Vluchtelingencrisis in Jemen verscherpt

Bloedige gevechten tussen het Jemenitische leger en sjiitische Hoethi-rebellen in het noorden van het land hebben volgens de VN al 150.000 mensen op de vlucht gedreven. Hitte en voedselgebrek treffen vooral de tienduizenden kinderen onder hen.
De oorlog tussen het leger en de Hoethi-rebellen is al sinds 2004 aan de gang. De sjiitische rebellen eisen meer autonomie in de noordelijke provincie Saada. Eind augustus braken de vijandelijkheden weer in volle hevigheid los. Het leger lanceerde een operatie verschroeide aarde tegen de opstandelingen. Daardoor worden de boeren in het noorden van het land zwaar getroffen.

Meer dan zesduizend ontheemden hebben onderdak gevonden in het kamp Al-Mazraq, in het district Haradh. Ze krijgen er medische en psychologische steun, voedsel en water. Vooral dat laatste is belangrijk: er heerst een verzengende hitte.

Veel andere verdrevenen zoeken hun toevlucht op andere plaatsen. In Amran, een district ten zuiden van Saada, leven 28.000 mensen bij verwanten, in schoolgebouwen en in huurhuizen. Ze wilden niet naar het vluchtelingenkamp of konden de hitte er niet uithouden. Omdat ze veel moeilijker op te sporen zijn, zijn ze ook moeilijker te helpen.

Opeengepakte vluchtelingen



Hussein, een leraar uit het district Haidan waar de hevige gevechten het eerst uitbraken, huurt met zijn vrouw en zes kinderen en nog negen andere gezinnen een huis in Amran. Van de 53 mensen die opeengepakt zitten in de drie kamers, zijn er 33 kinderen.

“We zijn eerst naar Al-Mazraq getrokken”, zegt Hussein, “maar daar kregen we geen tent. De kinderen die we er zagen, hadden malaria, en het was er vreselijk warm. We zijn dan naar Amran gekomen omdat we hadden gehoord dat er hier hulporganisaties actief zijn.”

Hussein zegt dat ze ook eten hebben gekregen van de overheid, “maar niet genoeg”. De vluchtelingen hebben have en goed moeten achterlaten, en hun spaargeld gaat op aan de huur die ze moeten betalen.

Ondervoede kinderen



Vooral voor de kinderen van de vluchtelingen is de situatie dramatisch. De helft van de kinderen in Jemen is zo al ondervoed, en de kindersterfte is hoog. De meeste vluchtelingen hebben nog minder te eten, drinken vaker onzuiver water en zijn minder goed beschut tegen de weersomstandigheden. Bijna tien procent van de kinderen die in het al-Mazraq-kamp arriveren is zwaar ondervoed en moet meteen naar het ziekenhuis.

Veel vluchtelingenkinderen lijden ook aan oorlogstrauma’s. “Alle kinderen zijn bang voor vliegtuigen”, zegt Raga, de vrouw van Hussein. “Als ze er een zien, stoppen ze allemaal hun vingers in de oren. Ze denken dat er weer luide ontploffingen zullen volgen”.

Nogal wat ontheemden raken gescheiden van hun familieleden. Saad, een oudere vrouw, komt te voet aan in Amran, vergezeld door Ayyad, haar achtjarige kleinzoon. Ze huilt als ze Ghalib, haar zoon en de vader van Ayyad ziet. Ghalib was al een dag eerder aangekomen, met zijn vrouw en vier andere kinderen.

Raada heeft de rest van haar gezin nog niet weergezien. “Ik moest mijn tweeling achterlaten, al geef ik hen nog de borst”, huilt ze. We moesten in groepjes vertrekken omdat er zo weinig auto’s langskomen in ons dorp Ze smokkelen ons weg langs kleine bergwegen. Het is een reis van drie dagen. Mijn man verschuilt zich samen met andere mannen in de Bergen. Thuis blijven is veel te gevaarlijk geworden.”

Het plaatselijke bestuur van Amran wil ook een kamp opzetten om de toestromende vluchtelingen op te vangen. Internationale organisaties als Save the Children zullen bijspringen. Maar de hulporganisaties raken niet tot bij vluchtelingen in de streken waar gevochten wordt,

*Phoebe Greenwood is een medewerkster van Save the Children UK


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift