Vriend van het Westen Tunesië isoleert politieke gevangenen

Tunesië, een land dat door de Amerikaanse president George Bush als uitvalsbasis is gekozen om het Midden-Oosten te democratiseren, houdt veertig politieke gevangenen wederrechtelijk vast in isoleercellen. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW).

De 40 gevangenen maken deel uit van een groep van 500 politieke gevangen van de gematigde islamitische Nahdha-beweging, die in 1992 werden veroordeeld voor een vermeende samenzwering tegen de huidige president, Zine el-Abidine Ben Ali. Het gevangenschap in isolement schendt zowel Tunesische als internationale wetten, schrijft HRW.

Volgens HRW zou de regering de veertig activisten hebben geïsoleerd uit vrees dat hun ideeën andere gevangenen zouden beïnvloeden. De geïsoleerde gevangenen krijgen geen toegang tot de media, hebben een beperkte toegang tot schrijfmateriaal en kunnen maar af en toe een kwartier onder strenge bewaking met familieleden praten.

Het rapport van HRW komt vijf maanden nadat de Amerikaanse president Bush zijn Tunesische ambtgenoot Ben Ali in audiëntie in het Witte Huis ontving. De Amerikaanse regering ziet Tunesië als een van de beste vrienden van het Westen in het Midden-Oosten. Ze koos voor de Tunesische hoofdstad Tunis om er het regionale hoofdkwartier te vestigen van het “Middle East Partnership Initiative”, een nieuw programma dat democratie en politieke hervormingen moet brengen in de Arabische wereld.

De keuze voor Tunis stuitte op heel wat verzet van mensenrechtengroepen, vooral in de Arabische wereld, waar Ben Ali bekend staat als “een onvervalste autocraat, die een van de meest repressieve politiestaten in de Arabische wereld leidt”.

Ben Ali, een voormalige inlichtingenofficier, greep de macht in 1987 met een paleisrevolutie tegen de Tunesische vader des vaderlands, Habib Bourguiba. Sindsdien wint Ben Ali verkiezing na verkiezing met gemiddeld 99 procent van de stemmen. Onlangs voerde de president een grondwettelijke hervorming door die hem tot 2014 aan de macht moet houden.

Ben Ali werd aanvankelijk onthaald als een mogelijke hervormer van Tunesië, maar hij zou snel elke mogelijke oppositie tegen zijn regime onderdrukken. Daarbij richtte hij zich vooral tegen islamisten die vanuit het buurland Algerije actief waren. Tussen 1990 en 1992 liet hij honderden activisten van de gematigde Nahdha-beweging oppakken. Dat zou leiden tot een massaproces in 1992, waarin 265 Nahdha-activisten werden veroordeeld tot levenslang voor samenzwering tegen de regering.

Internationale mensenrechtengroepen beschouwen de veroordeelde Nahdha-activisten, wier straf in de meeste gevallen is omgezet tot dertig jaar cel, als politieke gevangenen. Ze hebben geen eerlijk proces gehad en ze zijn veroordeeld voor feiten die louter politiek zijn.

Hoewel de Nahdha-beweging sinds 1992 zo goed als onthoofd is en zich nauwelijks nog laat horen, zou de regering nog steeds vermeende opposanten oppakken, veroordelen en opsluiten. Sommige burgers zouden daarbij zelfs voor militaire rechtbanken zijn berecht.

De langdurige opsluiting in isolement van veertig activisten, waartoe de Tunesische regering onlangs heeft beslist, is ook strijdig met de Tunesische wet. Tien dagen opsluiting in isoleercellen is het toegelaten maximum, en zelfs die maatregel mag er alleen maar komen als een straf voor slecht gedrag. In het geval van de veertig geïsoleerden is daar geen sprake van. Er is hen niet gezegd waarom ze gescheiden van de andere gevangen worden vastgehouden.

De Tunesische regering geeft geen gehoor aan vragen van mensenrechtengroepen om de gevangenissen te bezoeken. Het Internationale Rode Kruis zou onderhandelingen hebben opgestart met de Tunesische regering, maar tot op heden is nog geen akkoord bereikt over een mogelijk bezoek. (BL/ADR)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift