VN looft Braziliaans asielbeleid

Na tien jaar asielbeleid in Brazilië komt de VN met een positief voortgangsrapport. Het land neemt meer vluchtelingen op dan veel andere landen in de regio en biedt betere begeleiding, al blijft de integratie in de samenleving een moeilijk probleem.
Volgens de Hoge Commissaris voor Vluchtelingen van de VN (UNHCR) krijgt 70 procent van vluchtelingen en asielzoekers gepaste training over asielprocedures en over hun mensenrechten. Dat is beter dan het regionale gemiddelde van 10 procent.
In het rapport wordt de uitvoering van het zogenaamde Actieplan Mexico geëvalueerd. Met de lancering van dat plan in 2004 beloofden twintig landen in Latijns-Amerika vluchtelingen beter te beschermen. Het heeft succes, vindt de UNHCR, “in het versterken van van de bescherming van binnen- en buitenlandse vluchtelingen en anderen in de regio.”
De Nationale Commissie voor Vluchtelingen van het Braziliaanse ministerie van Justitie (CONARE) heeft 3461 vluchtelingen geregistreerd, uit zeventig verschillende landen. Tachtig procent komt uit Afrikaanse landen als Angola, Liberia en de Democratische Republiek Congo.
Het hoofd van CONARE, Nara Conceição, vindt haar land prijzenswaardig. “We hebben een genereuze wet, we tonen solidariteit en we zijn bereid mensen op te vangen die werkelijk internationale bescherming nodig hebben.” Samen met 96 partnerorganisaties in het hele land vormt de overheid een netwerk om vluchtelingen op te vangen en te integreren waar ze zelf willen, meestal in de steden Sao Paolo en Rio de Janeiro.
Niet iedereen vindt de situatie zo ideaal, zoals Fernando Ngury, zelf een vluchteling uit Angola en hoofd van het Centrum voor de Bescherming van Vluchtelingenrechten (CEDHUR). “De meeste vluchtelingen komen hier bij toeval, doordat ze niet wisten dat hun schip naar Brazilië ging. Velen worden overboord gegooid voordat ze aankomen.” Ngury pleit voor betere controle op verstekelingen.
Eenmaal in Brazilië worden Afrikaanse vluchtelingen gediscrimineerd, zegt de activist. “Omdat ze zwart zijn, omdat ze arm zijn, en omdat ze vluchteling zijn.” Werk vinden is moeilijk en politieagenten zien hen vaak als criminelen. De meeste vluchtelingen komen in sloppenwijken terecht. Er is wel hulp, via partnerorganisaties zoals het katholieke Caritas, maar die hulp duurt maar zes maanden.
Ngury pleit voor speciale arbeidsprogramma’s, ook gericht op hoger onderwijs, omdat alleen beroepsonderwijs niet genoeg is. Zijn organisatie heeft een regeling met drie universiteiten om vluchtelingen zonder toelatingsexamen aan te nemen.
Conceição reageert verontwaardigd op de kritiek van Ngury, die ze overigens niet erkent als vertegenwoordiger van vluchtelingen. “We deporteren mensen niet, we geven ze de juiste papieren en na zes jaar krijgen ze permanent burgerschap. We hebben niet veel middelen en daarom hebben vluchtelingen dezelfde problemen als iedere andere Braziliaan.”
Het programma biedt inderdaad geen sociale zekerheid, zegt ze. “We kunnen geen tienjarige studie voor vluchtelingen betalen, zoals in de Verenigde Staten.” Wel kunnen ze in aanmerking komen voor de bescheiden toelage die aan miljoenen arme gezinnen wordt uitgekeerd.
Ook de UNHCR benadrukt dat gezondheids- en onderwijsprogramma’s in Brazilië openstaan voor vluchtelingen. Alleen al in 2007 is er 628.000 real (238.000 euro) gereserveerd voor humanitaire hulp aan vluchtelingen en bijstand bij het integreren.
Overigens vraagt het merendeel van de vluchtelingen geen asiel, benadrukt Conceição. Er zijn minstens 17.000 Colombianen, met name in de grensgebieden, die het geweld in hun land zijn ontvlucht. Slechts 452 daarvan zijn officieel erkend.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift