Voedseltekorten in graanschuur Zuid-Amerika

Hoewel nergens ter wereld per inwoner
zoveel graan wordt geproduceerd als in Argentinië, raakt het voedsel voor de
allerarmsten stilaan op. Sociale werkers zien zich genoodzaakt mensen die in
de rij staan voor een bord soep terug naar huis te sturen.


Ik voel me vreselijk en machteloos. De verantwoordelijkheid om mensen te
weigeren valt nu op mijn schouders, getuigt Marcelo Cresta van het Casa del
Niño, een gemeenschapscentrum in een arbeidersbuurt in het zuiden van de
Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. Sinds Argentinië in december 2001 in
zijn diepste economische crisis raakte, zijn overal centra ontstaan waar
hongerigen terechtkunnen voor een bord soep.

Fernando Vilela, decaan van de landbouwfaculteit van de universiteit van
Buenos Aires, noemt de voedseltekorten immoreel en ondenkbaar. Dit land
telt 36 miljoen mensen en produceert 70 miljoen ton graan per jaar, aldus
Vilela. Dat is genoeg om 200 miljoen mensen te voeden, het zesvoudige van de
bevolking. Dat er nu toch voedseltekorten zijn, is volgens de decaan het
gevolg van een oneerlijke verdeling van de rijkdom.

Het aantal armen in Argentinië steeg van sinds mei 2001 van 12,2 tot bijna
20 miljoen. 8,7 miljoen onder hen zouden niet genoeg geld hebben om aan hun
essentiële voedingsbehoeften te voldoen. Kinderen hebben het zwaarst te
lijden onder de crisis: 7 op 10 kinderen onder de veertien leeft in armoede.

Vorig jaar hielpen we 300 kinderen, nu krijgen we er elke dag 450, aldus
Cresta. Het Casa del Niño kan blijven bestaan bij gratie van krediet van
zijn leveranciers, omdat de overheid al vier maanden geen subsidies heeft
betaald. Naast kinderen komen ook steeds meer hongerige bejaarden in de rij
staan. Cresta kan hun enkel vragen te blijven wachten in de hoop dat er nog
wat overblijft nadat de kinderen hebben gegeten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift