Vital Kamerhe: kroniek van een aangekondigde arrestatie?

Op vrijdag 7 en zondag 9 februari probeerde de Congolese oppositieleider Vital Kamerhe samen met een delegatie van zijn partij het vliegtuig te nemen naar Oost-Congo. Dat werd hem twee keer belet door de autoriteiten. Er loopt ook een rare aanklacht tegen hem wegens laster ten nadele van een parlementslid van de meerderheid. Er zou hem wel eens een proces en een gevangenisstraf van drie jaar boven het hoofd kunnen hangen. Is Kabila’s voormalige rechterhand nu de publieke vijand nummer 1 geworden?

  • CC Enough Project/Fidel Bafilemba Leden van het UNC dragen een campagneposter van Vital Kamerhe voor de verkiezingen van november 2011 in Congo. CC Enough Project/Fidel Bafilemba

Ik ontmoette Vital Kamerhe voor het eerst in november 2009, acht maanden nadat hij ontslag had genomen als parlementsvoorzitter en twee jaar voor de verkiezingen van 2011. Zijn positie in het parlement was onhoudbaar geworden nadat hij openlijk kritiek had geuit op de alliantie die de regering in januari 2009 had gesloten met Rwanda. Die alliantie bestond uit de integratie van het CNDP van Nkunda (weliswaar nadat Nkunda werd gearresteerd en vervangen door Bosco Ntaganda, die door het Internationaal Gerechtshof in Den Haag gezocht werd voor oorlogsmisdaden) in het nationaal leger en een gezamenlijke militaire campagne van het Congolese en het Rwandese leger onder de veelbelovende naam Umoja Wetu, Swahili voor Onze Eenheid. Kamerhe geloofde niet dat deze alliantie en deze campagne duurzame vrede zou brengen.

In de maanden na zijn vertrek koos hij voor absolute mediastilte. Zowel de internationale scène in Kinshasa als de Congolese publieke opinie speculeerde over de vraag of Kamerhe wel of niet zou beslissen om een oppositiepartij te stichten. Dat was hij inderdaad van plan, vertelde hij me. Alleen was de tijd nog niet rijp om daarmee naar buiten te komen. Ondertussen las hij veel, vooral rond twee onderwerpen: hij wou zijn politieke visie verdiepen (bepaald verfrissend vond ik dat. Ik had in de loop der jaren tientallen Congolese would be politici ontmoet, en veel hang naar visie had ik niet gemerkt) en bestudeerde Latijns-Amerikaanse linkse populisten. Lula in de eerste plaats. Kamerhe zag veel parallellen tussen Congo en Brazilië. Ten tweede analyseerde hij de grote speechen uit de wereldgeschiedenis. Lumumba natuurlijk, maar ook anderen. Hoe mobiliseerde Lincoln de gemeenschap? Wat zei Churchill in momenten van wanhoop? Zelfs de antieken gingen onder de loep.

Presidentskandidaat voor het UNC

Half december 2010 organiseerde hij een persconferentie in Kinshasa waarin hij aankondigde dat hij de presidentskandidaat werd voor de Union pour la Nation Congolaise (UNC). Terzelfdertijd nam hij ontslag als parlementslid van Kabila’s PPRD. Na zijn ontslag als parlementsvoorzitter was hij parlementslid gebleven. De volgende dag vloog hij naar Goma en nog een dag later naar zijn thuisstad Bukavu. In de drie steden kwam een grote en luidruchtige massa op de been. Dat betekende niet onmiddellijk dat hij de verkiezingen ook zou winnen, maar het toonde in elk geval aan dat ze in 2011 helemaal anders zouden zijn dan die van 2006. Die had Kabila gewonnen omdat het electoraat in het oosten zo goed als eenstemmig zijn kant had gekozen. Maar nu zijn campagneleider van toen had nu besloten om in 2011 zijn tegenkandidaat te zijn, veranderde het hele plaatje.

Aan de andere kant van het land had het oude icoon van de oppositie tegen Mobutu, Etienne Tshisekedi, twee weken eerder na jaren afwezigheid in het buitenland zijn Blijde Intrede gemaakt in Kinshasa. Ook bij die gelegenheid was de bevolking massaal op straat gekomen. We leken af te stevenen op interessante verkiezingen, een confrontatie van ideeën waarvan de afloop moeilijk te voorspellen zou zijn.

Die hoop lag een maand later al aan scherven: in januari 2011 joeg Kabila in recordtempo een grondwetherziening door het parlement dat het semi-presidentieel regime dat de  grondwet van 2005 verving door een centralistischer regime met meer gewicht voor het staatshoofd. Eén van de concrete wijzigingen was dat de presidentsverkiezingen in één ronde zouden beslecht worden: de winnaar zou, ook al had hij minder dan 50% van de stemmen, de eed afleggen als staatshoofd. In de praktijk betekende het dat de oppositie weinig kans maakte Kabila uit het zadel te lichten tenzij ze zich nog voor die eerste en enige ronde zich verenigde rond een gezamenlijke kandidaat. Dit versmalde de clash tussen ideeën tot een enerverend schaakspel van grote ego’s op zoek naar de beste uitgangspositie. Kabila won met 48,9 % van de uitgebrachte stemmen, Tshisekedi had 32,3 % en Kamerhe was derde met 7 %. Deze uitslag werd zo gecontesteerd dat het land weken op de rand van een implosie leefde.

Op eieren lopen

We zijn nu ongeveer halfweg de legislatuur, de derde presidentsverkiezingen moeten in principe gehouden worden voor november 2016. Het is op dit moment niet erg duidelijk hoe dat moet verlopen. 2013 was een tumultueus jaar. Niet alleen heeft de oorlog met M23 het land in de greep gehouden, er was ook een aflossing van de wacht aan het hoofd van de Commission électorale nationale indépendante (CENI). Daniel Mulunda Ngoy zat de kiescommissie voor sinds 2011 maar werd verantwoordelijk gehouden voor het chaotisch verloop van de laatste verkiezingen en voor de beschadigde legitimiteit van het regime die daar het gevolg van was. In juni 2013 werd hij vervangen door Abbé Apollinaire Malu Malu, die in 2006 verkiezingen had georganiseerd die veel positiever werden beoordeeld. Op Malu Malu rust nu niet alleen de taak om in 2016 nationale verkiezingen te organiseren, hij moet ook de huidige verkiezingscyclus rondmaken. Er werden sinds oktober 2006 geen provinciale verkiezingen meer georganiseerd, en de grondwet voorziet ook lokale verkiezingen. Die werden in 2006 gewoon afgelast. Om in 2016 constitutioneel correcte verkiezingen te organiseren moeten dus eerst lokale en provinciale verkiezingen worden gehouden.

Ondertussen lijkt het regime in de eerste plaats te worstelen met haar eigen interne evenwichten: de militaire overwinning in november 2013 tegen M23 bracht het land in een soort winning mood, zeker omdat die was teweeg gebracht door het eigen leger. De moord op kolonel Mamadou Ndala op 2 januari 2014 legde echter de vinger op de wonde van de legerhervormingen. Alle aanwijzingen gaan op dit ogenblik in de richting van een afrekening binnen het leger zelf. De FARDC heeft dan wel een belangrijk succes geboekt, dat betekent helemaal niet dat het land al het eengemaakt, efficiënt en gedisciplineerd leger heeft dat het nodig heeft.

Het regime staat voor twee vragen. Ten eerste: met wie gaan ze in 2016 naar de presidentsverkiezingen? President Kabila volgde zijn vader op als staatshoofd sinds 2001, bleef president tijdens de transitie van 2003 tot 2006 en werd vervolgens twee keer verkozen als president van de Derde Republiek. De grondwet voorziet geen derde mandaat. Er zijn aanwijzingen dat Kabila het inderdaad wil houden bij die twee mandaten, dus moet er voor een opvolger gezorgd worden.  Er lopen wel een aantal personen rond die zichzelf geschikt vinden voor de baan: huidig parlementsvoorzitter Aubin Minaku, zijn voorganger Evariste Boshab, de gouverneur van Katanga Moïse Katumbi, eerste minister Augustin Matata Ponyo, zelfs diens voorganger Alphone Muzito. En er zijn nog wel een paar andere namen te bedenken…

De tweede vraag draait om de evenwichten tussen de regionale machtspolen in het land. De merkwaardige incidenten rond de zelfverklaarde profeet Joseph Mukungubila maakten in elk geval duidelijk dat de provincie Katanga, waar de roots liggen van de Kabila-dynastie, vreest om gemarginaliseerd te worden. Dat is merkwaardig als we weten dat de provincie acht ministers en één vice-minister levert, maar het is ook zo dat recent prominente Katangezen als John Numbi (als chef van de politie), Jean-Claude Masangu (gouverneur van de Centrale Bank) en de al genoemde Mulunda Ngoy (als voorzitter van de CENI) belangrijke posten hebben verlaten. De inner circle van de macht in Congo zal met enige vastberadenheid toch over eieren moeten lopen als ze in gesloten rangen naar 2016 willen gaan.

Oppositie

Merkwaardig genoeg lijkt er in dit plaatje weinig plaats voor de oppositie. Het UDPS van Etienne Tshisekedi, de man die Kabila in 2011 het vuur aan de schenen legde, heeft alle cohesie verloren. Onmiddellijk na de verkiezingen raakte de partij verdeeld over de vraag of de verkozen parlementsleden wel of niet hun mandaat moesten opnemen. In de twee jaar die sindsdien verliepen raakten zowel het kamp van voor- als dat van tegenstanders elk nog eens intern verdeeld.

Er lijkt op dit moment binnen UDPS niemand in staat de fakkel van Tshisekedi over te nemen. Ook de partij van Kabila’s belangrijkste tegenstander van 2006, Jean-Pierre Bemba, hangt in de touwen. Bemba zelf wacht nog steeds op de verdere afloop van zijn proces in het Internationaal Strafhof (hij wordt verdacht van oorlogsmisdaden in de Centraal-Afrikaanse Republiek). Zijn partij blijft wat stuurloos achter en lijkt nu te schipperen tussen echt oppositie voeren of bij de regeringsherschikking die al maanden aangekondigd wordt mee aan boord te stappen. Op geen enkel moment sinds de verkiezingen heeft de oppositie indruk kunnen maken. De door de grondwet voorziene officiële functie van oppositieleider werd nooit ingevuld.

Oosten

Vital Kamerhe slaagde erin de schade te beperken. Zijn fractie bleef coherent en een aantal nieuwe parlementsleden die waren overgestapt vanuit de civiele maatschappij (Kizito Mushizi uit Bukavu, Juvenal Munubo uit Walikale,…) ontpopten zich tot hard werkende en competente backbenchers. De intimidatie van Kamerhe en de zijnen wijst erop dat het regime vreest dat die wel eens garen zouden kunnen spinnen van hun huidig gebrek aan populariteit in het oosten.

Congo heeft net de oorlog met M23 beëindigd. De overwinning tegen de door Rwanda gesteunde rebellen maakt deel uit van het Kaderakkoord dat een jaar geleden werd ondertekend in Addis Abeba. Daar heeft Congo zich geëngageerd om vorderingen te maken op vlak van legerhervorming, de democratisering van de instellingen, de uitbouw van een efficiënte en transparante administratie. Ik ben er niet zeker van hoe veelbelovend de intimidatie van Kamerhe in dit perspectief is. De Europese Unie was alvast niet onder de indruk: ze drukte bijna onmiddellijk haar bezorgdheid uit over de reisbeperkingen waarmee bepaalde oppositieleiders geconfronteerd werden. Kamerhe werd hierbij bij naam genoemd.

De vraag is natuurlijk wat dergelijke verklaringen waard zijn en hoeveel gewicht ze hebben nu de oorlog met M23 achter de rug is en de belangrijkste donoren (Wereldbank, EU, UNDP) juist hun bijdragen voor de komende jaren hebben vastgelegd.

We zullen snel meer weten. Het ziet er naar uit dat Vital Kamerhe binnenkort een nieuwe poging zal wagen om het oosten en het electoraat daar te bereiken.

Kris Berwouts (°1963) studeerde diep in het vorig millennium Afrikaanse taalkunde en geschiedenis in Gent. Hij werkte 25 jaar voor verschillende Belgische en internationale NGO’s en bouwde een stevige reputatie op als Centraal-Afrika kenner, gespecialiseerd in de vredes- en democratiseringsprocessen in de regio. Sinds 2012 werkt hij als zelfstandig consultant en schrijver.

Kris werkt aan een boek over de conflicten in het oosten van Congo. Zijn huidig veldwerk wordt mogelijk gemaakt door een werkbeurs van het Fonds Pascal Decroos.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift