Vissers in Gaza blijven aan wal

Steeds meer vissers uit de Gazastrook varen niet meer uit. Door de inperking van hun bewegingsvrijheid door het Israëlisch leger vangen ze nauwelijks genoeg om in hun eigen levensonderhoud te voorzien, laat staan om de ondervoede inwoners van Gaza te eten te geven. Vissers die goede visgronden willen bereiken, moeten hun leven riskeren.
De Osloakkoorden van 1994 bepalen dat Palestijnse vissers uit Gaza tot twintig zeemijl voor hun kust mogen vissen. Na het uitbreken van de tweede Intifada, de ontvoering van een Israëlische soldaat en de verkiezingsoverwinning van Hamas verbood Israël de vissers verder dan zes zeemijl van de kust weg te varen.
De afgelopen twee jaar werden drie Palestijnse vissers doodgeschoten die de door Israël bepaalde grens overstaken. Bovendien werd meermaals op vissers geschoten die zich in het toegelaten gebied ophielden. Daarbij raakten verscheidene vissers gewond. Het Israëlisch leger nam ook boten en materiaal in beslag.
Volgens de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem worden vissers geregeld vernederd en mishandeld door de Israëlische zeemacht. “Israëlische soldaten schieten met machinegeweren op of rond onze boten of belagen ons met waterkanonnen”, zegt Khaled Al-Habiel, een visser die onlangs werd gearresteerd. “Als we opgepakt worden, moeten we ons uitkleden tot ons ondergoed, in het water springen, zelfs tijdens de winter, en naar hun schepen toezwemmen. Daar worden we geboeid om overgebracht te worden naar een ondervragingcentrum.”

Vangst gedecimeerd


Volgens de Verenigde Naties (VN) bevinden de beste visgronden zich op twaalf tot vijftien zeemijl van de kust van Gaza. Door overbevissing in de ondiepe kustwateren zijn de scholen kleinere vissen bijna helemaal verdwenen. De lucratieve visgronden voor tonijn bevinden zich ook verder van de kust dan de toegelaten zes zeemijl.
 
Vissers moeten tussen de 100 en 500 euro betalen om te mogen uitvaren, afhankelijk van de grootte van hun schip, netten en bemanning. Veel vissers raken niet uit de kosten met de vangst. Ze hebben geen andere keuze dan aan wal te blijven.
De Palestijnse vissers zagen hun maandelijkse vangst dalen van 823 ton in juni 2000 tot 50 ton eind 2006, zeggen de VN. Eind jaren ‘90 was de visindustrie van Gaza jaarlijks nog goed voor meer dan 6 miljoen euro, vier procent van het Palestijnse bruto binnenlands product. Een deel van de vis werd geëxporteerd, de rest ging naar de lokale markt. Tussen 2001 en 2006 halveerden de inkomsten. Vandaag ziet Gaza zich verplicht vis te importeren uit Israël.
Het Wereldvoedselprogramma van de VN heeft samen met de Deense ontwikkelingssamenwerking (DANIDA) een voedsel-voor-werkproject uit de grond gestampt voor de Palestijnse vissers. Daarmee worden 1470 vissersgezinnen aan eten geholpen. Als werkloze vissers hun boten en netten blijven onderhouden krijgen ze van het Wereldvoedselprogramma bloem, suiker, olijfolie en linzen.
Maar ook die hulpverlening is niet zeker. Sinds Hamas de verkiezingen in Gaza won, kan Gaza nauwelijks nog goederen invoeren. Het Israëlisch leger houdt sinds juni 2007 de grenzen dicht. Heel af en toe worden minimale hoeveelheden humanitaire hulp toegelaten. De afgelopen weken werd Gaza weer hermetisch afgesloten als reactie op een raketaanval. Heel af en toe gaan de grenzen nog voor enkele uren open. Daardoor zijn zelfs humanitaire projecten vrijwel lamgelegd.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2925   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift