Vredesactivisten bespioneerd

De activiteiten van de vredesbeweging worden op de voet gevolgd door de Belgische politie, geheime diensten en private inlichtingenbedrijven.

  • Vredesactie Begin april komen vredesactivisten uit heel Europa in Straatsburg samen om te betogen tegen de Navo. Vredesactie

Begin april komen vredesactivisten uit heel Europa in Straatsburg samen om te betogen tegen de Navo. Op het programma van het internationaal actiekamp staan vredesmarsen, trainingen in burgerlijke ongehoorzaamheid en geweldloze blokkades om de officiële Navo-top te verstoren. 

Vanuit België legt Vredesactie bussen in richting Straatsburg. Binnen de Belgische vredesbeweging is Vredesactie zowat de meest actiegerichte organisatie. Het organiseert jaarlijks Bomspotting en Nato Game Over –waarbij actievoerders het Navo-hoofdkwartier in Evere en de militaire basis in Kleine Brogel betreden– en saboteerde met Trainstopping-acties in het verleden het transport van militaire goederen door het Amerikaanse leger.

‘Wij zijn een van de weinige bewegingen die acties voeren met implicaties voor de militaire veiligheid van de staat’, zegt Hans Lammerant van Vredesactie. ‘Uiteraard hou je er dan rekening mee dat je afgeluisterd wordt.’

‘Extremistische elementen’

De militaire inlichtingendienst ADIV bevestigt dat ze de activiteiten van de Belgische vredesbeweging opvolgt ‘in de mate dat zij een bedreiging vormen of kunnen vormen voor de uitvoering van de opdrachten van de strijdkrachten, of voor de militaire defensieplannen. Hoe die opvolging gebeurt, waar en met wie wordt samengewerkt, behoort tot de modus operandi van onze dienst, waarover we om begrijpelijke redenen niet kunnen uitwijden.

Ook de Staatsveiligheid toont interesse voor vredesactivisten –in haar jaarrapport van 2004 verwijst de dienst bijvoorbeeld naar de activiteiten van Voor Moeder Aarde en Vredesactie. ‘We volgen de vredesbeweging niet als dusdanig op’, reageert Alain Winants,  administrateur-generaal van de Staatsveiligheid.

‘Ons interesseert enkel of vredesorganisaties geïnfiltreerd worden door extremistische elementen –individuen uit radicale of anarchistische bewegingen. Wij volgen de vredesbeweging met andere woorden enkel vanuit het oogpunt van een mogelijke infiltratie door elementen van buitenaf, van een recuperatie of manipulatie van de filosofie van die beweging door extremistisch-radicale elementen.’

De vredesbeweging kondigt volgens Winants haar acties goed aan. ‘We hebben een vrij goed zicht op wanneer wat te gebeuren staat. Naast open bronnen gebruiken we uiteraard ook andere klassieke inlichtingenmethoden. Rond extremistische activiteiten binnen de vredesbeweging hebben we trouwens een samenwerkingsprotocol met de ADIV. Verder heeft de Staatsveiligheid één verbindingsofficier gestationeerd op het Nato Office of Security, de interne veiligheidsdienst van de Navo.’

Linkse radicalisering

Volgens Winants werkt de Staatsveiligheid inzake extremisme binnen de vredesbeweging ook samen met buitenlandse geheime diensten. ‘Omdat wij toch wel vaststellen dat er een zekere evolutie is op het niveau van extreem-links. De laatste jaren merken we binnen Europa een heropleving van gewelddadige manifestaties van extreem-links.’

Winants verwijst naar de recente rellen in Griekenland en Frankrijk. ‘Dergelijke zaken kunnen zich internationaal vrij vlug verspreiden, al hebben we tot nu toe in België nog geen gewelddadige acties gezien. Maar we stellen vast dat er een internationalisering van contacten is: individuen uit links extremistische bewegingen in Griekenland, Italië en Frankrijk proberen sympathisanten uit andere landen aan te spreken.’

‘Een bijkomende factor is de wereldwijde economische crisis, die in linkse milieus zeer goed wordt gevolgd –en wordt aangegrepen om hun filosofie over de economie naar buiten te brengen’, zegt Winants. ‘Daarom denk ik dat het niet uitgesloten is dat men in de toekomst een radicalisering van extreem-links zal waarnemen. Zonder dat we opnieuw –althans dat hoop ik– zullen vervallen in de extremiteiten die we in de jaren zeventig en tachtig hebben gekend met de aanslagen van de CCC.’

 

De kaartenbak van OCAD

De relevante inlichtingen die de ADIV en de Staatsveiligheid over vredesactivisten inzamelen, worden overgemaakt aan het Coördinatieorgaan voor de Analyse van de Dreiging (OCAD) en de federale politie. Het OCAD analyseert of er een terroristische dreiging van uitgaat.

OCAD-Adjunct-directeur Luc Verheyden: ‘Zoals voorzien in de wet beschikken we over werkbestanden en een database ten behoeve van de op te stellen dreigingsevaluaties. In de werkbestanden komen de namen van individuen die de aandacht trekken in het domein van terrorisme, extremisme en radicalisme en waarover we meer informatie willen. Neigen hun activiteiten naar het subversieve, dan belanden ze in de database. Wat de vredesorganisaties betreft, hebben we het enkel over de werkbestanden. En dan nog rudimentair.’

‘Het komt erop neer dat organisaties als Vredesactie, Stop USA of Attac Vlaanderen niet zozeer een prioriteit voor ons zijn in die zin dat er geen dreiging van uitgaat op het vlak van terrorisme. Dat neemt niet weg dat we er onze aandacht op richten. Extremistische organisaties ontstaan immers niet uit het niets, er is altijd een evolutie. Als er honderd mensen over de draad kruipen in Kleine Brogel, dan interesseert mij dat in se niet. Maar als men documenten begint te verspreiden, ronselt, diepgaander activisme opzet en mogelijk aan radicalisering en recrutering doet, dan gaan we ze eens doorlichten.’

Zo organiseerde Vredesactie in maart trainingsdagen rond geweldloos actievoeren: ‘Hoe geraak je met veel mensen tot aan de Navo? Hoe reageer je op provocaties?’ Luc Verheyden: ‘Voor dat soort initiatieven vragen we aandacht van mensen op het terrein: stuur er iemand naar toe en ga eens na welke de graad van activisme is die daar aangeleerd wordt.’

 

‘Problemen voorkomen’

Bij de Federale politie is het de Directie van de Operaties die met de aangeleverde intelligence aan de slag gaat. Doel is de openbare orde te garanderen. Filip Rasschaert, directeur operaties van de nationale coördinatiedienst: ‘Niet alleen de inlichtingendiensten, maar ook de politiezones en vaste contactpunten in het buitenland leveren ons info aan. Op basis daarvan doen we een risicoanalyse.’

‘We zijn een soort operator tussen allerhande verschillende diensten. Indien nodig, kunnen wij er bijvoorbeeld voor zorgen dat de politie van Brussel voor een vredesbetoging een helikopter of 200 man extra ter beschikking krijgt. Problemen voorkomen is onze voornaamste opzet. We proberen zoveel mogelijk te onderhandelen.’

‘De contacten met de vredesbeweging –een democratische beweging die haar reden van bestaan heeft– lopen in de regel goed.’

Als alles zo onschuldig is, waarom vond dan vorig jaar in Sint-Truiden een grootscheepse Benelux-politieoefening plaats met als thema Bomspotting? Rasschaert: ‘Daar moet je niets achter zoeken. Het is gewoon een actueel thema. Met de oefening zorgen we ervoor dat we met collega’s uit het buitenland op dezelfde manier reageren op actievoerders.’

 

Private intelligence

Ook de privésector toont interesse voor activisten. Op de voorbije nieuwsjaarsconferentie van de European Corporate Security Association (ECSA) in Brussel was toenemend radicalisme in linkse kringen een van de gespreksthema’s.

ECSA-secretaris-generaal Yvan De Mesmaeker: ‘Ik heb geen kennis van concrete voorbeelden, maar ik kan me wel voorstellen dat bepaalde activistische groeperingen ook door private veiligheidsbedrijven worden opgevolgd.’

‘Wanneer je als bedrijf geviseerd wordt, dan weet je toch graag wat die activisten van plan zijn en hoe je de gevaren hiervan best inschat? Dat is maatwerk waar de overheid niet noodzakelijk volledig op kan antwoorden. En zo kom je dan bij gespecialiseerde bedrijven terecht.’

Dilligence Llc –in 2000 opgericht door enkele formers van Amerikaanse en Britse geheime diensten– is zo een private inlichtingendienst. Dilligence vertelt op zijn website onder meer over het onderzoek dat het verrichtte naar dierenrechtenactivisten.

Volgens Jean-Michel Lavoizard, directeur van het Dilligence-kantoor in Brussel, kunnen vredesactivisten een bedreiging vormen: ‘Niet voor de democratie maar wel voor onze cliënten: bedrijven. De voorbije vijf jaar is Dilligence drie keer ingehuurd om info te verzamelen over activisten die een bedreiging vormden voor een specifiek economisch project.’
‘Wij zoeken uit wie zij zijn, hoe ze zich organiseren, waar hun geld vandaan komt en wat hun strategieën en capaciteiten zijn. Daarvoor gebruiken we niet alleen open maar ook elektronische en menselijke bronnen.’

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift