Viva Riva!

Deze week ging de Belgisch-Congolese actieprent Viva Riva! in première in enkele Belgische zalen. Het is een snelle en snoeiharde actiefilm over het leven in de Congolese hoofdstad vandaag. Het is meteen ook de eerste langspeelfilm in het Lingala , een van de nationale talen van het intussen vijftig jaar onafhankelijke Congo. MO* sprak met regisseur Djo Tunga wa Munga over de film waar hij zeven jaar aan werkte, zijn terugkeer naar Congo, clichés en de ingrediënten van succes.

  • viva riva! De affiche viva riva!

Djo Tunga wa Munga werd in de Congolese hoofdstad Kinshasa geboren in de jaren ‘70. Wanneer hij negen is verhuist hij naar België en volgt hij een filmopleiding aan de universiteit. In 2000 keert hij terug naar Kinshasa waar hij sindsdien woont en werkt en intussen ook een eigen productiehuis, Suka! uit de grond stampte.

Er zijn al een hele tijd geen films meer geproduceerd in Kinshasa, noch zijn er grote filmzalen in het land. Hoe kwam u op het idee om deze film in en over uw hoofdstad te draaien?

In 2000 werd mijn afstudeerproject geselecteerd voor het filmfestival van Toronto. Er was toen nog een speciale selectie die Planet Africa heette die intussen spijtig genoeg weer opgedoekt is. Mijn filmpje ging toen over broer en zus in de diaspora, een vrij simpel verhaaltje eigenlijk. In Toronto  merkte ik op dat, als je je verhaal in een film giet, ook al gaat het over uw achtertuin bij wijze van spreken, mensen bereid zijn om te luisteren en geïnteresseerd zijn. Dat heeft al mijn complexen weggenomen om films te maken in de VS, Canada of Europa. Het is toen dat ik besloten heb om terug naar Congo te gaan.

En hoe bent u dan op het idee voor deze film gekomen?

Door in Kinshasa te werken besefte ik al gauw dat mijn langspeelfilm over de hoofdstad zou gaan. Ik hou van Kinshasa , van haar chaotische wanorde waarin een zekere poëzie schuilt, maar ook rust. Mensen van Kinshasa zijn geen moordenaars en op zich is de stad echt niet gevaarlijk. We hebben niet zo een goede reputatie,  maar die klopt niet echt met de hele werkelijkheid. In de film wilde ik vooral de verhoudingen tussen de mensen meegeven. Hoe ze met elkaar omgaan, de verhoudingen rond geld, ego’s en verlangen. Maar ook de relaties rond de wonden die we meedragen in onze samenleving en misschien niet vaak over praten. Wonden van families die uit elkaar spatten, van de miserie en armoede van mensen. De film is ook mijn manier om een stukje van de geschiedenis van mijn land vast te leggen voor de toekomst.

Vele gelijkaardige projecten sterven een stille dood of zijn uiteindelijk in de praktijk niet uitvoerbaar. Hoe is het u toch gelukt?

Ik heb altijd de absolute zekerheid gehad dat dit project zou slagen. Die zekerheid kwam van de mensen ter plaatse, van het feit dat ik hen kende en met hen samenwerkte. Hiervoor moest ik uiteraard ook bepaalde angsten overwinnen en naast me neerleggen. Zeker op een plek waar er weinig structuur is, is het enorm belangrijk om uw omgeving te kennen en te werken met de gemeenschap rond u.

Hoe doe je dat concreet?

Ik kan je het voorbeeld geven van de taximannen van Kinshasa. Zij kennen de stad door en door en werken hard. Ik heb hen als eerste verzameld om mee in te staan voor de logistiek van mijn filmproject. We hebben een contract afgesloten waarin ik hen goed betaal en zij voor het transport zorgen en inpikken op alle mogelijke problemen. Ik had ook auto’s bij Avis kunnen huren, maar, naast het economische aspect, doet het gewoon ook meer plezier om bij te kunnen dragen aan mensen die aan hun leven timmeren. Hetzelfde heb ik gedaan met de politie agenten, studenten en artiesten.

U bent toch erg lang weggeweest uit Zaïre dat intussen Congo werd om het nog goed te kennen. Was het uiteindelijk een terugkeer of een herontdekking?

Tijdens mijn jeugd in België ging ik nog twee keer terug naar Congo. Toen al voelde ik dat het oude Zaïre zoals ik het gekend had op zijn laatste benen liep. Toen ik er eenmaal terug ging wonen kreeg ik vaak te horen dat ik niet meer van daar was, iets dat ze vaak zeggen tegen mensen van de diaspora . Maar zelfs de mensen in Kinshasa en de rest van het land reizen weinig en kennen het land nauwelijks. Ooit werkten we ergens in het binnenland en zat ik zeven uur achterin een vrachtwagen met een oude man. Wat de stedelingen in Kinshasa niet inzagen begreep hij wel: ‘Jullie zijn mensen van de grens’, zei hij tegen me. ‘Jullie staan op de grens tussen onze oude wereld en de nieuwe wereld die er aan komt. Dat is iets dat me is bijgebleven.

Hoe staat het intussen met de audiovisuele sector in Congo?

Ik heb voor televisie gewerkt, en ben naar alle hoeken van het land gereisd om ervaring op te doen. Dit heeft me een concrete visie gegeven op het Congo van vandaag. Ik heb gemerkt dat de productiemiddelen stuk zijn in Congo en dat er een zeker wanorde is in de werkmentaliteit. In de televisiewereld bijvoorbeeld, zag ik een klasse mensen van 40-45 jaar die het denkt te weten, maar het eigenlijk niet meer zo goed weet. Zij zijn een opgeofferde generatie. De jongeren die ik tegenkwam echter, hadden misschien niet de beste opleiding genoten, maar zij hadden wel een ongelooflijk talent om zichzelf te heruitvinden. Daarom, als je kijkt naar de mensen die hebben meegewerkt aan deze film zal je zien dat ze allemaal rond de 25 zijn. Zij zijn het fundament van mijn project geworden.

Lag uw jeugd in België ook mee aan de basis van het succes van uw film?

Ik heb in België een goede opleiding genoten en ik heb ook een werkethiek opgedaan. Daarnaast heb ik ook het geluk gehad voor goede bazen te hebben gewerkt die me ruimte lieten om te groeien. In het Westen is de relatie tussen werknemer en -gever anders, je hebt bazen die je dingen uitleggen. Je werkt in een sfeer die meegeeft dat jij de volgende chef zult zijn. Dat geeft je heel wat zelfvertrouwen.

In de film zien we de clichés die er in het westen zijn over Afrika en de Afrikanen, maar zijn er ook expliciete lesbische en hetero seks- en naaktscènes die niet gangbaar zijn de Afrikaanse cinema.  Voor welk publiek heeft u Viva Riva! gemaakt?

Eerst en vooral voor de cinefielen. Zowel in het westen als in Afrika. Want ik ben eerst en vooral cinefiel en cultuurliefhebber geworden in Afrika, in mijn eigen familie. Wat de clichés betreft: op een gegeven ogenblik moeten we die in de ogen durven kijken. Een film over Kinshasa zonder erotiek, seksualiteit, of zelfs de lesbiennes heeft ook een authenticiteitprobleem. We moeten dingen als geweld, het uitgangsleven en drank in beeld kunnen brengen. Dat moet met de nodige waardigheid weliswaar en meteen ook door het bredere kader scheppen dat de algemene degradatie van de samenleving uitlegt. Ik heb de clichés dus niet uit de weg willen gaan. Door te kiezen voor een genre film,  een actie film met duidelijke goede en slechte personages, misdaad, het snelle geld en vrouwen, mikte ik ook op  film die aanslaat bij een Afrikaans publiek dat hiermee sinds lang vertrouwd is.

De sfeer in de film doet ook aan de Amerikaanse Blaxploitation films denken van de jaren ’70. Voor sommigen waren ze een boost voor de Afro-Amerikanen, voor anderen bevestigden ze de blanke vooroordelen over de zwarten…

Ook al vind ik het goede films, het Blaxploitation genre is echt geen inspiratie geweest voor Viva Riva! De enige parallel die er misschien gemaakt zou kunnen worden zijn de omstandigheden waarbinnen die films en de mijne tot stand zijn gekomen. Tegen de achtergrond van onderdrukking en economische moeilijkheden in een land is er een soort koortsachtige energie, die, wanneer die zich uitdrukt, erg expliciet en met een zekere dringendheid manifesteert. Ik heb altijd de zekerheid gehad dat ik mijn film zou kunnen inblikken, maar ik was niet zeker dat ik nadien nog eens de kans zou krijgen om er nog één te maken. Het moest er dus allemaal inzitten.

De film heeft intussen op heel wat positieve reacties kunnen rekenen. Jullie zijn in de prijzen gevallen in de Africa Movie Academy Awards in Nigeria en het Pan African Filmfestival in Los Angeles alsook geselecteerd voor de festivals van Berlijn en Toronto. Wat geeft u de meeste voldoening in dit succes?

Elke week ontvang ik berichten van landgenoten en andere Afrikanen die me feliciteren en zeggen dat ze fier zijn en me bedanken voor de trots die de film hen schenkt. Dat geeft mij de meeste voldoening.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3146   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift