Vlaamse folk in tijden van globalisering en wereldmuziek

Wereldmuziek staat soms voor etnische muziek, soms voor ‘visueel multicultureel’, een groep met mensen die er verschillend uitzien. Heel vaak heeft wereldmuziek gewoon te maken met ‘wereldmarkt’, en dan blijkt dat initiatief, controle, profijt en afzetmarkt meestal botweg westers zijn. In die zin wordt vaak en terecht gesproken van een misplaatste neo-kolonialistische reflex. Wat vangt de muziekliefhebber aan met dit alles?
Die heeft geen behoefte aan een hype van het exotische zonder meer, die heeft niet genoeg aan een dansbare beat of een meeslepend ritme, voor hem maakt het niet uit hoe gekleurd het podium is, het kan niet gaan om een vrijblijvende mix. Het gaat er om dat wie optreedt iets te zeggen heeft, een inhoud geeft aan zijn optreden en dat alles voor zijn publiek binnen een context geplaatst wordt. Behoefte dus aan een referentiekader, aan zingeving.

Fusioneren is natuurlijk niet van vandaag. Het proces van verstedelijking dat naar ons ‘globaal dorp’ leidt, is 150 jaar oud. Alle populaire muziekgenres van onze eeuw zijn trouwens ontstaan in stedelijke milieus, in de metropolen waar diverse bevolkingsgroepen elkaar ontmoet hebben en via kruisbestuiving bevrucht hebben. Zo’n evolutie zit verweven in het woord traditie, dat vaak foutief tegenover ‘moderniteit’ wordt gesteld. In ‘traditie’ zit de individuele creativiteit vervat die voor evolutie zorgt. Een artiest vindt voor een deel zijn traditie uit, vergroot iets uit wat hij in zichzelf herkent. Als dat dan gebeurt met de nodige visie en gedrevenheid, dan zal dat bij het publiek overkomen als ‘authentiek’. Authenticiteit heeft niets te maken met erfelijkheid of afkomst, wel met creativiteit en persoonlijke vormgeving van gekregen tradities. Er is behoefte aan degelijke informatie en duiding. Daardoor neemt het exotische karakter van onbekende muziek af, maar wordt ze des te genietbaarder en waardevol.

We koesteren min of meer bedreigde muziekstijlen -als ze van elders komen. Het is dus niet te verwonderen dat af en toe de vraag wordt gesteld: en wat met ons eigen erfgoed? Vandaag blijkt het weer doenbaar op de proppen te komen met Vlaams materiaal. Er wordt overal zo fanatiek naar wortels gespeurd, dat het niet misstaat om dat hier ook te doen. En de omstandigheden zitten mee: er is weg afgelegd sinds de jaren zestig. Dankzij de folkrevival is er toen onderzoek gebeurd, zijn er uitstekende instrumenten voorhanden, zijn er goede lesgevers, er is documentatie. Voldoende infrastructuur dus, en daarbij komen al de inspiratiebronnen en invloeden van elders. De nieuwe generatie heeft bovendien geen hinder meer van de zendingsdrift om de traditie (hier vooral in de zin van wat achter ons ligt) op te tekenen, te conserveren, overmatig te respecteren. Een hele resem nieuwe groepen dient zich aan. De vier gedreven en goed opgeleide muzikanten van Ambrozijn zijn sterk beïnvloed door Frankrijk. Laïs doet het a capella in een stijl die de mosterd haalt bij zangstijlen uit Zuid-Europa, de Balkan, Engeland en Scandinavië (al zeggen de meisjes dat ze ‘het allemaal zelf ontdekt hebben’). Fluxus speelt eigen muziek, gebaseerd op Franse en Engelse modellen, muziek uit de Balkan ook. Olla Vogala (een zeventienkoppige groep!) brengt elementen uit jazz, klassiek, volksmuziek en Arabische muziek bijeen. Slagen die groepen erin om die invloeden te integreren in een eigen stijl die als Vlaams kan gelden? De tijd zal het leren. Het is niet zeker dat er voldoende voedingsbodem is, dat er een publiek is dat daar een boodschap aan heeft. Vlaamse folk lijkt gedoemd een etiket mee te dragen van oubollig en voorbijgestreefd. Mogelijk kijkt een nieuwe generatie daar anders tegenaan?

De nieuwe Vlaamse folkgolf op cd: ‘Laïs’ (wild boar music), ‘Ambrozijn’ (wild boar music), ‘Pingoeroe’ van Fluxus (wild boar music), Olla Vogala (map records), Didier François & Philip Masure ‘Duo’ (map records).
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift