Vlaamse politici over het Europees Parlement (4)

Vier Vlaamse Europarlementsleden beantwoorden enkele prangende vragen over de instelling waarin ze de voorbije vijf jaren actief waren: het Europees Parlement.

Met 27 lidstaten is de EU niet echt een sterk, samenhangend blok. Kan het EP een rol spelen in het creëren van die politieke cohesie? Moet dat?


Ivo Belet (CD&V):  Als er één instelling is die dat zou moeten doen, dan is dat in elk geval het Europees Parlement. Wij zijn de bewakers van het Europees belang. We kunnen dat doen door duidelijk te maken dat we in het EP dagelijks bezig zijn met het dagelikse leven van de mensen: hun voedsel, hun gezondheid, hun veiligheid. Het EP is niet alleen bezig met de Europese staatshervorming, al is die heel veel belangrijker voor de toekomst van onszelf en onze kinderen dan de Belgische staatshervorming.
Hoe staat u tegenover de idee om tenminste gedeeltijk Europese lijsten te creëren bij Europese verkiezingen, om zo te zorgen voor het meer Europees maken van de verkiezingen.
Ivo Belet (CD&V): Wie voor een echte Europese Unie is, kan daar niet tegen zijn. Je zou de twee systemen kunnen combineren: een paar verkozenen die dichter bij de Vlaamse kiezer staan en dan een paar mensen die zich echt over de renzen heen kunnen presenteren, genre Dehaene. Een gelijkaardig idee bestaat voor België: dat een aantal senatoren bijvoorbeeld via een federale kieskring verkozen wordt.
Uw partij is daar geen voorstander van.
Ivo Belet (CD&V): Ik ben daar persoonlijk wél voor.
Anne Van Lancker (sp-a): Nationale politieke partijen steunen hun Europese vertegenwoordigers nog veel te weinig, men focust veel liever op het nationale, regionale en lokale niveau. Anderzijds ontstaat er stilaan een echt Europees politiek niveau. De manier waarop Paul Nyrup Rasmussen de socialistische en sociaal-democratische fractie vormgeeft, is sterker dan ooit tevoren. Hij heeft ervoor gezorgd dat er een echt Europees verkiezingsmanisfest is, dat ook door nationale politieke partijen opgepikt is. Het gaat dus vooruit, maar veel te traag. Het zal maar echt veranderen als ook de nationale en regionale verkozenen mee het Europese verhaal gaan vertellen.
Werkt het niet eerder andersom: dat ook de Europese verkozenen, en misschien zelfs de Commissarissen, meer handelen vanuit hun nationaal belang dan vanuit een Europees belang?
Anne Van Lancker (sp-a): In het parlement voelen wij dat vooral in dossiers zoals het landbouwdossier, omdat het dan over de centen van Europa gaat. Politieke of  sociale dossiers lijden daar veel minder onder. We beseffen immers allemaal dat de wetgeving die we goedkeuren gedragen moet kunnen worden door mensen van 27 verschillende nationaliteiten. Dat werkt helemaal anders in de Raad van ministers. Daar wegen uiteraard de nationale belangen meer dan elders in de EU door.
Op welke manier kan het EP nog meer een rol spelen om het politieke denken nog meer Europees te maken?
Anne Van Lancker (sp-a): Het belangrijkste is eigenlijk dat onze collega’s in het federale en het Vlaamse parlement veel meer verantwoording zouden vragen aan hun ministers als ze op Europees niveau standpunten innemen. We mogen onze ministers toch geen blanco cheque geven om om het even wat te gaan vertellen op Europees vlak. In de Scandinavische landen, in Nederland moeten de ministers zelfs een mandaat meekrijgen van hun parlementen.
Als er even weinig bericht zou worden over voetbal als over de EU, dan was er ook niemand die iets van voetbal begreep.
Bij ons wordt in het beste geval gekeken naar de grote symbooldossiers. Ik besef dat dat veel extra inspanningen vraagt en dus niet vanzelfsprekend is. Maar als het beleid in Europa, België en Vlaanderen wat betreft bijvoorbeeld migratie niet coherent is, loopt het lokaal vast.
U legt veel nadruk op de verantwoordelijkheid van alle politici op alle niveaus om van de EU ook echt een levendig Europees geheel te maken, terwijl je niet meteen met de vinger naar de media wijst.
Anne Van Lancker (sp-a): Het verhaal van het Europees Parlement is een stuk ingewikkelder en moeilijker in vijf zinnen te vatten dan het nationale politieke werk. Toch weet ik van veel journalisten dat ze het wel willen brengen, maar hun eindredacteurs houden het tegen omdat het te weinig hapklare brokken zijn.
Is een Europese kieskring een manier om die Europese politieke ruimte meer te creëren?
Anne Van Lancker (sp-a): Dat is een voorstel dat wij ook al lanceerden in de Conventie die tot de Europese Grondwet moest leiden. Daar is ook in die Conventie geen meerderheid voor gevonden. Ik vind dat een absoluut charmant idee, omdat het de parlementsleden -die sowieso in het EP verplicht zijn samen te werken over landsgrenzen heen- ook zou verplichten om bij het voeren van campagnes hun parochiale perspectief te verbreden.
Je zou dan als perlementslid ook in discussie moeten gaan met de publieke opinie van andere landen. Maar vanzelfsprekend is het niet, natuurlijk. Campagne voeren van Polen tot Spanje, van Tsjechië tot Frankrijk. Begin er maar aan. Het zou ook vragen dat media in verschillende landen aandacht zouden geven aan parlementsleden uit andere landen dan hun eigen werkgebied.
Annemie Neyts (Open VLD): Bij de meerderheid van de parlementsleden bestaat een Europese gevoel, al hebben we nu ook een beduidende minderheid die daar duidelijk anders over denkt, zoals de Britse indepentisten van de Ukip. De vraag is vooral: hoe kan je een Europees gevoel creëren als er zo weinig van het werk dat daarrond gebeurt doordringt bij de publieke opinie.
Als er even weinig bericht zou worden over voetbal als over de EU, dan was er ook niemand die iets van voetbal begreep. Misschien moeten we grote advertentieruimte kopen in de media, want dat is het einige alternatief voor het feit dat de media er maar niet in slagen ook buiten de verkiezingen aandacht op te brengen voor wat er in de EU gebeurt. Maar dan vrezen sommigen weer dat we vervallen in propaganda.
Is de idee van een Europese kieskring een stap in de goede richting?
Annemie Neyts (Open VLD): Ik denk dat de tijden daar niet rijp voor zijn. Overigens zouden er maar een handvol politici zijn die grensoverschrijden kunnen opkomen. In de praktijk zie ik dat eigenlijk niet zitten.
Bart Staes (Groen!): Wij organiseren ons in het EP alvast per politieke overtuiging en niet per lidstaat, dus dat is alvast Europese cohesie. Al zou het goed zijn om met Europese lijsten te gaan werken en met Europese campagnes te werken. Dat laatste doen we als Europese groenen alvast wel!  Wie daarover meer wil weten, moet maar eens naar de website www.egp.eu gaan kijken.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur