Vredesoverleg India-Pakistan voor moeilijke laatste rechte lijn - analyse

De kans dat India en Pakistan straks een punt zetten achter meer dan een halve eeuw vijandschap, lijkt groter dan ooit. Maar de hoogste hordes in het vredesoverleg dat de twee landen begin dit jaar opstartten, moeten de onderhandelaars nog nemen.
De Indiaas-Pakistaanse vredesgesprekken die nu aan de gang zijn, vormen de eerste ernstige poging om een vergelijk te vinden tussen de twee landen die de wereld in 1998 opschrikten met een reeks kernproeven en daarna twee keer dicht bij een oorlog kwamen. Eerdere topontmoetingen tussen de leiders van de twee landen in 1999 en 2001 waren lang niet zo goed voorbereid als de toenadering die nu plaatsvindt, met systematische discussies rond alle pijnpunten.

De Indiase premier Manmohan Singh en de Pakistaanse president Pervez Musharraf hebben elkaar al vrij goed leren kennen. De Pakistaanse elite is haar aanvankelijke vooroordelen tegen de terughoudende Indiase premier grotendeels kwijt. En de publieke opinie in beide landen is in overweldigende mate voor verzoening.

Maar de magere resultaten van de talrijke gespreksrondes die tot hiertoe op uiteenlopende niveaus plaatsvonden, maken duidelijk dat de twee landen nog harde noten te kraken hebben. De onderhandelaars zijn het er het afgelopen jaar enkel over eens geworden de bus- en treinverbindingen en het vliegverkeer tussen India en Pakistan te herstellen. Die verbindingen waren onderbroken na een aanslag op het Indiase parlement in december 2001, waar New Delhi de hand van Pakistan in zag. De twee landen spraken in juni ook af hun consulaten in Karachi en Mumbai te heropenen, maar op dat vlak is nog niet veel vooruitgang geboekt. Ook de gesprekken over handel en economische samenwerking slabakken. Het belangrijkste project dat in die discussies aan bod komt, is de aanleg van een gaspijpleiding van Iran naar India, die over Pakistaans grondgebied moet lopen. Duidelijke vooruitgang is er dan weer in het overleg over de versoepeling van de visumverplichtingen en de beperkingen op het personenverkeer tussen de twee landen. Maar die resultaten kunnen nog altijd worden teruggeschroefd.

In de moeilijkste twee vraagstukken, de toekomst van Kasjmir en afspraken rond de kernwapens de beide landen bezitten, zijn de onderhandelaars nog geen stap verder gekomen. Het is al een succes dat er voor het eerst bij beide landen bereidheid bestaat om te praten over Kasjmir. In die omstreden regio leven overwegend moslims, maar toch werd een deel van Kasjmir na de onafhankelijkheid bij India gevoegd, anders dan de overige grote moslimgebieden van Brits-Indië die opgingen in Pakistan. India is er altijd van uitgegaan dat separatistische opstandelingen in Indiaas Kasjmir steun kregen van Pakistan. Pakistan wil dat de inwoners van Kasjmir de kans krijgen zelf over hun toekomst te beslissen. Een jaar onderhandelen heeft het ijs op dit punt nog niet kunnen breken. India en Pakistan zijn het zelfs nog altijd niet eens geraakt over een heel simpele vertrouwenscheppende maatregel: de lancering van een busverbinding tussen Srinagar in Indiaas Kasjmir en Muzafarabad in het Pakistaanse deel.

Pakistan gelooft dat India de onderhandelingen probeert te richten op een lange lijst van vertrouwenwekkende maatregelen om een ernstige discussie over de grond van het conflict rond Kasjmir uit de weg te gaan. India gaat ervan uit dat Pakistan geen vordering wil op concrete punten als busverbindingen omdat het New Delhi wil dwingen de kwestie-Kasjmir te erkennen als het centrale probleem van het hele vredesoverleg, dat eerst moet worden aangepakt.

Het wantrouwen tussen de twee landen maakt dat andere eenvoudige kwesties blijven aanslepen. Veel grensgeschillen kunnen snel en makkelijk worden opgelost, zegt Kamal Mitra Chenoy, een professor aan de School of International Studies van de Jawaharlal Nehru-universiteit in New Delhi. Maar daartoe moet Pakistan zich eerst zeker voelen dat India echt wil onderhandelen over Kasjmir.

Voorlopig blijven de standpunten voer Kasjmir ver uit elkaar liggen. De Indiase premier Singh sloot onlangs een hertekening van de grenzen tussen India en Pakistan uit, net als een verdere opdeling van de regio volgens het geloof van de bevolking die er leeft. Maar India lijkt wel bereid te praten over meer autonomie voor zijn omstreden deelstaat en een zachte grens tussen Indiaas en Pakistaans Kasjmir. Musharraf vindt dat er moet onderhandeld worden over verschillende opties, waaronder formules waarbij overwegend door moslims bewoonde delen van Indiaas Kasjmir hun eigen weg zouden gaan en heel de regio gedemilitariseerd zou worden.

En dan zijn er de kernwapens. Volgens experts en vredesactivisten is de kans niet denkbeeldig dat het tot een kernoorlog komt tussen de twee landen - na een plots oplaaiend conflict of gewoon door een domme technische panne. Toch hebben India en Pakistan het nog niet ernstig gehad over maatregelen die dat risico kunnen beperken. De Indiase Coalitie voor Kernontwapening en Vrede en de Pakistaanse Vredescoalitie dringen er allebei op aan dat de twee regeringen een akkoord sluiten om hun kernwapens niet als eerste in te zetten, en om de kernkoppen gescheiden te houden van de raketten waarmee ze kunnen worden afgeschoten. De vredesgroepen vinden ook dat er een moratorium van één tot drie jaar moet komen op het testen van raketsystemen. (PD)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift