VN-mensenrechtenraad van start dankzij toegevingen aan Cuba en Wit-Rusland

De 47 leden van de VN-raad voor de Mensenrechten, de opvolger van de VN-mensenrechtencommissie, zijn het na een jaar debatteren eindelijk eens geraakt over de manier waarop ze de mensenrechtensituatie in de wereld gaan opvolgen. Dat gebeurde onder meer door toe te geven aan Cuba en Wit-Rusland, die voortaan maar om de vier jaar een mensenrechteninspecteur over de vloer krijgen.
De VN-mensenrechtenraad werd in 2005 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in het leven geroepen als de opvolger van de VN-Mensenrechtencommissie. Die Commissie had elke geloofwaardigheid verloren omdat enkele van haar leden met een slechte reputatie op het vlak van mensenrechten elke vorm van kritiek op zichzelf of bevriende staten onmogelijk maakten.
De 47 leden van de eerste uitgave van de Raad kregen exact een jaar om het eens te raken over de manier waarop ze de mensenrechtensituatie in de wereld willen opvolgen. De Mexicaanse voorzitter van de raad, ambassadeur Luis Alfonse De Alba, kon maandag kort voor middernacht op de valreep een compromis aankondigen, dat in de loop van dinsdag werd goedgekeurd met slechts één tegenstem, die van Canada.
De doorbraak werd mogelijk gemaakt door toegevingen aan Cuba en Wit-Rusland. Die landen worden niet meer onderworpen aan de controles van een bijzondere rapporteur, die er de mensenrechtensituatie op de voet opvolgt. Uiteindelijk blijven negen landen onder verscherpte controle staan, waaronder Noord-Korea, Cambodja, Sudan en de Palestijnse gebieden.
De fel omstreden “internationale periodieke review” van de mensenrechtensituatie komt er wel, wat betekent dat alle lidstaten zich één keer in vier jaar moeten onderwerpen aan een mensenrechtencontrole. De evaluaties zullen ook rapporten van niet-gouvernementele organisaties bevatten, maar hun aanbevelingen krijgen geen bindende kracht.
China moest uiteindelijk bakzeil halen met zijn eis alle resoluties te laten goedkeuren door een tweederde meerderheid. Onder druk van de Europese Unie nam Peking genoegen met de formulering dat “de indieners van een resolutie over een bepaald land de verantwoordelijkheid hebben zich van een zo breed mogelijke steun te verzekeren.” Volgens diplomaten achtte Peking het niet opportuun een consensus in de Mensenrechtenraad te blokkeren zo kort voor het begin van de Olympische spelen in 2008 in Peking.
Het compromis is voor een groot stuk te danken aan het diplomatieke handwerk van de Mexicaanse voorzitter Luis AlfonsoDe Alba. “Hij is de typisch een diplomaat die het wapen van de manipulatie meesterlijk weet te gebruiken, maar altijd met een goed doel voor ogen”, zegt de Jordaanse ambassadeur Mousa Burayzat, die zich niet kan herinneren hoeveel keer de Mexicaan van zijn voorzitterstoel is weggelopen om in de coulissen te gaan intrigeren met de Chinese en Arabische ambassadeurs.
“Hij wist telkens weer de spanningen te bedaren”, zegt Georges Gordon-Lennox van Reporters zonder Grenzen, “Ik herinner me de informele sessies waarbij iedereen elkaar bij de voornaam noemde: Luis, Idriss, Itzakh… Uiteindelijk deden zelfs de Chinezen mee.”
Zelfs Cuba, dat in de Raad telkens weer ging dwarsliggen, noemde Alfonso De Alba een “eerlijk, rechtvaardig, onpartijdig en een man met een brede politieke visie.”De Mexicaan werd dinsdag opgevolgd door de Roemeense ambassadeur Doru Romulus Costea, die het tweede voorzittersjaar voor zijn rekening neemt.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3205   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift