ze al een tijd met raketten en mortieren waren beschoten.

Diezelfde maand werd sjeik Faissal al-Khayoon vermoord, de leider van de belangrijke sjiitische stam Beni Assad. De daders waren waarschijnlijk lid van doodseskaders die gesteund worden door Iran. Stamleden zelf geloven dat de moordenaars werkte voor het Iraakse ministerie van Binnenlandse Zaken in Basra.

De volgelingen van Khayoon reageerden prompt. Ze blokkeerden straten en bezetten overheidsgebouwen en staken het Iraanse consulaat in Basra in brand.

Beni Tamim is nog een andere stam met soennitische en sjiitische leden. Op 1 januari van dit jaar werd hun leider, sjeik Hamid al-Suhail vermoord, volgens de leden door het Mehdi-leger. Volgens de stam worden die rebellen gefinancierd door Iran. “Iran zit achter dit alles”, zegt een van de neven van Hamid al-Suhail.

De meeste leiders van de stammen in het Zuiden proberen de brokken tussen sjiieten en soennieten te lijmen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift