Vrijhandelsakkoord tussen Asean en Japan in de maak

Volgende week ondertekent Japan een historische overeenkomst met de Zuidoost-Aziatische landen van de ASEAN-groep. Het vrijhandelsakkoord is een belangrijke stap in de economische integratie van Oost-Azië.

Op 11 en 12 december zal in Tokio topoverleg plaatsvinden tussen Japan en de ASEAN-landen. Op de agenda van het topoverleg staan onder andere economische stabiliteit, integratie van de financiële markten, scholing, technische training en veiligheid. De focus ligt duidelijk op het voornemen van de ASEAN-landen om een volledige vrijhandelsovereenkomst met Japan af te sluiten tegen 2012.

Naar alle verwachting komt er een ´Verklaring van Tokio` over de Oost-Aziatische gemeenschap en een Oost-Aziatische vrijhandelszone. Japan en de Zuidoost-Aziatistische landen onderhouden al lang nauwe banden. Een officieel akkoord zou hieraan een wettelijk kader kunnen geven en de culminatie betekenen van jarenlang handelsoverleg.

De nakende overeenkomst heeft ongetwijfeld een meerwaarde voor Japan, de belangrijkste investeerder van Azië, aldus Mamoru Kobayashi, een Zuidoost-Azië-expert bij het Mitsubishi Onderzoeksinstituut. ASEAN telt als leden Brunei, Birma, Cambodja, Indonesië, Laos, Maleisië, Singapore, de Filipijnen, Thailand en Vietnam. Kobayashi stelt dat een ASEAN-Japanse vrijhandelszone het verlangen van Japan weerspiegelt om niet achterop te hinken op andere bilaterale en regionale overeenkomsten, zoals die tussen landen van de Europese Unie en de tegen 2010 voorgenomen vrijhandelsovereenkomst tussen China en de ASEAN landen. Japan sloot reeds een vrijhandelsakkoord met Singapore vorig jaar in december.

De op til staande overeenkomst bekroont de vorderingen in economische integratie tussen Japan en andere Zuidoost-Aziatische landen van de afgelopen decennia. In 2001 was bijna 40 procent van de Oost-Aziatische export bestemd voor landen binnen de regio. In 1980 was dat slechts 23 procent. Ook de afhankelijkheid van deze landen voor import binnen de regio groeide van 22 procent in 1980 tot bijna 44 procent in 2001. De voorspelling van de Wereldbank dat Oost-Azië een economisch groeipercentage van 5,7 te wachten staat in 2004, kan enkel stimulerend werken voor verdere samenwerking. In geval van hechtere overeenkomsten, kan dit groeicijfer nog hoger liggen.

Er is echter een belangrijk obstakel in het welslagen van verdere integratie tussen de Aziatische landen: China maakt geen deel uit van de blauwdruk voor een nieuwe Oost-Aziatische gemeenschap. Tokio is daar geen voorstander van. De bestaande ASEAN-vrijhandelszone is gebaseerd op een gelijkaardig economisch profiel van de leden en laat een verdere samenwerking toe. Met China liggen de kaarten heel anders. Dat land staat nog een heel eind achter op vlak van internationale, wettelijke, financiële procedures en kan op dit moment onvoldoende bescherming bieden aan investeerders.

In vergelijking met het plan voor een vrijhandelszone tussen ASEAN en China is de Oost-Aziatische gemeenschap echter klein bier. ASEAN en China zouden samen een markt vormen van 1,7 miljard mensen met een gecombineerd bruto binnenlands product van 2 biljoen euro - groter nog dan de Pan-Amerikaanse Vrijhandelszone. De export van de ASEAN-landen naar China zou met 48 procent kunnen toenemen en China´s export met 55 procent.

Yoshiaki Shikano, professor economie aan de Doshisha Universiteit, zegt dat een leidende rol in een vrijhandelszone samenvalt met het vermogen veel export van kleinere landen te kunnen integreren. Ik zie Japan deze rol niet opnemen, aldus Shikano. Hij verwijst voor een concrete illustratie naar de landbouwpolitiek van Japan. Politici, gevoed door de stemmen van boeren, hebben hier een erg protectionistische houding aangenomen. Na heel wat druk stemden de leiders van Japan toe in een beperkte import van rijst uit Thailand maar niet zonder een onwaarschijnlijk hoog importtarief van 522 procent te heffen.

Zo’n doorgedreven economische integratie is niet voor morgen. De Europese Unie heeft ook decennia nodig gehad om te komen tot waar ze nu staat. In Azië is de situatie nog diverser en vooruitgang kan daarom slechts langzaam gaan, aldus Kang. De verklaring van Tokio roept de landen binnen de ASEAN op om eerst de brug tussen de oudste zes leden en de nieuwere leden Laos, Vietnam, Birma en Cambodja te versterken.

Suvendrini Kakuchi

xml=7

Ref: ap if

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3068   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift