Vredesgesprekken in Colombia

De nieuwe president Andrés Pastrana heeft in Colombia opnieuw een begin gemaakt met vredesgesprekken. Of daarmee het geweldkluwen ook ontward geraakt, is nog de vraag. Vijfendertig jaar oorlog hebben het conflict bijzonder ingewikkeld gemaakt.
‘De Colombianen hebben gekozen voor de vrede en voor een nieuw beleid’, zo klonk president Pastrana bij zijn inauguratierede op zeven augustus. ‘Vandaag is de dag van de verzoening.’ Dat de zaken in dit door geweld verscheurde land niet zo eenvoudig liggen, werd Pastrana al duidelijk gemaakt nog voor hij het presidentiële paleis betrok. De eerste dagen van augustus wuifden FARC- en ELNguerrillero’s president Samper uit op hun manier: met hevige gevechten in zeventien van de tweeëndertig departementen van het land. Het waren de bloedigste en de heftigste guerrilla-aanvallen sinds de opstandelingen in 1964 de wapens opnamen. Die aanvallen, zo heette het, waren een vergelding voor de moord op vijfentwintig mensen in de petroleumstad Barrancabermeja, waarvoor de paramilitaire groepen van Carlos Castano verantwoordelijk waren. Analisten interpreteerden het offensief vooral als een machtsvertoon van de guerrillero’s, bestemd voor de nieuwe president. Volgens Robin Kirk, verantwoordelijk voor Colombia bij de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch/Amerika, is de erfenis die Pastrana wordt nagelaten, weinig benijdenswaardig. Het land is er in de afgelopen vijftig jaar nooit zo slecht aan toe geweest. De guerrilla heeft zich over nagenoeg het hele land verspreid en de opstandelingenlegers namen de afgelopen jaren sterk in macht toe. De paramilitairen treden over het hele land willekeurig op en het leger en de politie zijn niet in staat of niet bereid het kwaad bij de wortels aan te pakken. Het land telt meer dan één miljoen interne vluchtelingen. De economische situatie is belabberd en de armoede grijpt overal om zich heen.

De weg van de laatste kans

De Colombianen zijn al dat geweld meer dan beu. Na twaalf jaar liberaal bewind hoopten velen dat Pastrana een mogelijkheid zou bieden om uit de impasse te geraken.In volle verkiezingscampagne al hadden de guerrillero’s zich bereid verklaard om met de nieuwe president over vrede te praten en drie dagen voor de beslissende verkiezingsronde liet de FARC, de oudste en sterkste opstandelingengroep, haar voorkeur blijken voor Pastrana. Pastrana’s rivaal, Horacio Serpa, was niet geloofwaardig, aangezien hij van dezelfde partij was als uittredend president Samper. Samper was er kort na de verkiezingen in 1994 van beschuldigd geld te hebben aangenomen van het drugskartel van Cali. De beloften die hij aan de opstandelingen gedaan had om in een bepaalde streek het leger terug te trekken, alvorens aan vredesbesprekingen te beginnen, was hij niet nagekomen en de paramilitairen waren onder zijn bewind almaar driester gaan optreden. Alleen al in 1997 werden er meer dan tweehonderd massamoorden gepleegd, waarvan, volgens mensenrechtenorganisaties, vijfentachtig procent op de verantwoordelijkheid te schrijven is van de paramilitairen. ‘We hebben allen baat bij de vrede gezien het vele bloed dat hier al gevloeid is’, liet het hoofd van de politie weten aan de nieuw verkozen president. ‘Dit is de laatste kans op vrede. Als het dit keer niet lukt, eindigt dit land in wederzijdse uitmoording.’

Om te tonen dat het hem inderdaad menens was, organiseerde Pastrana al meteen na de verkiezingsoverwinning een eerste ontmoeting met de legendarische leider van de FARC, Manuel Marulanda, waarbij de eerste bakens voor verdere vredesbesprekingen werden uitgezet. De ELN -een andere belangrijke guerrillagroep- overlegde in de loop van juli in het Duitse Mainz met verschillende vertegenwoordigers van de Colombiaanse civiele samenleving. Die bijeenkomst, waarbij vooral ingegaan werd op de rol die diverse maatschappelijke groepen te spelen hebben bij het zoeken naar vrede, eindigde met een akkoord voor een Nationale Conventie, een breed overleg met de civiele samenleving dat in oktober in Bogotá moet plaatshebben. Die civiele samenleving richtte eind juli

in Bogota de ‘Asamblea Permanente para la Paz’ op, onder het voorzitterschap van de katholieke bisschop Alberto Giraldo. Dit Permanente Vredesoverleg zal in de loop van negen gespreksrondes, gespreid over negen maanden, een zestigtal vredesvoorstellen bestuderen. Dit overleg zou dan moeten leiden tot een ontwerp voor een nieuw staatsmodel en een nieuwe samenleving die een duurzame vrede garandeert. President Pastrana van zijn kant beloofde in te gaan op de eis van FARC en ELN om tegen november de troepen terug te trekken uit vijf gemeenten in het zuidoosten van het land, over een oppervlakte van zo’n 43.000 km². Die vijf gemeenten, aldus Pastrana, zouden ‘een laboratorium voor de vrede’ moeten worden.

Verdachte vrienden

Voor zijn vredesopzet kan Pastrana dus rekenen op een brede steun vanuit de Colombiaanse samenleving. Zelfs één van de bedrijfsleiders, die deel uitmaakt van het Permanente Vredesoverleg, merkte op dat het rendabeler is in de vrede te investeren dan in de oorlog -lees: in de paramilitaire groepen. Die paramilitairen zijn echter nog een heel harde noot om te kraken voor Pastrana. In een brief aan de president liet de Vereniging van Zelfverdedigingscomités (AUC), onder leiding van Carlos Castano, weten geïnteresseerd te zijn in deelname aan het vredesoverleg en vroeg tegelijk erkend te worden als legale politieke groepering. Volgens Castano heeft het leger duidelijk laten zien dat het de guerrilla niet aankan. ‘Meer dan ooit ligt daarin onze bestaansreden. Wij zijn nodig om de opstandelingen te bestrijden.’ Een legalisering van de AUC is echter voor de guerrillero’s en voor verschillende mensenrechtenorganisaties en vredesinstanties onaanvaardbaar. De verantwoordelijkheid van deze groepen voor tal van gruwelpraktijken zou zo immers onder de onderhandelingstafel geveegd worden. Bovendien, zo blijkt uit zijn verklaringen, staat het hoofd van Castano meer op oorlog dan op vrede. ‘Opdat de slachtpartijen zouden ophouden, moeten we het conflict isoleren van de bevolking en een ultieme slag leveren met de guerrilla’, is de mening van Castano.

De Verenigde Staten steunen de vredespogingen van Pastrana. De Noorderbuur is in zijn nopjes met deze conservatieve president en heeft dat ook al uitvoerig laten weten. Wat de VS van Pastrana verwachten, is vooral een soepele medewerking in de drugsbestrijding. Er gaan zelfs geruchten dat ze geïnteresseerd zijn in de oprichting in Colombia van een permanente basis voor drugsbestrijding in Latijns-Amerika. Of de Colombianen die verregaande inmenging ook in dank zullen afnemen, is niet zo zeker.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.