Voor het eerst meer investeringen uit India dan in India

Voor het eerst sinds de onafhankelijkheid zestig jaar geleden investeert India meer in het buitenland dan dat er van overzee in India wordt geïnvesteerd. Het investeringsklimaat in het buitenland is voor Indiase ondernemers vaak gunstiger dan in eigen land. De armoedeproblemen blijven bestaan.
In 2006 zullen Indiase bedrijven voor naar schatting 6 miljard euro in het buitenland investeren. Een bekend voorbeeld is de poging van de Tata Groep om de hand te leggen op de Engels-Nederlandse staalgroep Corus.

De economische groei in India komt voor het vierde jaar op rij boven de acht procent uit, wat ook een primeur is sinds de onafhankelijkheid. India heeft intussen een deviezenvoorraad van 120 miljard euro kunnen aanleggen.

De vooruitgang is echter niet gelijk verdeeld. De industrie- en dienstensector groeien met 10 of meer procent per jaar, terwijl de landbouw een groeicijfer van 1,5 à 2 procent laat optekenen. Volgens economen zet de stagnerende landbouw een rem op de economische ontwikkeling. “Niet genoeg mensen maken de overstap van landbouw naar de industrie- of de dienstensector”, zegt Subi Gokarn, directeur en hoofdeconoom bij de firma Crisil Ltd.

Voor professor Manoj Pant van de universiteit Jawaharlal Nehru is “kunnen de problemen van armoede en ongelijkheid zonder groei niet efficiënt worden aangepakt”. Wat hem verontrust is dat de regionale verschillen groter lijken te worden. “Het noorden en het oosten van het land hinken achterop in vergelijking met het zuiden en het westen. Dat kan voor ernstige sociale en politieke problemen zorgen”, zegt Pant.

Cijfers van het World Instituut of Development Economics Research van de universiteit van de Verenigde Naties wijzen erop dat de ongelijkheid in India nog groter is dan in China. “De rijkste helft van de Indiase bevolking heeft 92 procent van alle bezittingen en de armste helft slechts 8 procent. In China liggen die cijfers respectievelijk op 86 en 14 procent”, zegt Ashok Kumar Battacharya van de krant “Business Standard”.

Economen zien positieve en negatieve kanten aan de toenemende investeringen van Indiase bedrijven in het buitenland. “Een pluspunt is alvast dat het Indiase ondernemerschap internationaal een factor van betekenis is geworden. “Indiase ondernemers zoeken globale oplossingen om de kosten te drukken en nieuwe technologieën te assimileren”, zegt Subir Gokarn van Crisil Ltd.

De overname van firma’s in het buitenland vergroot ook de exportmogelijkheden. Bij zestig procent van de wereldhandel gaat het om transacties binnen eenzelfde bedrijf, weet professor Pant.

De keerzijde van de medaille is dat elke Indiase investering in het buitenland een gemiste kans betekent in eigen land. “Het probleem in India is het gebrek aan infrastructuur en de strenge sociale regels en veiligheidsvoorschriften”, meent Gokarn. Volgens de econoom zouden meer binnen- en buitenlandse investeerders voor India kiezen wanneer de stroomvoorziening betrouwbaarder zou zijn en de openbare dienstverlening efficiënter.

Voor Battacharya moet India minstens 113 miljard euro in infrastructuurwerken steken. “Het gaat om spoorlijnen voor vrachtverkeer tussen grote steden, stroombedrijven, zesbaansautowegen en moderne luchthavens. Het zal nog wel even duren voor die projecten realiteit worden”.

Het is overigens niet zo dat India een netto-exporteur van kapitaal is geworden, preciseert Battacharya. “Naast de 7 miljard euro aan rechtstreekse buitenlandse investeringen komt heel wat kapitaal het land binnen onder de vorm van institutionele investeringen in aandelen. Heel wat van de Indiase overnames in het buitenland gebeuren overigens met geleend geld”.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift