Vooral oliebedrijven worden beter van 'ontwikkelingsvriendelijk' handelsbeleid VS

De taksvrije toegang die de Afrikaanse landen krijgen tot de Amerikaanse markt, komt vooral oliebedrijven ten goede. Dat blijkt uit de jongste cijfers over de handel tussen de VS en Afrika. De Amerikaanse Noord-Zuidbeweging ziet er het bewijs in dat het Afrikabeleid van George W. Bush veel geblaat en weinig wol is.






De handel met de Afrikaanse landen onder de Sahara is gedaald in 2002, zo blijkt uit een nieuw rapport van de Commissie voor Internationale Handel (ITC). Het totale volume van verhandelde goederen bedroeg 24,1 miljard dollar - 3,7 miljard dollar minder dan het jaar voordien. De VS en Afrika voerden elk ongeveer een zesde minder uit naar elkaar- Amerika bracht voor zes miljard dollar goederen aan de man in Afrik en kocht er voor 18 miljard. De daling is volgens de ITC onder meer te wijten aan het feit dat er minder transportmateriaal werd verkocht aan Kenia en Zuid-Afrika.

Volgens de Commissie kan de Amerikaanse voorkeursbehandeling voor Afrika, zoals vastgelegd in de African Growth en Opportunity Act, het tij keren. Die wet, kortweg OGOA, heeft sinds 2000 de invoertarieven op zowat alle belangrijke Afrikaanse exportproducten geschrapt, inclusief textiel en kleding. OGOA deed de Afrikaanse export naar de VS in 2001 sterk stijgen, wat een argument was voor het terugschroeven van ontwikkelingshulp (‘trade not aid’).

Nu de resultaten tegenvallen, zijn de Noord-Zuidorganisaties in de VS er als de kippen bij om OGOA af te branden. Ze waren van meet af aan gekant tegen OGOA. De wet zou dienen om het budget voor ontwikkelingssamenwerking kunstmatig op te krikken en de taksvrije toegang tot de Amerikaanse markt zou niets doen voor de Afrikaanse landbouw.

Het rapport lijkt alvast te bevestigen dat vooral de oliebedrijven in Afrika de vruchten plukken van OGOA. In 2002 steeg de Amerikaanse invoer van Afrikaanse olie van acht tot negen miljard dollar. Nigeria nam zestig procent daarvan voor zijn rekening, gevolgd door Zuid-Afrika en Gabon. Maar liefst 75,9 procent van de ‘ontwikkelingsvriendelijke import’ bestond dus uit olie.

Dat past volledig in het plan om Amerika minder afhankelijk te maken van olie uit de Golf. Maar met Afrikaanse ontwikkeling heeft dat weinig te maken, zegt Bill Fletcher van het Transafrica Forum. OGOA is een bot dat Afrika werd toegeworpen. Maar de wet doet niets voor de handel die voor Afrika belangrijk is, met name de landbouw.

De Commissie voor Internationale Handel erkent dat de groei onregelmatig is, maar gelooft dat ook de textiel- en kledijsector in de toekomst zullen profiteren van OGOA.

Ook de directe investeringen vallen behoorlijk tegen. In 2002 investeerden Amerikaanse bedrijven netto 861 miljoen dollar - minder dan één procent van wat ze in het buitenland investeerden. De investeringen gingen net als de vorige jaren bijna uitsluitend naar Zuid-Afrika.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift