VN doen Kosovo in de uitverkoop

Het Kosovo Trust Agency verkoopt aan ijltempo grote stukken land in Kosovo die ooit toebehoorden aan Joegoslavische staatsbedrijven. Dat gebeurt grotendeels zonder de aanspraken van de voormalige arbeiders te respecteren, zonder dat de identiteit van de kopers bekend wordt gemaakt en zonder een voorafgaande schatting van hoeveel de eigendommen waard zijn.
Op de website van het KTA prijst een commentaarstem in Brits Engels een nieuw privatiseringsproject aan: “Het Kosovo Trust Agency privatiseert een van de meest uitzonderlijke stukken eigendom in het zuidoosten van Europa. Het voormalige staatsbedrijf van Sarrprodhimi nabij Dragash ligt temidden van 22.000 hectare ongerept land in een rurale en bergachtige streek met een enorm potentieel voor ski- en ecotoerisme.”
Het KTA werd in 2002 opgericht nadat het VN-bestuur van de overwegend door etnische Albanezen bewoonde Zuid-Servische provincie had besloten dat een vijfhonderdtal voormalige staatsbedrijven moest worden verkocht. In het voormalige Joegoslavië was driekwart van de industrie in handen van de overheid. Het ging vooral om bedrijven in de energiesector, de mijnbouw, de auto-industrie en de tabakssector. De privatiseringen leverden tot nu toe al 303,7 miljoen euro op.
Achterpoortje
De privatiseringen zijn de speerpunt van de economische hervormingen in Kosovo, maar ze werden mogelijk gemaakt met een juridisch trucje. Het VN-bestuur (UNMIK) omzeilt een wet uit 1997 die stelt dat bij een privatisering zestig procent van de aandelen in handen moeten komen van voormalige werknemers. In 2003 veranderde UNMIK de wet op landeigendom om het bedrijven mogelijk te maken terreinen voor 99 jaar te leasen.
In ruil krijgen de werknemers 20 procent van de opbrengst als compensatie uitbetaald. “Er is een lijst van criteria waaraan werknemers moeten voldoen om op de lijst te geraken”, zegt Alban Bokshi van COHU, een ngo die corruptie bestrijdt in de Kosovaarse hoofdstad Pristina. “Wanneer iemand zijn naam niet terugvindt op de lijst, kan die persoon in beroep gaan bij een speciale kamer van het Hooggerechtshof, wat de procedure eindeloos vertraagt.”
Volgens het KTA waren er op 1 mei 2007 44 compensatielijsten goedgekeurd. Van de 60,7 miljoen euro die voor voormalige werknemers was gereserveerd, was slechts 11,5 miljoen uitbetaald. De compensatiebetalingen zijn een peulschil in vergelijking met het totale bedrag dat gemoeid is met de privatisering van 260 bedrijven sinds 2002.
De eigendommen werden verkocht zonder een voorafgaande schatting van hun waarde. “De Verenigde Naties houden zich niet bezig met schattingen”, zegt UNMIK-woordvoerster Sara Haskaz, “we laten dit over aan de krachten van de vrije markt.”
Corruptie
Nochtans zijn er volgens Iain King, voormalig hoofd planning bij UNMIK, belangrijke aanwijzingen voor corruptie. “Medewerkers van het KTA hebben me gezegd dat mensen die elkaar kennen afzonderlijk een bod uitbrengen en zich op het laatste moment op één iemand na terugtrekken. Bovendien waren er verdenkingen dat een deel van het geld oneerlijk verdiend was, maar ik weet niet wat voor controle hierop is geweest.”
Het KTA verdedigt zijn aanpak. “We maken de namen van de winnende bieders niet bekend, omdat het gaat om commerciële contracten,” zegt woordvoerster Besa Kabashi. “We kunnen wel zeggen dat de winnende bieders een grote groep mensen zijn. Sommigen wonnen twee of drie aanbiedingen, maar de meesten wonnen slechts een bod. In de gevallen waar een vermoeden van corruptie of afspraken tussen bieders bestond, is de procedure opgeschort en zijn de betrokken personen uitgesloten.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift