Vluchtelingen in West-Timor op rand van hongersnood

70.000 tot 108.000 Oost-Timorese vluchtelingen
die nog in West-Timor verblijven, worden bedreigd door hongersnood. Twee
maanden geleden maakte de Indonesische regering een einde aan de
humanitaire hulpverlening in de hoop dat de vluchtelingenkampen in
West-Timor daardoor zouden leeglopen, maar dat is niet gebeurd.


Oost-Timor is een voormalige Portugese kolonie die in 1976 door Indonesië
geannexeerd werd. Nadat een meerderheid van de Oost-Timorezen zich in 1999
in een referendum voor onafhankelijkheid van Indonesië had uitgesproken,
dreef een bloedige campagne van pro-Indonesische milities meer dan 250.000
inwoners van het halfeiland naar West-Timor, een Indonesische provincie.
Intussen zijn zowat 200.000 van die vluchtelingen met de hulp van het Hoog
Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN (UNHCR) teruggekeerd naar
Oost-Timor, dat op 20 mei officieel onafhankelijk wordt.

Volgens Indonesië blijven er nog 108.000 mensen over in de
vluchtelingenkampen in West-Timor, maar het UNHCR en het
Wereldvoedselprogramma houden het bij 70 tot 80.000. Jakarta zette in
januari de hulpzendingen naar de kampen stop in de hoop dat de resterende
vluchtelingen ook zouden terugkeren of zich in West-Timor zouden vestigen.
De Indonesische regering zegt geen geld meer te hebben voor een dergelijke
noodhulpoperatie, en wil duidelijk ook verlost raken van een probleem dat
nog lang zou kunnen aanslepen.

Maar de Oost-Timorese vluchtelingen weigeren de kampen te verlaten. Eerder
deze maand trokken de coördinatoren van de kampen naar de provinciale
overheid in Kupang met de dringende vraag de hulp te hervatten. We hebben
geen zelfrespect meer, klaagde Gustaf L. Lapenangga, de coördinator van
het kamp in Tuapukan. We hebben honger en sommigen van ons moeten op
vochtige plaatsen slapen. We leven als dieren. Zonder voedselhulp zullen
de meeste vluchtelingen volgens hem algauw geconfronteerd worden met
hongersnood.

Volgens berichten in de West-Timorese media eten veel vluchtelingen nog
maar twee keer per dag. Ze beginnen in de bossen rond de kampen naar wilde
vruchten, knollen en zelfs bladeren te zoeken om hun schaarse rantsoenen
aan te vullen. Meer en meer vluchtelingen gaan ook in de naburige dorpen op
stelen uit om aan eten te komen. Dat zorgt daar voor paniek, want in
sommige streken zijn de vluchtelingen talrijker dan de plaatselijke
bevolking. Generaal-majoor Wellem T. da Costa, de plaatselijke
legercommandant, heeft zijn troepen onlangs het bevel gegeven onmiddellijk
het vuur te openen op vluchtelingen die geweld gebruiken tegen de
dorpelingen in de buurt van de kampen. Op zes maart kondigde het
provinciebestuur aan dat het rijst zal verstrekken aan noodlijdende
vluchtelingen, maar die belofte heeft de spanningen voorlopig niet doen
afnemen.

De internationale gemeenschap lijkt begrip op te brengen voor de redenen
die Jakarta heeft aangegeven om de humanitaire hulp aan de vluchtelingen in
West-Timor stop te zetten. Indonesië telt 1,3 miljoen interne
vluchtelingen, en bij velen daarvan lijkt de kans om spoedig terug te
kunnen keren naar hun geboortestreek kleiner dan bij de gevluchte
Oost-Timorezen. De regionale directeur van het UNHCR, Raymond Hall, heeft
verklaard dat zijn organisatie evenmin haar hulp aan de vluchtelingen in de
kampen op West-Timor zomaar wil hervatten. Het UNHCR gaat ervan uit dat de
vluchtelingen welkom zijn in Oost-Timor, en wil alleen projecten steunen
voor de repatriëring van vluchtelingen of voor hun hervestiging in West-Timor.

Waarom zoveel vluchtelingen nog aarzelen om terug te keren, is niet
helemaal duidelijk. Sommige gevluchte Oost-Timorezen zouden de stap maar
willen zetten als Oost-Timor definitief onafhankelijk is. Veel kampen
worden ook sinds 1999 gecontroleerd door pro-Indonesische milities, die de
vluchtelingen als een soort levensverzekering zien. De milities zijn erin
geslaagd veel kampbewoners te doen geloven dat Oost-Timor nog helemaal niet
veilig is, of intimideren alle vluchtelingen die concrete plannen smeden om
terug te keren. Ze zouden sommige repatriëringskonvooien ook gewoon
rechtsomkeert hebben doen maken.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift