Vrije pers in de verdrukking

Nu de spanningen tussen India en Pakistan tot
een ware propagandaoorlog leiden is er van en vrije pers nog weinig sprake.
De ministers van Informatie van het Zuid-Aziatische Verbond voor Regionale
Samenwerking (SAARC) hielden hier vorige week een bijeenkomst. Een groot
aantal Zuid-Aziatische journalisten maakten van de gelegenheid gebruik om
kritiek te spuien op het regionale informatiebeleid. Ze vinden dat de
uitwisseling van informatie in de regio niet vlot verloopt en dat de pers de
spanningen tussen India en Pakistan nog aanwakkert.


Vier jaar gelden stelde het SAARC al een actieplan op om de onafhankelijke
pers te promoten, maar dat is nagenoeg dode letter gebleven. Het plan
voorzag onder meer in een vrije informatiestroom, samenwerking tussen
nieuwsagentschappen in Zuid-Azië, regelmatige ontmoetingen tussen
journalisten en de oprichting van een fonds voor mediaontwikkeling.

Volgens de journalisten wordt hun informatietaak enorm bemoeilijkt door de
overheid: visums zijn erg moeilijk te verkrijgen, journalistenconferenties
worden gesaboteerd en de bewegingsvrijheid van buitenlandse journalisten is
erg beperkt. Verder is er nog steeds geen vrije uitwisseling van kranten,
tijdschriften en tv-programma’s tussen de landen van Zuid-Azië. En met de
spanningen tussen India en Pakistan is de situatie nog verslechterd.

Voormalig Pakistaans minister van Informatie en medestichter van de South
Asian Media Association (SAMA) Javed Jabbar vindt dat de regionale media de
hand ook in eigen boezem dienen te steken. Volgens hem laten zij zich
misbruiken als oorlogswapens: zij voeren chauvinistische propaganda en
versterken het vijandbeeld van de ander. Jabbar ziet daar talloze
voorbeelden van in het huidige Indo-Pakistaanse conflict. Opiniestukken of
analyses die de druk weerstaan en het geruzie overstijgen zijn eerder
zeldzaam.

Fauzia Shahid, algemeen-secretaris van de Pakistaanse Journalistenbond
(FUJ), stelt dan weer dat zelfs een studie van de Indiase en Pakistaanse
propagandatechnieken in de huidige omstandigheden haast onmogelijk is.
Journalisten krijgen immers zeer moeilijk een visum voor het vijandige
buurland. Samen met Imtiaz Alam van de Zuid-Aziatische Vrije Media
Vereniging (SAFMA) ijvert Shahid al jaren voor een speciaal
journalistenvisum dat meerdere bezoeken mogelijk maakt en vijf jaar geldig
blijft.

De SAFMA heeft India en Pakistan al herhaaldelijke keren aangespoord hun
propagandistische oorlogstaal te beëindigen. Ook de gedrukte en
elektronische media kregen de oproep hun haatcampagnes te stoppen. Volgens
Alam moeten de media juist bijdragen tot de vermindering van de uiterst
scherpe en gevaarlijke spanningen die sinds de aanslag in het Indiase
parlement in december van vorig jaar tussen Pakistan en India heersen.

De ministers van Informatie van het SAARC kwamen ten dele tegemoet aan de
kritiek van de journalisten en lieten zich verleiden tot een reeks beloftes.
Aan het einde van de bijeenkomst deelde voorzitter Nisar Memon, de
Pakistaanse minister van Informatie, mee dat de deelnemers een akkoord
hadden bereikt over jaarlijkse ontmoetingen voor redacteurs en journalisten,
en over de door het SAARC gefinancierde opleidingen voor jonge journalisten.
Ook voor samenwerking tussen radio- en televisiestations in de regio, met
onder meer simultaan uitgezonden ‘live’-programma’s, zouden er afspraken
gemaakt zijn.

Memon stelde ook dat alle ministers de bewegingsvrijheid voor mediapersonen
‘in principe’ steunen. De aanwezige media reageerden nogal sceptisch op de
beloften. Over de kritiek op de propagandaoorlog tussen Pakistan en India
was minister Memon veel laconieker: bilaterale problemen waren niet op hun
plaats op dit forum.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift