Vrienden voor het leven

Een tweehonderdtal buitenlandse studenten, voornamelijk afkomstig uit Centraal-Afrika¬, volgt een opleiding aan de Koninklijke Militaire School in Brussel. Ze worden klaargestoomd voor topposities in de overheid of de strijdkrachten van hun vaderland.

  • Kristof Clerix KMS-studenten uit Tunesi Kristof Clerix

Het lijstje met buitenlandse alumni van de Koninklijke Militaire School (KMS) is lang en indrukwekkend. De Burundese minister van Defensie, de Congolese minister van Binnenlandse Zaken, topadviseurs van de presidenten van Gabon en Congo, de voorzitter van de commissie Defensie van de Congolese senaat, diverse generaals uit het Congolese en Burundese leger en zelfs de chef van de Congolese inlichtingendienst hebben in Brussel op de schoolbanken gezeten. En dat is nog maar het topje van de ijsberg. De KMS is een kweekvijver voor buitenlandse topcarrières.

Voor de vorming van buitenlandse militairen kan België bogen op een lange traditie. Omdat er na de onafhankelijkheid een enorme behoefte was aan kaders, begon België in de jaren zestig met het opleiden van tientallen kandidaat-officieren uit Congo, Rwanda en Burundi. Maar na het opschorten van de samenwerking met Burundi (1973), Congo (1990) en Rwanda (1994), viel ook de vorming stil. Tot de vorige minister van Defensie André Flahaut in 2002 een dertigtal Afrikaanse studenten uit Benin en Gabon uitnodigde naar de KMS en het opleidingssprogramma een tweede adem kreeg.

Kostenplaatje

Anno 2008 leidt de KMS 215 buitenlandse studenten op. Ze volgen een bachelor-masteropleiding polytechniek of sociale en militaire wetenschappen, of een voortgezette vorming in diverse militaire specialisaties. Het gros van de studenten komt uit Centraal-Afrikaanse landen zoals Congo (53 studenten), Benin (45), Rwanda (23), Burundi (18), Gabon (10) en Congo-Brazaville (10). Maar daarnaast zijn er ook studenten uit Tunesië, Kameroen, Togo, Marokko, Algerije, Vietnam, Zuid-Korea, Libanon, Jordanië, en ga zo maar door.

‘Onze ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken kiezen de partnerlanden uit’, zegt luitenant-generaal vlieger Michel Singelé, commandant van de KMS. ‘Wanneer ze in het buitenland op bezoek zijn, worden ze wel eens benaderd met de vraag om te helpen bij de heropbouw van het land. Vorming aanbieden, is dan een van de mogelijkheden.’

De kost van de opleidingen is voor de rekening van Buitenlandse Zaken en Defensie. ‘Beiden maken hiervoor jaarlijks een half miljoen euro vrij’, zegt generaal Singelé. ‘De meeste studenten uit Afrikaanse landen krijgen een Belgische beurs. Hun inschrijvingsgeld en verblijfskosten worden betaald, en ze krijgen elke maand een budget van om en bij de 500 euro voor maaltijden en andere uitgaven zoals culturele uitstappen.’ Eén keer per jaar brengt een Airbus van Defensie de studenten terug naar hun thuisland voor vakantie. Tel je die transportkosten mee, dan ligt het kostenplaatje nog hoger dan een miljoen euro.

Old boys network

Het kostenplaatje van het opleidingsprogramma is volgens Generaal Singelé verantwoord gezien de hoge return on investment. ‘De landen waarmee we samenwerken, moeten worden heropgebouwd. Vorming is een van de beste manieren hen daarbij te helpen. Het is onze bedoeling om die landen te oriënteren naar een democratisch leger. We leiden militairen op die op een menselijke manier hun manschappen bevelen.’

Bovendien is de kans groot dat de krijgsmachten van de partnerlanden in de toekomst worden ingeschakeld in vredeshandhaving of vredesondersteunende operaties in Afrika. ‘In die situaties is het goed als je collega’s ontmoet die ongeveer dezelfde opleiding hebben gevolgd of met wie je zelfs samen in de klas hebt gezeten. Wanneer Belgische militairen op het terrein zullen samenwerken met buitenlandse legers, helpt het wanneer ze elkaar van op school kennen. Binnenkort vertrekken Belgische militairen op missie naar Tsjaad. Misschien ontmoeten ze daar wel militairen van Niger en Congo die in België zijn opgeleid.’

Een ander pluspunt is dat Belgische studenten op de KMS leren samenleven met personen uit andere culturen. Generaal Singelé: ‘We maken onze Belgische studenten bewust van de realiteit in andere landen. Zij leren dat samenwerken met een Congolees niet hetzelfde is als met een Tunesiër bijvoorbeeld.’

En ten slotte is er nog het netwerkvoordeel. Het lijstje met prominente KMS-alumni zegt genoeg: door buitenlandse militairen op te leiden, bouwt België een strategisch internationaal netwerk op. ‘Dat is niet de finaliteit van de opleiding, maar het is wel een resultaat’, zegt Generaal Singelé. ‘Ik hoop dat de vriendschappen die op de KMS ontstaan voor het leven zijn. De meeste buitenlanders die momenteel een opleiding volgen, zullen waarschijnlijk belangrijke functies gaan bekleden in hun thuisland. Al spreken we wel over lange termijn, binnen twintig jaar bijvoorbeeld.’

In de toekomst wil de KMS een keer per jaar in het partnerland een ontmoeting organiseren met de alumni, om feedback te krijgen over de opleiding. Met inlichtingenwerk heeft dat niets te maken, verzekert Generaal Singelé. ‘Onze partnerlanden zouden nooit toelaten dat we ons zouden inmengen in hun politiek.’ Een goedgeïnformeerde bron binnen Defensie bevestigt dat: ‘Moest intelligence onze echte bedoeling zijn, dan zou dat opvallen en alleen maar een averechts effect hebben.
Al klopt het wel dat de opleiding van buitenlandse militairen resulteert in een old boys network. Als je de man aan de andere kant van de telefoon persoonlijk kent, kun je een kat een kat noemen en vaak sneller tot de kern van de zaak komen.’

Een andere wereld

Middagpauze op de campus. Vijf studenten uit Congo, Rwanda, Benin, Gabon en Tunesië poseren voor de foto. Ze dragen Belgische uniformen, de naam van hun thuisland ter hoogte van de schouder geborduurd. Enkel de Tunesiër heeft zijn eigen uniform, aangezien Tunesië zelf instaat voor de studiebeurzen.

De vijf vertellen enthousiast over hun ervaringen op de KMS. Ze beseffen dat ze een soort bevoorrechte positie hebben doordat ze in België mogen studeren, en hopen dat in hun thuisland een bloeiende carrière wacht. Maar tegelijkertijd is er onzekerheid. ‘Deze opleiding opent horizonten, we leren veel over de wereld’, zegt Tharcisse Mulumba (25) uit Congo, vierdejaarsstudent sociale en militaire wetenschappen. ‘Maar eens terug thuis zullen we in een andere wereld terechtkomen. Qua structuur kun je het Congolese en Belgische leger wel vergelijken, maar op het vlak van uitrusting staan we toch nog wat achter op westerse landen.’

Generaal Singelé weet precies wat Mulumba bedoelt: ‘Een van onze grootste bekommernissen is wat er gebeurt met de studenten eens ze terugkeren naar hun vaderland. Hier krijgen ze een opleiding van een zeer hoog niveau, maar met welke middelen moeten ze in hun land aan de slag? Wij vormen bijvoorbeeld uitstekende specialisten in telecommunicatie, maar zonder telecommunicatiemiddelen kunnen zij hun land niet helpen opbouwen.’

Daarom pleit de generaal ervoor het samenwerkingsverband tussen Defensie en Buitenlandse Zaken verder uit te breiden naar Ontwikkelingssamenwerking. Minister Charles Michel is in elk geval voorstander van een nauwere band tussen ontwikkelingssamenwerking en veiligheid. Of de publieke opinie hem hierin zal volgen, blijft nog afwachten.

 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift